WELKOM OP MIJN BLOG

Dit is een plaats waar u geconfronteerd wordt met uw zoektocht naar personalisering en uniek vakmanschap, en waarbij u kennis kan maken met iemand, die van duurzaamheid en traditie zijn passie gemaakt heeft.

woensdag 7 juni 2017

De Hasseltse rederijkerskamer De Roode Roos | Rederijkers Hasselt | Het nieuwe blazoen aan de pers voorgesteld

Het nieuwe blazoen van De Roode Roos -

Een kunstwerk als uithangbord 

Het blazoen uit 1700, Rederijkers Hasselt

Tekst, Het Stadsmus & Michel Ilsen

De leden van rederijkerskamer De Roode Roos zijn, zoals vele Hasselaren, volop bezig met de voorbereiding van hun aandeel in de Virga Jessefeesten. 
Op maandag 7 augustus maken ze met hun  stadsreus Don Christoph, alias de Langeman, de traditionele rondgang door de stad om toe te zien op de uitdeling van de erwtensoep door de broederschap van O.L.V. Virga Jesse. 
Al meer dan 300 jaar openen twee dragers met het blazoen de optocht, om aan de toeschouwers met allerlei symbolen duidelijk te maken dat de groep die volgt de rederijkers van De Roode Roos zijn.



Na de vorige rondgang in 2010 besloten de rederijkers om hun kostbare blazoen uit 1700 (zie foto) voortaan veilig in Het Stadsmus te laten en een nieuw blazoen te laten maken. Hasselaar  Audi Pauwels creëerde een eigentijds  ontwerp, geïnspireerd op de lange geschiedenis van De Roode Roos. 
Voor de uitvoering van het houten draagschild is een beroep gedaan op beeldensnijder  Patrick Damiaens uit Maaseik, een kunstenaar die tot de wereldtop behoort in zijn vak. Op dit ogenblik legt hij bvb. de laatste hand aan de restauratie van panelen bij het graf van Napoleon III in het Engelse Farnborough.

Voor Audi Pauwels en voor Patrick Damiaens was deze opdracht een nieuwe ervaring. Het merkwaardige resultaat gaat in “wereldpremière” op zaterdag 10 juni om 15 uur in Het Stadsmus. 

Tijdens een voordracht in de reeks Kunst en Erfgoed in de Kijker  stelt Michel Ilsen het nieuwe blazoen voor en vertelt het hele verhaal achter het  kunstwerk, dat gemaakt is om de Langeman de volgende eeuwen te begeleiden.

Patrick Damiaens | Blazoen Rederijkerskamer Hasselt




Zaterdag 10 juni om 15 uur

Toegang gratis



FB Pagina link

maandag 5 juni 2017

Château de CHANTILLY | Domaine de Chantilly | Frans kasteel | Lambriseringen met verguld houtsnijwerk

Château de CHANTILLY

In het voorjaar van 2017 (april) bracht ik een bezoek aan het Kasteel van Chantilly (Château de Chantilly) dit domein bevindt zich in de vallei van de Nonette, een zijrivier van de Oise in het gelijknamige departement in Picardië, ongeveer 60 kilometer ten noorden van Parijs. 
Vanuit het treinstation Paris-Nord neem je de trein richting Chantilly, een rit die ongeveer 25 minuten in beslag neemt. Kostprijs (in 2017) 17 Euro heen en terug. Aangekomen in Chantilly  is het nog een flinke wandeling van ongeveer 30 minuten tot aan het kasteel van Chantilly. 


We waren op tijd, dus lang aanschuiven was het niet aan de caisse van het Kasteel, Kasteel de Chantilly bied zijn bezoekers verschillende combinaties of mogelijkheden aan, zoals het bezoek aan het Museum van het paard (paardenstallen) of alleen de tuinen, maar wij kozen voor het ticket 'kasteel en tuinen', prijs 17 Euro.
Het kasteel en zijn tuinen heeft al voor vele filmlocaties gediend. De meest bekende is de James Bond film 'A View to a Kill' (1985), het kasteel diende als het landgoed van stoute jongen Max Zorin (gespeeld door Christopher Walken).





Het kasteel van Chantilly staat op de plek van een middeleeuws fort en bestaat uit verschillende delen:
het Petit Château (ook het Kapiteinshuis), dat dateert uit de 16e eeuw en nog in oorspronkelijke staat is; de Grote Stallen uit de 18e eeuw, tegenwoordig in gebruik als museum (Museum van het paard) het Château Neuf, oorspronkelijk eveneens uit de 16e eeuw, verwoest gedurende de Franse Revolutie.


Het huidige bouwwerk is een 19e-eeuwse reconstructie in opdracht van Hendrik van Orléans (1822-1897), hertog van Aumale en jongste zoon van koning Lodewijk Filips. Deze bracht er zijn collectie schilderijen en antieke boeken onder en vermaakte het complex als Museum Condé aan het Institut de France. Het complex omvat voorts een parktuin van 115 hectare. Ook het Bos van Chantilly behoort tot het domein. Het stadje Chantilly is tijdens en na de Franse Revolutie ontstaan ten westen van het kasteel.

Monogram, Hendrik van Orléans, Chantilly


Geschiedenis

Oorspronkelijk was het Kasteel van Chantilly een middeleeuws fort, met zeven torens en omgeven door een slotgracht, dat de route van Parijs naar Senlis controleerde. De burcht behoorde aanvankelijk toe aan Guy de Senlis, bottelier van koning Lodewijk VI aan het eind van de 11e eeuw. De familie nam de naam Bouteiller aan en beheerde het kasteel tot de 14e eeuw, tot het in 1358 werd geplunderd. 
In 1386 wordt het verkocht aan Pierre d'Orgemont, voormalig kanselier van Karel V van Frankrijk. Deze laat het kasteel tussen 1386 en 1394 herbouwen. In 1484 laat de laatste d'Orgemont Chantilly na aan zijn neef Willem baron de Montmorency.


De periode-Montmorency

De rijke en machtige familie de Montmorency heeft het kasteel in bezit van de 15e tot de 17e eeuw en voert in die periode ingrijpende moderniseringen door. Het meest illustere lid van deze familie, Anne van Montmorency (1493-1567), oppermaarschalk en de eerste hertog, laat de burcht in 1528 renoveren. Het Petite Château wordt toegevoegd in 1551 door de architect Jean Bullant die ook al zijn kasteel van Ecouen had verbouwd.  Tevens worden er zeven kapellen gebouwd, waarvan er drie bewaard zijn gebleven. Hij is ook degene die de eerste tuinen laat aanleggen.

Hendrik I van Montmorency laat in het hogere gedeelte van het park het Maison de Sylvie bouwen dat ook nu nog bestaat. Oorspronkelijk ontworpen om koning Hendrik IV van Frankrijk te ontvangen, werd het de schuilplaats van zijn eerste vrouw Antoinette, (bijnaam Sylvie) gedurende de Godsdienstoorlogen, tot haar dood.

Hendrik II van Montmorency, een van de machtigste Franse edelen, revolteerde tegen de Franse koning en Richelieu en werd in 1632 in Toulouse ter dood gebracht. Zijn bezittingen werden door Lodewijk XIII verbeurd verklaard. Het merendeel ervan werd teruggegeven aan zijn zusters, maar Chantilly hield de koning zelf om te gebruiken als jachtslot. In 1643 gaf Anna van Oostenrijk, echtgenote van Lodewijk XIII en na diens dood regerend vorstin, het landgoed terug aan de jongste zuster van Hendrik II, Charlotte, vrouw van Hendrik II van Bourbon-Condé. Hiermee kwam het in bezit van het huis-Condé, jongere tak van het huis-Bourbon.


De periode-Condé

In de 17e en 18e eeuw is het landgoed Chantilly de voornaamste bezitting van de prinsen van Condé, die een grote rol spelen in de periode voor de Franse Revolutie. Lodewijk II van Bourbon-Condé, ook de Grote Condé genoemd, speelde als maarschalk een grote rol in de eindfase van de 30-jarige oorlog. In de burgeroorlog die volgde koos hij partij voor La Fronde tegen de koning en kardinaal Mazarin. In 1652 werd daarom zijn landgoed geconfisqueerd; hij kreeg het terug in 1659 bij de Vrede van de Pyreneeën.

Ver van Versailles richt hij nu al zijn aandacht op de verfraaiing van zijn landgoed. Het park laat hij ontwerpen door de beroemde landschapsarchitect André le Nôtre, die later ook Versailles zou ontwerpen. De Nonette wordt gekanaliseerd om de waterpartijen van het park te vullen, tezamen 25 hectare; kortom, het geheel wordt ingericht in een perspectief van grandeur zoals het nu nog bestaat.

De Grote Condé ontvangt op Chantilly schrijvers als La Fointaine, Jean de La Bruyère, Jacques-Bénigne Bossuet, Madame de La Fayette, Madame de Sévigné. Er worden fantastische feesten gegeven. Molière schrijft en speelt er stukken als Les Precieuses ridicules en Tartuffe. De keuken onder leiding van hofkok François Vatel is beroemd: in deze tijd wordt naar men zegt de slagroom (crème chantilly) uitgevonden.

In april 1671 bezegelt Louis II zijn verzoening met Lodewijk XIV met een ontvangst op het kasteel. Volgens Madame de Sévigné pleegde Vatel bij deze gelegenheid zelfmoord omdat het opdienen van het visgerecht te laat was; maar deze anekdote is nooit bevestigd.

Zicht van Château de Chantilly bij de hoofdingang - caisse
De 18e eeuw

Henri Jules, bijgenaamd de Zotte (1643-1709), laat het paleis verder uitbreiden door de architecten Jules Hardouin-Mansart en Jean Aubert. Deze laatste bouwt tussen 1723 en 1726 ook de Grote Stallen voor Lodewijk IV van Bourbon-Condé (1692-1740, ook Meneer de Hertog genoemd). 
Deze hertog, puissant rijk geworden door de invoering van het bankbiljet, was enkele jaren eerste minister van Lodewijk XV en bijzonder gehecht aan dit paleis (waar hij trouwens vanaf 1726 huisarrest kreeg). Hij liet de appartementen in het Petit Château decoreren en liet het eerste Franse porselein vervaardigen.


Lambriseringen met verguld houtsnijwerk

Meneer de hertog liet vanaf 1720 het oostelijke park inrichten, het parc de la Caboutière, genoemd naar een gebouw waar Hollandse tulpen werden gecultiveerd. 
Diverse paden in het park werden beschaduwd door priëlen als groene zalen, onderling verbonden. In het park verscheen een gigantisch levend ganzenbord, compleet met gevangenis en put, dat tussen 1730 en 1770 een van de voornaamste attracties werd. In het Parc de Sylvie werd een groot labyrint aangelegd. Van al deze attracties is heden ten dage niets overgebleven.

Ook zijn zoon, Lodewijk V Jozef van Bourbon-Condé, voegde ettelijke verfraaiingen toe, waaronder het Kasteel van Enghien, een langwerpig classicistisch bouwwerk en een Engels-Chinese tuin.

Zicht vanuit de tuin
Chantilly, Parterre, Franse tuinen

De Franse Revolutie en erna
Lodewijk V vlucht na de Franse Revolutie en Chantilly wordt in 1790 geconfisqueerd als Nationaal Erfgoed. In 1792 wordt het echter geplunderd en verwoest door de Nationale Garde, en daarna als gevangenis gebruikt. In 1799 wordt het voor ongeveer 100.000 franc in toenmalige aandelen verkocht. De kopers zijn ondernemers die het om de bouwmaterialen te doen is, maar het lukt ze niet om alles te slopen voor de bouwmarkt instort; de bijgebouwen blijven staan.

Het park ten westen van het kasteel, dat is ontworpen door Le Nôtre met de beroemde waterwerken, wordt verkaveld. De hydraulische machine die het park van water moest voorzien bestaat nog. 
De Grote Stallen, eens ontvangstplaats voor koningen en heersers, werden bezet door het leger en daarom niet verwoest, en zijn nauwelijks beschadigd. Bij zijn terugkeer in 1815 doet Louis V de meest noodzakelijke reparaties, maar het park is niet in zijn geheel te redden omdat er inmiddels een weg doorheen loopt. Zijn zoon laat daarom het westelijk deel omvormen tot een Engelse parktuin.


Interieur: trappenhuis
Na de dood van Lodewijk VI, de laatste Condé, gaat het landgoed over op Hendrik van Orléans, de jongste zoon van Lodewijk Filips I van Frankrijk. Van het schitterende paleis van vroeger is echter ternauwernood de begane grond over. 
Ook Henri ziet tussen 1830 en 1848 geen kans het weer op te bouwen, en wanneer de revolutie uitbreekt vlucht hij naar Engeland, waar hij tot 1871 blijft, in Twickenham bij Londen. Zijn vrouw en twee zoons sterven er. Wel bouwt hij daar stukje bij beetje zijn kunstverzameling weer op. 
Terug in Frankrijk laat hij het paleis restaureren door de architect Honoré Daumet en brengt er zijn verzameling onder die geldt als de tweede grootste na die van het Louvre.

Trappenhuis, kasteel -  Domaine de Chantilly


Hij schenkt per testament het kasteel en de verzameling kunstschatten en manuscripten in 1886 aan het Institut Français, met de bepaling dat geen van de manuscripten ooit het kasteel mag verlaten. In de Eerste Wereldoorlog werd het nog gebruikt als generaalskwartier. 
Sindsdien is het een museum, het Musée Condé. In dit museum zijn 800 schilderijen verzameld van Raphael, Jean Antoine Watteau, Ingres, Camille Corot en gravures van Albrecht Dürer, voorts 30.000 boeken waaronder de wereldberoemde Très Riches Heures du Duc de Berry van de Nijmeegse gebroeders Van Limburg (ca.1400).





Chantilly, Het Condé Museum,
800 schilderijen van top kwaliteit



De stallen zijn eveneens als museum in gebruik


Chantilly staat ook bekend als de paardenhoofdstad van Frankrijk. Dat komt vooral vanwege de aanwezigheid van het Paardenmuseum dat gevestigd is in de Grote Stallen van het kasteel van Chantilly. (De Grand Ecuries). 
Tussen 1719 en 1735 is dit ontwerp van architect Jean Aubert geconstrueerd. Het is een hoogtepunt van Franse architectuur is 186 meter lang. Op zijn hoogtepunt herbergde het gebouw 240 paarden en 500 honden. En is nog steed één van mooiste paardenstallen van de wereld.

Museum sinds 1982

Het is een museum met levende paarden , U kunt op een speelse manier kennismaken met de wereld van het paard tijdens paardenshows en in zalen waar u honderden voorwerpen kunt bewonderen. 
Al uw zintuigen worden op scherp gezet: u bent de grote Franse paardenstallen nog maar nauwelijks binnen of u zit meteen in een echte, stevige paardenlucht. Tot vlak voor de show mag u – en dat is uniek – de paarden in hun stal bekijken. 
Entreetickets kun je aan de kassakopen of vooraf via internet.

Behalve de aanwezigheid van een paardenmuseum worden er in Chantilly ook paardenconcoursen gehouden. Er zijn zelfs hotels in en rondom Chantilly die speciaal gericht zijn op het herbergen van rijders en hun paarden.
Een bijzondere anekdote

De Grandes Ecuries zijn gebouwd in opdracht van Louis-Henri de Bourbon, de zevende prins van Condé. Volgens een legende geloofde hij dat hij zou reïncarneren als paard, daarom bouwde hij alvast stallen die bij zijn rang en waardigheid pasten.

Het dorp Chantilly zelf heeft naast het kasteel en haar prachtige entreepoort weinig te bieden. Het is een vrij standaard Frans dorp zoals je dat ook elders in Picardië aan kan treffen. Wat overigens wel een leuk feit is, is dat slagroom zoals wij die kennen vernoemd is naar Chantilly. Crème Chantilly werd volgens sommige bronnen geïntroduceerd op een feest op het Kasteel van Chantilly. Andere verhalen die je leest is dat de naam Chantilly pas in een later stadium aan geslagen room gekoppeld is.


De stallen van Château de Chantilly



------------------------------------------------------------------------
--------------------------------------------

Dit zijn een aantal foto's van het bijzondere interieur. Een mix van Franse Lodewijk stijlen en Napoleon III-stijl ,het ziet er allemaal een beetje eclectisch uit, maar smaakvol is het wel.




Monogram, Hendrik van Orléans
Lambriseringen met verguld houtsnijwerk


Château de CHANTILLY | Domaine de Chantilly


Lambriseringen met verguld houtsnijwerk

Franse Lodewijk stijl boiserie


Chantilly, kamer met Chinoiserieën 


Buste De Condé, Chantilly




Lambriseringen met verguld houtsnijwerk





http://www.patrickdamiaens.be

FB Pagina, link

maandag 1 mei 2017

Een Nederlands Woonmagazine | De Hoorn Des Overvloeds | Herenhuis Magazine

De Hoorn Des Overvloeds| Patrick Damiaens | Herenhuis Magazine


Herenhuis Magazine publiceert een blogitem :
De Hoorn Des Overvloeds


Een bijzondere eer, het gerenommeerde Nederlandse woonmagazine 'Herenhuis' heeft reeds een 12-tal van mijn 'Ornamentsnijder' blogitems gepubliceerd. De eerste bijdrage in 'Herenhuis Magazine'  verscheen in het mei / juni nummer van 2015. Ondertussen zijn al een aantal blogitems de revue gepasseerd.
'Het familiewapen van Gravestein', 'Wat is een Festoen?', 'De Greenman', 'De Eierlijst', De Supraporte, het acanthusblad motief ....etc





In de editie van mei-juni 2017 verscheen het blogitem:
De Hoorn Des Overvloeds
  
Herenhuis Magazine | De Hoorn Des Overvloeds

Herenhuis Magazine
Ik kan het bijzonder appreciëren dat een aantal van mijn blogitems een positieve impact hebben gehad en dat de redactie van 'Herenhuis' Magazine ze een tweede leven hebben gegeven en op deze unieke wijze vakmanschap, kunde, historie en geschiedenis terug in het daglicht plaatsen.
Deze 'redactionele' appreciatie geeft mij een gevoel dat ik de juiste weg heb ingeslagen en dat ik  in de toekomst verder zal werken aan de professionele publicatie van interessante blogitems.
Ik weet ook reeds met zekerheid  welk de volgende blogitems-thema's zullen zijn in de volgende Herenhuis edities van 2017, het is zeker de moeite een abonnement  te nemen,  ik laat u graag verrassen.

In het nummer van Herenhuis mei-juni verschijnt het blogitem: De Hoorn Des Overvloeds



Sinds 2016 is dit kwaliteitsblad ook verkrijgbaar in de betere Belgische kranten en magazine winkel.

Herenhuis Magazine Mei-juni 2017

http://www.patrickdamiaens.be

FB PAGINA