WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

vrijdag 1 september 2017

Museum Van Loon in Amsterdam | Stijl- en Smaakvolle Interieurs | Grachtenpand in Amsterdam


MUSEUM Van Loon
______________________

Amsterdam

Op 4 juli 2017 was ik met een goede kennis in Amsterdam, ik had er een afspraak bij een klant, een levering van één van mijn heraldische beeldhouwwerken en dit voor een pand aan de Keizersgracht. Vanuit Maaseik is het bijna 2 uur (1:50) rijden tot Amsterdam en door de vroege afspraak-levering was er zeker genoeg tijd over voor een blitzbezoek aan 'het Venetië van het noorden'.
De goede kennis was nog nooit in Amsterdam geweest en het leek me leuk om hem even te laten kennis maken met een aantal belangrijke gebouwen, landmarks en de unieke sfeer die in deze stad heerst.
Een rondvaart op de Amsterdamse grachten was die dag een absolute must en een goede manier om de stad beter te leren kennen. Deze rondvaart is ook een goede basis om later te bepalen welk Amsterdams stadsdeel je wil bezoeken.

In dit blogitem bezoeken we Museum Van Loon een patriciërshuis aan de Keizersgracht 672 dat sinds 1884 in bezit is van leden van het geslacht Van Loon en daaraan zijn naam ontleent. Een deel van het huis is voor bezoekers opengesteld

Museum Van loon, tuinzicht


Museum Van Loon Amsterdam.


Kort na de aanleg van de Keizersgracht werd het huis in 1671-1672, samen met nummer 674, gebouwd voor Jeremias van Raey, een Vlaamse koopman. Deze tweeling-huizen worden nu ook wel de Van Raey-huizen genoemd. Architect was Adriaan Dortsman. Deze had eerder de Ronde Lutherse Kerk en het Walenhuis (nu consulaat) gebouwd, en de vestingstad Naarden.

Op de gezamenlijke gevels staan vier Grieks/Romeinse goden: de godin van de oorlog Pallas Athena / Minerva, de god van de oorlog Ares / Mars, de god van het vuur Hephaistos / Vulcanus en de godin van de aarde Demeter / Ceres.

Van 1964-1973 werd het huis onder Monumentenzorg gerestaureerd.
In 1772 en 1776 zijn zeer gedetailleerde lijsten van de inboedel gemaakt.

Hal en trappenhuis | Museum Van loon

In het begin van de 17e eeuw werd een begin gemaakt met het aanleggen van de grachtengordel van het IJ tot de Leidsegracht. In 1660 worden de grachten doorgetrokken tot de Amstel. De huizen die aan de buitenkant van de grachten werden gebouwd, kregen een koetshuis aan de Kerkstraat, die er achterlangs loopt. In 1920 had Jhr. Willem van Loon een auto en werd het koetshuis een garage.
De gevel aan de tuinzijde is in 1775 vernieuwd. Boven de deur is een buste van Apollo / Apollon, daarnaast staan zinken beelden van Flora / Chloris en Silenus, met Dionysos / Bacchus op de arm.
Het tuinhuis is een rijksmonument. De ramen op de eerste verdieping zijn onecht, men wilde immers niet dat het personeel naar de tuin kon kijken. Het koetshuis was nog steeds bezit van de familie Van Loon, maar werd in 2009 door het museum gekocht, gerestaureerd en weer als koetshuis ingericht. Het werd in november 2011 geopend en is een trouwlocatie geworden.



Abraham van Hagen, die het huis in 1752 koopt, bouwt een tuinkamer aan de achterkant van het huis. Deze is boven een deel van de keuken, die al eerder is uitgebouwd.


De tuin is door Angrid Tilanus in 1973 opnieuw ontworpen. Het tuinontwerp is geïnspireerd op een tekening van Jacobus Bosch uit 1679. In 1999 heeft Eugénie André de la Porte nog enkele aanpassingen aangebracht. In de tuin staat een rode beuk die in 1884 door de familie Van Loon geplant is.



Trappenhuis

Het hart van het huis is zonder twijfel het schitterende trappenhuis, uitzonderlijk groots voor Amsterdam. De monumentale trap verbindt de belangrijkste woonlagen. Een apart trappenhuis voor de bedienden is er niet. De balustrade, oorspronkelijk geheel uit messing, is gemaakt voor het echtpaar Van Hagen - Trip. Wie heel goed kijkt, kan hubn namen ontdekken in de sierlijke krullen. In het stucreliëf boven de deur zijn onder andere de tekens van de dierenriem en de schone kunsten verbeeld. Op de vloer liggen grote platen marmer die gelegd zijn à livre ouvert, waardoor de tekening in het marmer wordt gespiegeld.


Stucreliëf boven de deur | Trappenhuis Museum Van Loon


Blauwe Salon

De grote ontvangstsalon heeft, zoals de meeste kamers op de bel-etage, een indrukwekkende hoogte van bijna vijf meter. In de hoeken van het stucplafond zijn de vier jaargetijden gesymboliseerd. De kamer speelde een belangrijke rol in het leven van Thora van Loon. Als Dame du Palais van Koningin Wilhelmina vertegenwoordigde zij de Koningin in Amsterdam.
Op haar wekelijkse Jour, haar vaste ontvangstdag, bepaalde Thora hier wie wel en wie niet aan de Koningin werd voorgesteld bij haar jaarlijkse bezoek aan Amsterdam. Zeer bijzonder is dat de Empire parketvloer uit circa 1810 er nog ligt.


Museum Van Loon in Amsterdam | Stijl- en Smaakvolle Interieurs






De Eetkamer

De eetkamer biedt plaats aan vierentwintig personen aan één lange tafel. De kamer wordt nog steeds gebruikt, bij bijzondere gelegenheden door de familie Van Loon, maar vooral ook door bedrijven en particulieren die de kamer huren. De familie Van loon richtte de kamer in in zeventiende-eeuwse stijl met imitatie goudleerbehang. Deze stijl werd in de negentiende eeuw zeer passend geacht voor een eetkamer. Bij de restauratie in de jaren in de jaren zestig door de Jonkheer Maurits van Loon werd de achttiende-eeuwse uitstraling hersteld. Gelukkig waren de spiegel boven de haard en de zogenaamde penanttafel en spiegel tussen de ramen bewaard gebleven.

Museum Van Loon in Amsterdam | Stijl- en Smaakvolle Interieurs



Rode Salon

Deze kamer werd vroeger meestal aangeduid als Herenkamer of Rooksalon. Hier kon Willem Hendrik van Loon zich terugtrekken voor een zakelijke bespreking of na een diner met de heren sigaren roken zonder de dames te hinderen. In het hele huis hangen vrijwel uitsluitend portretten aan de wand. De portretten onderstrepen de ouderdom van het regenten-en koopmansgeslacht, maar waren ook een bron van vermaak. Aan de hand van de portretten konden familiegeschiedenissen worden verteld of ter plekke worden verzonnen. De groene kleur van de wandbetimmering is, net als de kleuren in de meeste andere kamers gebaseerd op de achttiende-eeuwse kleur.

Het Rode Salon |  Grachtenpand in Amsterdam



De Tuinkamer

In de achttiende eeuw werd de tuinkamer verfraaid met een verfijnde betimmering en spiegels die de kamer in het oneindige doen herhalen. Het was niet verwonderlijk dat de jonge Thora deze kamer met het fraaie uitzicht op de tuin koos tot haar privévertrek. Vanaf het midden van de jaren twintig gebruikte de familie de tuinkamer als eetkamer wanneer er geen andere gasten waren. Zo hoefde butler Theo minder ver te lopen, zodat het eten warmer op de tafel kwam. De wandbespanning is, net als in alle andere kamers, uitgekozen door Mauritz van Loon en zijn eerste echtgenote Ghislaine van Loon- de Vallois.


Het Familiewapen in hout
Van loon






De Drakensteynkamer

De kamers op de eerste etage waren vooral bedoeld als slaapvertrekken. In de drakensteynkamer stond het bed opgesteld in een alkoof. De kamer ontleent zijn naam aan de wandbeschilderingen die de kamer nu sieren. De schilderingen komen van Kasteel Drakensteyn, het huis van H.K.H. Princes Beatrix. Maurits van loon kocht ze aan omdat het huis in de achttiende eeuw wandschilderingen had, maar ook omdat ze gemaakt zijn in opdracht van dezelfde familie die toen ook eigenaar was van Keizersgracht 672. Behangselschilderingen zijn een typisch Nederlands verschijnsel waarbij vertrekken rondom voorzien worden van een doorlopende schildering.


Drakensteynkamer | Museum Van Loon



De Rode Slaapkamer

De decoraties tonen de overgang van de zwierige rococostijl naar de neoclassicistische Lodewijk XVI-stijl. De kamer is kleiner dan de kamer aan de andere kant van de gang, omdat zich achter de muur waartegen het bed staat de trap bevindt naar de voormalige vertrekken van de bedienden. Om de twee deuren in de gang recht tegenover elkaar te kunnen plaatsen, maar de kamer toch symetrich te laten lijken, is een fopdeur aangebracht. Wanner de deur gesloten is, lijkt het of de deur zich recht tegenover de schoorsteenmantel bevindt. De echte deur is er evenwel naast.


Detail, Ornamenten spiegel | Museum Van loon


De Vogelkamer

Het huis kent in verhouding tot de grootte van het pand een beperkt aantal slaapkamers. Omdat het ruime vertrekken zijn, konden de ruimtes door middel van kamerschermen door meerdere personen worden gebruikt. in de tijd van de familie Van loon is de kamer als kinderkamer in gebruik geweest. Maurits van Loon kon zich nog goed herinneren hoe hij hier met zijn zusters logeerde. In de achttiende eeuw was de kamer bedoeld als bibliotheek. Na de restauratie zijn de boekenkasten weer bruikbaar gemaakt en zijn de sleutelgaten weer zichtbaar. De kamer dankt zijn naam aan de wandbespanning vol exotische vogels.





De schaapjeskamer

Bij de familie Van loon deed deze kamer dienst als logeerkamer. Ook deze kamer ontleent zijn naam aan de wandbespanning. De stof is een replica van een Franse imitatie van de Indiase sitsenstof. In Frankrijk werden aan het oorspronkelijke ontwerp schaapjes toegevoegd. Onzichtbaar in huis zijn sanitaire voorzieningen. Aan de tuinzijde van het huis zijn twee kleine kabinetjes. Hierin konden een po en een lampetkan staan. In de negentiende eeuw  werden in de kabinetjes'moderne' badkamers aangelegd. Maurits van Loon heeft ze vernieuwd en daarom zijn ze (nog) niet te zien.

Schaapjeskamer | Museum Van Loon


De keuken

Het souterrain was het domein van de tien tot vijftien personeelsleden. Hier waren de opslagkelders, de bodenkamer waar het zilver werd gepoetst en het dagverblijf van het personeel. Maar de belangrijkste ruimte was natuurlijk de keuken. De keuken lag, zoals de traditie voorschreef, zo ver mogelijk van de eetkamer. In het verleden waren bewoners meer bedacht op geur en rook dan op praktische gemak en een warme maaltijd. Zee praktisch was het betegelende plafond dat op eenvoudige wijze kon worden schoongemaakt. Bijna veertig jaar lang was Leida de kokkin van de familie.



De tuin

Toen de grachtengordel rond Amsterdam werd aangelegd, ontwierp men niet alleen het patroon van grachten, straten en huizen, maar ook grote tuinen. De tuin was er vooral om naar te kijken. Door middel van wintergroene hagen bood de tuin ook in de winter vanaf de bel-etage een fraaie aanblik.
Gebaseerd op een historische vogelvluchtkaart kreeg de tuin in 1973 wederom een patroon van taxus en buxushagen. De rode beuk is door de familie Van loon geplant in 1884. De jaarlijkse Open Tuinen Dagen, waaraan ook veel particulieren deelnemen, in juni geven de grachtentuinen een internationale bekendheid.


Het Koetshuis | Museum Van Loon Amsterdam

Het koetshuis

Grote grachtenhuizen, zoals Keizersgracht 672, hadden hun eigen koetshuis. De tuingevel van het koetshuis was eveneens een ontwerp van Adriaan Dortsman. Behalve voor het stallen van zeven à acht rijtuigen en zes paarden werd de woning boven het koetshuis bewoond door de koetsier en zijn gezin. Om de privacy van de bewoners van het huis aan de gracht te waarborgen had de gevel alleen fop ramen ter verfraaiing met geschilderde gordijntjes.
De familie Van loon was vermaard om haar rijtuigen, tuigen en livreien en is één van de weinige families in Nederland waar complete aanspanningen van bewaard zijn gebleven.


Het Koetshuis | Museum Van Loon Amsterdam
INFO:

Openingstijden
Het museum is dagelijks geopend van 10 tot 17 uur.

Het museum is gesloten op:
Koningsdag - donderdag 27 april
24 december vanaf 15u gesloten
1e Kerstdag
Nieuwjaarsdag

NB: 1e & 2e Paasdag en 2e Kerstdag geopend

Volwassenen: € 9,-
Studenten / CJP: € 7,-
Groepen vanaf 10 personen: € 7,- pp

Contactgegevens
Museum Van Loon
Keizersgracht 672
1017 ET Amsterdam

+ 31 (0)20 - 6245255

http://www.patrickdamiaens.be

FB PAGINA

Nederlands Woonmagazine HERENHUIS | Het nut van Gipsmodellen | Artikel in Herenhuis Magazine

Herenhuis Magazine

Publicatie van een aantal blogitems in Magazine HERENHUIS
________________________
________________

Een bijzondere eer, het gerenommeerde Nederlandse woonmagazine 'Herenhuis' publiceert sinds medio  2015 en dit in iedere editie (6 per jaar) één  van mijn 'Ornamentsnijder blog' onderwerpen. De eerste bijdrage in 'Herenhuis'  verscheen in het mei / juni nummer. (23 april 2015)

Het topic was: 'Het heraldisch familiewapen Gravestein aanbrengen op een houten paneel'  dit blogitem had de voorkeur gekregen van de redactie van Herenhuis en mocht als eerst verschijnen in de nieuwe column, 'Uit het juiste hout'.

Het nut van Gipsmodellen | Artikel in Herenhuis Magazine 


Ik kan het bijzonder appreciëren dat een aantal van mijn blogitems een positieve impact hebben gehad en dat de redactie van 'Herenhuis' Magazine ze een tweede leven hebben gegeven en op deze unieke wijze vakmanschap, kunde, historie en geschiedenis terug in het daglicht te plaatsen. 
Deze 'redactionele' appreciatie geeft mij een gevoel dat ik de juiste weg heb ingeslagen en dat ik  in de toekomst verder zal werken aan de professionele publicatie van interessante blogitems.


Ik weet ook reeds met zekerheid  welk de volgende blogitems-thema's zullen zijn in de volgende Herenhuis edities van 2017-2018, het is zeker de moeite een abonnement  te nemen,  ik laat u graag verrassen.



In het nummer van Herenhuis september-oktober 2017 verschijnt het blogitem: Gipsen modellen

In de betere krantenwinkel verkrijgbaar in België en Nederland



Herenhuis Magazine (NL)

http://www.patrickdamiaens.be

FB Pagina 

woensdag 16 augustus 2017

De Hasseltse rederijkerskamer De Roode Roos | Rederijkers Hasselt | Embleem of blazoen van vereniging in hout uitgevoerd | Langeman

De Roode Roos Hasselt | Rederijkerskamer

Koninklijke Maatschappij van Muziek en Rhetorica De Roode Roos
500 jaar rederijkers in Hasselt
_______________________________________________________________
___________________________________________________

Embleem of blazoen van een vereniging in hout uitgevoerd.
Het gebeurt niet al te vaak, maar af en toe heb je een verenging of club dat aan lange termijn denken doet. In 2015 werd ik gecontacteerd door een aantal leden van de Koninklijke Maatschappij van Muziek en Rhetorica, De Roode Roos in Hasselt (B).
Deze 517 jaar oude vereniging was van plan het houten blazoen uit 1700 te vervangen door een nieuw hedendaagse creatie. De maidentrip was voorzien op 7 Augustus 2017.

Met dank aan Michel Ilsen en de Rederijkerskamer De Roode Roos

Rederijkerij ?  Een beetje uitleg.
(met dank aan literatuurgeschiedenis.nl) 


Overal in het Nederlandse taalgebied werden rederijkerskamers opgericht. Dat waren verenigingen van mensen die van literatuur hielden en met elkaar hadden afgesproken om ongeveer een keer per maand allemaal een gedicht te schrijven over een opgegeven onderwerp. Het gedicht, dat aan strenge regels moest voldoen en vaak uiterst kunstig was gemaakt, moest worden opgedragen aan de prins van het gezelschap (een soort voorzitter), en wie zich niet aan de regels hield, moest een boete betalen. In uitgebreide reglementen waren al deze spelregels vastgelegd, zoals bijvoorbeeld in het reglement van rederijkerskamer ‘De Fonteine’ te Gent, dat in 1448 werd opgesteld.

De Rederijkers aan 'Het Stadsmus' in Hasselt

Regelmatig werden er ook wedstrijden gehouden tussen rederijkers uit verschillende steden. Een beroemd voorbeeld is de Gentse wedstrijd uit 1539. De organiserende kamer stuurde dan maanden van tevoren een uitnodiging naar alle steden in de wijde omgeving. Die kaart (zoals de uitnodiging werd genoemd) gaf aan wat de opdrachten waren en welke prijzen er vielen te verdienen. Vaak bestond de wedstrijd, die ook wel landjuweel werd genoemd, uit verschillende onderdelen en waren er prijzen te verdienen met toneel (zowel serieus als komisch) en met gedichten.

Rederijkers speelden in veel steden een belangrijke rol bij feesten en plechtige gebeurtenissen. Bij processies bijvoorbeeld, wanneer een groot deel van de bevolking door de stad trok om te bidden, werden allerlei bijbelse maar ook niet-bijbelse taferelen uitgebeeld. Rederijkers hadden een groot aandeel in de organisatie en uitvoering hiervan. Ook tijdens officiële bezoeken van een vorst werd de stad versierd en stonden er vele podia langs de route die hij volgde. Zo ging het ook toen Johanna van Castilië, de moeder van Karel V, in 1496 Brussel bezocht. Een kunstenaar heeft in een lange reeks tekeningen vastgelegd wat er allemaal te zien was. Rederijkers hielpen bij de uitbeelding van de scènes die vaak een politieke boodschap hadden: de stad wilde haar invloed laten zien en benadrukte de goede verhouding met de vorst.


Rederijkerskamer De Roode Roos aan Het Stadsmus 
Stadsmuseum in Hasselt (B)

Stadsbesturen zagen het belang in van rederijkers, die een rol konden spelen bij de propaganda voor de eigen stad. Ze deden dan ook hun best om rederijkers aan zich te binden. In verschillende steden werden stadsdichters aangesteld. In 1466 kreeg Brugge als eerste zo'n stadsdichter: Anthonis de Roovere. Hij was de bekendste dichter uit de vijftiende eeuw en hij schreef tientallen toneelstukken (waarvan er maar één bewaard bleef) en honderden gedichten. Zijn gedicht Vander mollen feeste beschrijft de dood als een feest van de mollen waarvoor iedereen is uitgenodigd. In een kleurige stoet trekt iedereen langs: jong en oud, arm en rijk. Ondanks het serieuze onderwerp heeft het gedicht een humoristische ondertoon die in veel meer gedichten van De Roovere voorkomt.

Midden op de foto, Willy Claes | Rederijkerskamer Hasselt

Mijn opdrachtgever :
De Rederijkerskamer De Roode Roos in Hasselt.

De rederijkerskamer De Roode Roos ontstond rond 1510 als opvolger van de Sint-Annagezellen, die toen al enkele jaren tijdens de processies een mysteriespel opvoerden. De Roode Roos nam deze traditie over en schakelde zich daarmee in in een merkwaardige cultuurbeweging die reeds op het einde van de 12de eeuw ontstond in het huidige Noord-Frankrijk. Min of meer geletterde en vrije burgers van de steden verenigden zich rond het spelen van toneel, het maken van gedichten en het houden van voordrachtwedstrijden in de volkstaal, Via het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant verspreidden de rederijkerskamers zich ook tot in de steden van het oude graafschap Loon.

Tot op het einde van de 18de eeuw was De Roode Roos, net als alle andere rederijkerskamers, een belangrijk gegeven in het culturele leven van de stad. Niet alleen luisterden ze de religieuze feesten op met aangepaste toneelopvoeringen, ze zorgden ook voor de straatversieringen en de ontspanning van de burgers ter gelegenheid van de kermissen. Zo was De Roode Roos o.m. de eigenaar van de Hasseltse stadsreus, de Langeman, en organisator van de Meiavondviering. Als gewapende kamer droeg ze ook bij tot de verdediging van de stad en de ordehandhaving tijdens de jaarmarkten.



De meeste rederijkerskamers overleefden de Franse Revolutie niet. De Fransen schaften ze overal af, maar ze waren toen al lang over hun creatieve hoogtepunt heen. In Hasselt slaagde De Roode Roos wel in haar voortbestaan door zich om te vormen tot "société d'art dramatique". Willem I van Oranje verleende haar in 1820 de titel van "Koninklijke". In de loop van de 19de eeuw kwam het accent van hun culturele activiteiten steeds meer te liggen op de muziek, mede onder impuls van de familie Claes. Na enkele fusies ontstond zo in 1850 de "société royale de musique et de rhétorique De Roode Roos". Zo bleven de oude rederijkers tot aan de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol spelen in het cultuurgebeuren van Hasselt, vooral met hun harmonie en hun symfonieorkest.

De Roode Roos bestaat nog steeds, maar hun publieke optreden beperkt zich tot de deelname aan de meiavondviering en de zevenjaarlijkse uitdeling van erwtensoep met hun reus Don Christoph, een afstammeling van de stadsreus uit de 16de eeuw.

De kunstschatten van de rederijkerskamer, inclusief hun reus uit 1810, zijn te zien in 'Het Stadsmus', het stadsmuseum te Hasselt (B)

Hasseltse stadsreus, de Langeman | Rederijkers Hasselt

Bewaren en vervangen van historische gebruiksvoorwerpen
Door Michel ilsen

Bij de kunstschatten van de Hasseltse rederijkerskamer De Roode Roos horen een aantal voorwerpen die tot het begin van deze eeuw nog gewone, bijna alledaagse gebruiksvoorwerpen waren: een zilveren prinsenkraag uit de 16de eeuw, een kreeftenschaar uit dezelfde periode, een koninklijke vlag uit de 19de eeuw en een blazoen van rond 1700. 

Stuk voor stuk gemaakt door bekende kunstenaars en ambachtslui, met de bedoeling ze effectief te gebruiken. De voorbije jaren zijn de rederijkers gaan inzien dat ze met die kostbare oude dingen toch wat voorzichtiger mochten omspringen. Zo’n twintig jaar geleden  is bij De  Roode Roos dan ook het idee ontstaan om al die kunst- of gebruiksvoorwerpen te laten restaureren en in permanente bruikleen onder te brengen in Het Stadsmus. 

De vervanging gebeurde geleidelijk en er is niet gekozen voor kopieën, maar voor evenwaardige, eigentijdse creaties van bekende kunstenaars,  met respect voor de tradities en met de bedoeling ze weer enkele eeuwen te kunnen gebruiken.

Het begon anno 2000 met de restauratie van de vlag uit 1858, een geschenk van koning Leopold I. Deze banier van fluweel, satijn, goud- en zilverdraad werd grondig bestudeerd door Chris Dhont, een vooraanstaande specialist van historisch textiel. De hele vlag werd losgemaakt, gereinigd, terug in elkaar genaaid en waar nodig hersteld. (cfr. KIK 98). 
Bij deze gelegenheid zijn in de vlag krantenknipsels uit 1905 en resten van vislijm gevonden waardoor we meteen weten wanneer ongeveer de vorige amateuristische herstellingen zijn gebeurd. 
Intussen kreeg de Tongerse vlaggenfirma Hollanders de opdracht om twee nieuwe vaandels te maken: een “chique” banier en een “gewone” vlag. De nieuwe drapeau werd voor het eerst gedragen tijdens de Geuzenmaandag van 2003.


Midden op de foto, de Prins van De Roode Roos | Rederijkers Hasselt

Een groter, belangrijker en ook veel kostbaarder project was de restauratie en de vervanging van de zilveren prinsenkraag. Het oudste deel ervan, de schakels van de kraag zelf, dateert van voor 1547. 
Patrick Storme, restaurator van historisch edelsmeedwerk, voerde eind 2000 een studie uit die de basis was voor een complete restauratie van de collier in 2001. (cfr. KIK 110).  
De restauratie was één faze, maar de vervanging van misschien wel het belangrijkste stuk uit de collectie was niet zo evident, hoewel de Roode Roos een lange traditie heeft in opdrachten voor plaatselijke kunstenaars en ambachtslui. Voor de nieuwe kraag is na enig wikken en wegen een beroep gedaan op juwelier Denis Van Esser in de Kapelstraat, die enthousiast op de plannen reageerde en het ontwerp toevertrouwde aan  zijn Italiaanse designer Franco Giolla. De primeur van de nieuwe kraag was voor prins Christian Libert in augustus 2003.

Bij de gebruiksvoorwerpen hoort ook een in zilver gevatte kreeftenschaar die in 1657 aan de kamer werd geschonken door prins Lambrecht Jaupen. Mogelijk heeft deze kreeftenschaar ooit aan de prinsenkraag gehangen, het precieze gebruik ervan is nooit helemaal duidelijk geweest. 
Voor ontwerp en uitvoering van een nieuw juweel met een kreeftenschaar kon De Roode Roos in 2004 weer terecht bij Denis Van Esser en Franco Giolla. Het resultaat was opnieuw  een schitterend juweel, eigentijds én met respect voor de traditie. Het wordt nu nog gedragen tijdens het Zwyniegelfeest, georganiseerd door het zgn. 
Edel en Wijt Vermaart Maroxhof, geleid door een verkozen Graaf van Marokko, een interne, wat bizarre traditie die dateert van 1685.


Hasseltse stadsreus, de Langeman | Rederijkers Hasselt
Embleem of blazoen  in hout voor vereniging

Volledigheidshalve: Don Christoph, de Langeman uit 1810 is in 2010 volledig gerestaureerd (cfr. KIK 57). Ook het “Ordinantieregister” (cfr. KEIK 14) en het register Coemans – inmiddels erkend als Vlaams Topstuk – werden door Het Stadsmus gerestaureerd (cfr. KIK 88), maar uiteraard ook niet vervangen. 
Dat geldt ook voor de kokosbeker, het 16de eeuws Ceciliabeeld, het 17de eeuwse OLV-beeld,de schilderijen van o.m. de familie Claes en de ster. 
In opdracht van De Roode Roos maakte Gerard Moonen in 2000, ter gelegenheid van de viering van 500 jaar rederijkers in Hasselt, een beeld dat nu in de tuin van Het Stadsmus staat. (cfr. KIK 136)

Het sluitstuk van de reeks creaties van nieuwe gebruiksvoorwerpen voor De Roode Roos is het nieuw blazoen.

Het oude blazoen van De Roode Roos uit 1700



Oud en nieuw
Door Michel ilsen

Het oude blazoen van De Roode Roos, gedateerd rond 1700,  is een ovaal paneel met beeldsnijwerk van 80 cm. hoog  met vergulde voorstellingen op een achtergrond in azuur. Centraal is een zittende Onze-Lieve-Vrouw afgebeeld met een Jezuskind, liggend op haar schoot. 
Onderaan staat het familiewapen van de maker en tevens de schenker, Daniel Van Vlierden (1651-1716) en de kenspreuk Hitte Vercoelt. 

Voor een volledige beschrijving verwijzen we naar de tekst van Francis Goole uit 1991, gepubliceerd als nummer 4 in de reeks Kunst in de Kijker. 

Voor haar nieuwe blazoen deed De Roode Roos bewust een beroep op kunstenaars van eigen bodem. Ontwerper Audi Pauwels is leraar design, ontwerpt zelf juwelen en heeft samen met zijn echtgenote een juweelatelier in de Maastrichterstraat. 


Embleem of blazoen van een vereniging in hout uitgevoerd |
Rederijkerskamer De Roode Roos Hasselt (B)

Bij zijn opdracht hoorden de steekwoorden boek, lier, roos, spreuk, Hasselt en Langeman. De uitvoering werd toevertrouwd aan Maaseikenaar Patrick Damiaens. Hij is opgeleid in Luik in houtsnijwerk, als ornamentist. Eén van zijn specialisaties is de creatie en restuaratie van Luiks meubilair. 
Hij geeft ook les aan het Syntra in Tongeren en is in de hele wereld bekend voor zijn snijwerk, het uitvoeren en ontwerpen van familiewapens, maar ook voor de restauratie van bvb. grafmonumenten, orgelkasten en ander historisch kerkmeubilair. 

Voor de voorbereidende houtbewerking kreeg hij de hulp van één van zijn cursistenos en het inkleuren gebeurde door een dame uit Eupen. Zij  gebruikt oude technieken die ook bij het schilderen van iconen worden toegepast. Ze werkte al eerder samen met Patrick Damiaens, o.a. voor het schilderen van gerestaureerd kerkmeubilair.
In het nieuwe blazoen zijn volgens de opdracht een aantal typische elementen en symbolen verwerkt. Het opengeslagen boek verwijst naar de literaire activiteit van de rederijkers, de lier naar het muzikale verleden uit de 19de en 20ste eeuw.

Uiteraard ontbreekt de kenspreuk Hitte Vercoelt niet en het geheel is bekroond door een opvallende rode roos. 
Op de linkerbladzijde van het open boek staat  een afbeelding in half verheven houtsnijwerk van Don Christoph, de Langeman. 
Deze Hasseltse stadsreus uit 1810 is eigendom van De Roode Roos. 

Op de rechterbladzijde staat het officiële wapenschild van de stad Hasselt, met een hazelaar en  de Loonse en Luikse kleuren. 
De benedenhoeken van de bladzijden zijn gevuld met kleine roosjes. Het geheel is vervaardigd uit diverse houtsoorten en is aan de achterkant voorzien van een afneembaar draagstel. 

Het geheel past in een op maat gemaakte kist en de afmetingen zijn. Omwille van de historische functie van een rederijkersblazoen is geopteerd voor bladgoud en heldere, natuurgetrouwe kleuren.


Embleem of blazoen van een vereniging in hout uitgevoerd | Blazoen zonder en met heraldische kleuren
Rederijkerskamer De Roode Roos Hasselt


In principe wordt het blazoen nog enkel meegedragen bij een rondgang van de Langeman. Dat gebeurt al sinds de 16de eeuw bij de intrede van een nieuw staatshoofd en sinds de 18de eeuw, om de zeven jaar tijdens de Virga Jessefeesten. 

Op de maandag na de eerste ommegang maakt Don Christoph, vergezeld van de rederijkers, de “eerste Hasselaren” Hendrik en Katrien, de “boeren” van het Dorp en de stadsmagistraat een tochtje door de stad om aan de OLV-basiliek te gaan toekijken op het uitdelen van erwtensoep door de broederschap van de Virga Jesse. 

Wie het volledige (uitgebreide) verhaal nog eens wil lezen, Het Stadsmus ( Stadsmuseum, Hasselt, B) heeft een publicatie gewijd aan het nieuwe blazoen van de Rederijkerskamer De Roode Roos. Tekst is van Michel Ilsen.
Het magazine kan hier gekocht of besteld worden:
http://www.hetstadsmus.be

Meer info hier. Reeds gepubliceerd blogitem:
http://ornamentsnijder.blogspot.be/2017/06/de-hasseltse-rederijkerskamer-de-roode.html

Dit is de cover van het magazine

Magazine 58 van Het stadsmus in Hasselt
Embleem of blazoen van een vereniging in hout uitgevoerd


De maidentrip van het blazoen ( 7 augustus 2017 )
Op de maandag na de eerste ommegang Virga Jesse 


ERWTENSOEPBEDELING & DE LANGEMAN

Volgens de legende ontstond dit gebruik toen een Spaanse edelman in de 16e eeuw de stad van een hongersnood redde door erwtensoep uit te delen aan de bevolking. In werkelijkheid gaat het om een legaat van de Zonhovenaar Hendrik Dries dat al sinds 1508 zorgde voor een erwtensoepbedeling aan de armen ter gelegenheid van de jaarlijkse processie. In de loop van de 17de eeuw ging deze jaarlijkse gewoonte over in een zevenjaarlijkse traditie. 

De Hasseltse stadsreus, die meestal meeging in de processie, was er dus van het begin bij. Toen Don Christoph in zijn huidige gedaante in 1810 werd gemaakt door Melchior Tieleman, heeft die zich waarschijnlijk op deze legende geïnspireerd om de reus het uitzicht van een geharnaste ridder met een zuiders uiterlijk te geven.




7 augustus 2017

Vertrek rederijkerskamer De Roode Roos en de stadsreus De Langeman aan Het Stadsmus. (Stadsmuseum Hasselt)
Afhalen van de Prins (Monseigneur Christian Libert) van de Rederijkerskamer De Roode Roos
Afhalen van de eerste inwoners van Hasselt – Hendrik, Katrien en het wicht – in ’t Dorp.
Erwtensoepbedeling door de aloude Broederschap van O.-L.-Vrouw aan de Virga Jessebasiliek.

Voor mij was het de eerste keer dat ik dit historisch evenement mocht meemaken, zeer bijzonder vond ik het en het geeft me op dit moment een aangenaam gevoel dat mijn creatie voor deze 7 jaarlijkse gelegenheid gebruikt zal worden. En dit waarschijnlijk voor de komende eeuwen, een hele eer. 
Ik dank ook de Hasseltse Rederijkerskamer De Roode Roos voor hun vertrouwen in ons vakmanschap.

Een korte impressie  7 augustus 2017 



Rederijkers Hasselt

Virga Jessefeesten 2017 | De Langeman



Virga Jessefeesten 2017 | Ontvangst op het stadhuis

Ontvangst op het stadhuis van Hasselt | De Roode Roos



Erwtensoepbedeling aan de Virga Jesse Basiliek te Hasselt

Patrick Damiaens | Erwtensoepbedeling Virga Jesse Feesten 2017



http://www.patrickdamiaens.be
FB PAGINA