WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

woensdag 22 februari 2023

Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht | Beeldhouwer Jan van Steffeswert

Beeldhouwer Jan van Steffeswert Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert Bonnefanten Museum Maastricht

Dateren van laatgotische beelden: 
Een beeldje met een twijfelachtige afkomst

Aan het einde van de middeleeuwen, de laatgotiek, laten beeldensnijders zich nadrukkelijk door hun omgeving inspireren. Hierdoor zien hun beelden er opvallend natuurlijk uit met een levendige uitdrukking. Een genot om naar te kijken.

Soms krijg je een beeldje onder ogen waarvan je denkt “is dit wel een laatmiddeleeuws beeldje?” Zoals bij het beeldje “Rijk geklede dame” van het Bonnefanten museum. Vanaf het moment dat ik foto’s van dat beeldje onder ogen kreeg was ik op grond van de kleding van mening dat het beeldje “Rijk geklede dame” geen laatgotisch beeldje is. Dus kan Jan van Steffeswert niet de beeldensnijder zijn. Hoe meer ik de foto’s ging bestuderen hoe groter mijn twijfels werden. Naderhand bleek ik niet de enige te zijn met deze twijfels over de datering. Ik ging op zoek naar haar afkomst. Hieronder mijn bevindingen.

 

Mijn hypothese

Mijn hypothese is dat de “Rijk geklede dame” een 19e-eeuws beeldje is voorstellende een hoogzwangere vrouw die middeleeuws aandoende kleding draagt en op latere tijdstippen werd voorzien van enkele vervalste inscripties waaronder de inscriptie IAN van de Maastrichtse beeldensnijder Jan van Steffeswert.

 

In de volgende paragrafen beargumenteer ik waarom mijn hypothese juist is. Bij mijn onderzoek heb ik de principes van mijn eerdere publicatie “Dateren van laatgotische beelden”9 toegepast.

 

Voorgeschiedenis (provenance)

Het buxushouten beeldje genaamd “Rijk geklede dame” werd door het Bonnefanten museum in 2020 op de Tefaf aangekocht bij Blumka Art Gallery, New York.

P. te Poel schrijft in zijn artikel “Een voltreffer in Maastricht”1 in het Bulletin van Vereniging Rembrandt dat hij het beeldje in 1979 gezien had in een veilingcatalogus (van de veiling van de Brummer Collection) en toen al herkende als een Jan van Steffeswert, een laatgotische Maastrichtse beeldensnijder (1460-1530).

Het Bonnefanten museum schrijft na onderzoek het beeldje toe aan Jan van Steffeswert. Volgens Te Poel is de toeschrijving gebaseerd op stijlkenmerken en de ontdekte signatuur op de “Rijke geklede dame”.





                                                                                                                                                            

Er zijn 4 eerdere eigenaren bekend: Anselm Salomon von Rothschild, Nathaniel Meyer von Rothschild, Alphonse Meyer von Rothschild en Ernest Brummer.

Anselm von Rothschild (1803-1874) kocht het beeldje tussen 1848 en 1853 in Wenen bij kunsthandelaar Ampichel14 voor honderd florins.13

Anselm leende het beeldje in november 1860 uit aan de Wiener Alterthums-Vereine voor de Ausstellung von Kunstgegenständen.3 Het beeldje werd als “Portraitstatuette” onder nummer 204 in de Ausstellungskatalog beschreven.

In 1866 noemde Franz Schestag in zijn “Katalog der Kunstsammlung von Freiherr Anselm von Rothschild in Wien, vol 1” het beeldje een “Costumefigürchen” in Holz en dateerde het zonder toelichting als 16de-eeuws.4

Nathaniel Meyer Rothschild (1836-1905) omschreef in 1903 in zijn “Notizen über einige meiner Kunstgegenstände” op p. 137 het beeldje als “Nürnberger Patrizierin in reicher Tracht”. Het beeldje was door vererving in zijn bezit gekomen.

Beeldhouwer Jan van Steffeswert Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht


Het beeldje, dan in de verzameling van Alphonse Meyer von Rothschild, werd in 1938 geconfisqueerd door het Nazi-regiem. Het beeld werd geregistreerd onder nummer A.R.2458 op de kaart in het ZentralDepotKarteien (ZDK, Wenen) en omschreven als een “Nürnberger Patrizerin in reiche Tracht”, 16. Jh.5 Op de bijbehorende foto staat het beeldje op een postament in deuzième-empire-stijl.

Het beeldje werd in 1948 aan de familie Von Rothschild teruggegeven.

Kunstverzamelaar Ernest Brummer kocht het beeldje in 1950 bij Blumka. In 1979 wordt Brummer’s verzameling “the Ernest Brummer Collection”, geveild. Het beeldje, omschreven als “A richly dressed Lady”, early 17th cent, Germany, buxus, is lot 145.6 Het beeldje is dan zonder postament. Niet bekend is of het beeldje toen werd verkocht.

In 2019 biedt Blumka op hun website het beeldje te koop aan met de omschrijving van 1979.7

Het Bonnefantenmuseum koopt de Rijk geklede dame in 2020 van Blumka voor € 120.000, waaraan Vereniging Rembrandt € 60.000 heeft bijgedragen.

 

Het NRC van 01-10-2022 publiceert een artikel over roofkunst.8

In dit artikel wordt nadrukkelijk melding gemaakt van de twijfels van de keuringscommissie van de Tefaf in 2020 over de datering door Blumka aangezien de commissie de datering unaniem schatte op 19e eeuw. De goede naam en faam van Blumka trok de commissie over de streep wat betreft de datering. De toeschrijving aan Jan van Steffeswert door het Bonnefantenmuseum enkele weken later leidde bij de commissieleden tot enige verbazing, aldus één der commissieleden.

De nadrukkelijke vermelding door het NRC is des te meer opvallend omdat de datering van het beeldje niet het onderwerp van het artikel is.


Twijfels over de datering en geen ouderdomsonderzoek

Ten eerste zijn er de twijfels van de keuringscommissie van de Tefaf over de datering, die het unaniem op begin 19e eeuw schatte.

De veilingcatalogus van de Brummer Collection van 1979 schat de datering op begin 17e eeuw, een eeuw later dan het werkzame leven van Jan van Steffeswert.

Vanaf de eerste kwart van de 19e eeuw werd buxushout een populaire houtsoort en sindsdien werden er veel beeldjes en ander klein luxe houtsnijwerk van buxus gemaakt. Ook werden er beeldjes in laatmiddeleeuwse stijl gemaakt. Het beeldje past qua werk in die periode.

De aanwezigheid van het beeldmerk van Albrecht Dürer op het beeldje is al een reden voor twijfel. Dit beeldmerk is van oudsher gebruikt om een kunstobject te vervalsen. 

 

Met dendrochronologisch onderzoek of een C14-meting kan objectief en redelijk nauwkeurig worden bepaald wanneer de boom werd omgehakt. Daarmee kan worden geschat wanneer het beeldje ongeveer gemaakt kan zijn. Deze meetmethoden zijn in wezen onmisbaar om de leeftijd van een oud houten object te bepalen of te controleren. In dit geval zijn beide methoden ook toepasbaar aangezien op het grondvlak van de sokkel een groot aantal jaarringen voorhanden is en het grondvlak ook plaats biedt voor het nemen van een monster voor een C14-bepaling.

 

Ondanks dat de twijfels van de Tefaf-commissie en de andere genoemde redenen om kritisch naar de datering te kijken bekend zijn bij het Bonnefantenmuseum werd er geen ouderdomsonderzoek uitgevoerd. De reden om geen dendrochronologisch onderzoek te doen was dat er geen 50 jaarringen beschikbaar waren. Dat aantal achtte men minimaal nodig voor een voldoende nauwkeurige schatting. Dat is in dit geval geen noodzakelijke voorwaarde omdat het hier gaat om het uitsluiten van de periode na 1510. Een datering als “begin 16e-eeuw” is dan al goed genoeg. Waarom men geen C14-meting liet uitvoeren is niet bekend.

 

Wat of wie stelt het beeldje voor

Bij nadere beschouwing herken ik een mooi geklede hoogzwangere vrouw die trots haar zwangerschap laat zien. Dat de vrouw zwanger is, is zeer duidelijk waarneembaar. Het lijfje komt direct onder de borsten naar voren terwijl dat bij niet-zwangere vrouwen lager begint; zelfs wanneer de vrouw een wat gezetter postuur heeft.

De holle rug met een hand in de rug is een karakteristiek gebaar van hoogzwangere vrouwen om de rugpijn veroorzaakt door het gewicht van het kindje te verlichten.

Beeldhouwer Jan van Steffeswert Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht


Beeldhouwer Jan van Steffeswert Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht


Het verloop van het gestrikte lint om haar middel benadrukt de zwangerschap. Enkele auteurs beschrijven de houding als uitdagend vanwege de hand op “heup”. De pomanders met geurstoffen aan haar gordel zijn misschien bedoeld om het kindje tegen ziekten of onheil te beschermen.

 

Uit de zeer natuurlijk weergegeven houding van het bovenlichaam, het hoofd, de armen, de iets omhoog geduwde borsten en de uitpuilende buik blijkt dat de beeldensnijder een hoogzwangere vrouw, passend gekleed, heeft gebruikt als model. Misschien wel zijn eigen vrouw.

Vrouwelijke heiligen waren volgens de rooms-katholieke traditie veelal maagden. Het gaat hier duidelijk om een niet-religieus beeld en in de middeleeuwen komen niet-religieuze beelden zeer zelden voor.

 

Stijlkenmerken

Het vergelijken van stijlkenmerken blijkt in de kunstgeschiedenis een gangbare methode te zijn om uit de stijl een datering vast te stellen. Helaas is dit geen objectieve eenduidige methode, want subjectieve elementen spelen ook een rol. Subjectief in de zin van wat de een wel een bepalend kenmerk vindt kan een andere beoordelaar vinden van niet. Voor deze methode zijn vergelijkbare objecten nodig waarvan de datering vaststaat. In dit geval zijn er zelfs geen buxushouten beeldjes waarmee men kan vergelijken. Niet van Jan, niet van anderen. Er zijn daarom andere methoden noodzakelijk zoals een C-14 meting.

 

Om op stijlkenmerken een kunstenaar te identificeren is riskant. Natuurlijk kan een beeldhouwer bepaalde details een eigen vormgeving geven en dat voor al zijn werken ook volhouden. Echter, anderen kunnen die zelfde uitwerking ook geven zoals de leerlingen in zijn atelier, bekend als “uit de school van”, het kan ook toeval zijn. In geval het een gekopieerd object betreft dan komen de stijlkenmerken overeen met de kenmerken van het origineel en wordt de verkeerde kunstenaar aangemerkt als maker. Dus om op stijlkenmerken een bepaalde kunstenaar te identificeren is naar mijn mening geen goed idee.

 

Wel kan wat over andere werken van Jan van Steffeswert gezegd worden.

De werken van Jan van Steffeswert die ik heb gezien en het buxushouten beeldje staan lijnrecht tegenover elkaar qua artistieke originaliteit en technische uitwerking. In het algemeen zijn de beelden van Van Steffeswert functioneel te noemen, zij brengen de boodschap over, met een eenvoudige uitwerking zonder overdaad. Deze typering van de stijl van Jan van Steffeswert wordt door Jeremy Warren2 bevestigd bij diens beschrijving van een Hlg. Catharina-beeld van (het atelier van) Jan van Steffeswert: “while not a work of the highest level, is a competent and pleasing composition”. In tegenstelling tot het beeldje dat trotsheid uitstraalt van een vrouw die gehuld is in luxueuze kleding en kostbaarheden.

 

Kledingkenmerken

Beelden van Middeleeuwse beeldensnijders zijn unica. Kleding werd door hen afgebeeld naar de mode van die tijd in hun leefomgeving. Daardoor is kleding een goed middel om een beeld te dateren. Zo wordt eind 15e eeuw de hals meer open.

 

De beeldensnijder van het beeldje lijkt duidelijk niet op de hoogte te zijn van het “kledingprotocol” en hoe middeleeuwse kleding er in de verschillende perioden eruit zag. Dat komt tot uitdrukking in de kleding van het beeldje. Die kleding bestaat uit een mengeling van verschillende stijlperioden (15e tot begin 17e eeuw). Zoals de open hals en de mantel zijn 15e-eeuws evenals de taillelijn. De manteldecoratie en het onderhemd zijn echter 16e-eeuws. De mouw is van midden 16e  maar het boord is begin 17e eeuw. Ook de halsketting is begin 17e eeuw. Daaraan heeft de beeldensnijder eigen bedenksels toegevoegd zoals de versiering op de hoofdbedekking. De hoofdbedekking bestaat uit een combinatie van een 15e-eeuwse kap met een Tudorachtige decoratie van eind 16e eeuw. Zoals een deskundige mij schreef: “De kleding valt te omschrijven als middeleeuwse kleding zoals dat op hedendaagse jaarmarkten e.d. gedragen wordt”.10 Deze mengeling van kledingstijlen wordt ook in de veilingcatalogus van 1979 genoemd.

In de veilingcatalogus wordt bij lot 145 vermeld dat de kleding van het beeldje overeenkomt met kleding aan het einde van de 15de eeuw. Vanwege enkele bijzondere details die uit een veel latere periode dateren (die men ook noemt) dateerde men het beeldje als 17de-eeuws.

Men komt vanwege de kledingkenmerken tot de zelfde conclusie als ondergetekende: dit is geen laatgotisch beeldje.

Dat de kennis over middeleeuwse kleding bij de beeldensnijder te wensen overlaat blijkt ook uit het volgende.

Het schoeisel aan de linker voet heeft een open teenstuk terwijl een tripje meer passend bij de uitgaanskleding zou zijn.

De decoraties langs de boorden van de mantel hebben strakke vierkante vormen. Daardoor doet de mantel meer denken aan een mantel voor mannen dan voor vrouwen.

Alle kledingdetails geven aan dat de beeldensnijder vanwege diens gebrekkige kennis van middeleeuwse kledij veel later dan in de middeleeuwen leefde.

Met als gevolg dat het beeldje ook geen laatgotisch beeldje kan zijn.

                                                                                                                                                

Vergelijking met de Hlg. Balbina uit Millen (Dtsl.)

Een belangrijke rol als inspiratiebron voor de beeldensnijder lijkt te zijn weggelegd voor het beeld van de Heilige Balbina uit Millen. De afbeelding van Balbina uit de catalogus van de tentoonstelling over Jan van Steffeswert in 200011 zette mij op het spoor.

Vergelijken we het beeldje met Balbina, dan zien we het onder andere het volgende.

De ogen van Balbina zijn typisch voor de middeleeuwen: hoog opgetrokken wenkbrauwen met een vrij lichte bolling van de wenkbrauw naar het ooglid. De ogen van het beeldje hebben een meer natuurlijker verloop van de wenkbrauw naar het ooglid.

De hoofdbedekking van het beeldje en die van Balbina zijn vrijwel identiek. Als men halfedelstenen op de hoofdbedekking van Balbina

zou aanbrengen ontstaat de hoofdbedekking van het beeldje. Ik heb tot heden geen andere beelden met een vergelijkbare hoofdbedekking aangetroffen. Bij een oppervlakkige beschouwing lijken de decoraties op het hoofddeksel van het beeldje iets weg te hebben van de met juwelen bezette “Tudor” hoofdbedekkingen van na 1560. 

Toeval? De hoofdbedekking van het beeldje kan niet aan een bepaalde stijlperiode worden gekoppeld. Volgens deskundigen is de hoofdbedekking een eigen bedenksel van de beeldensnijder.


Beeldhouwer Jan van Steffeswert Bonnefanten museum

Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht

Zeer interessant is de haardracht. De krullen in het haar op de rug van het beeldje lijken op het eerste gezicht zeer opmerkelijk op de krullen van Balbina door de gelijke golflengte en de manier hoe ze zijn gesneden. Maar er zijn verschillen. Bij het beeldje zijn de golven van de verschillende haarstrengen tegenovergesteld aan elkaar (in tegenfase). Bij Balbina gaan de golven bij alle strengen allemaal de zelfde kant op (in fase). Het kan haast niet anders dan dat de beeldensnijder de haarval heeft nagetekend en vervolgens een eigen uitvoering aan heeft gegeven.

De los vallende haardracht is op zich niet vreemd omdat het zeer waarschijnlijk de dracht voor burgervrouwen was. Bij andere beeldensnijders zoals Tilman Riemenschneider kan men een soortgelijke haardracht ook zien.

 

Een punt van overeenkomst is de schouderbedekking. Waar het bij Balbina nog een aan de kraag aangezet deel is werd het met behoud van de basisvorm bij het beeldje geïntegreerd met de kraag van het lijfje.

 

Vanwege deze details lijkt het er sterk op dat de houtsnijder Balbina uit Millen heeft gebruikt als een van zijn inspiratiebronnen. Dat zou er op kunnen wijzen dat de beeldensnijder in die regio gewerkt of afkomstig was. Immers, Balbina in Millen werd niet aanbeden en was alleen lokaal bekend. Ook was Millen was geen bedevaartsplaats.

 

Andere overeenkomsten

De zeskantige schijven op de hoofdbedekking links en rechts bij de oren zijn veel voorkomende decoraties uit 15e en 16e-eeuw. Zij komen o.a. ook voor op een geschilderd zijluik van het passieretabel in de St Trudokerk in Opitter (B) uit 1540 en op het beeld van Maria Magdalena in Maastricht. Het borststuk met opvallende gepunte kraag en onderlijfje is ook bij de H. Lucia in Leuven te zien.

 

Gezien de verschillende speciale kledingdetails en de versiering van de hoofdbedekking kan het niet anders zijn dan dat de beeldensnijder zich ook heeft laten inspireren door schilderijen. Door schilderijen in musea te bekijken neem ik aan tenzij de beeldensnijder naar binnen kon lopen bij alle rijken in Europa die hun vrouw hadden laten portretteren. Aangezien het eerste openbare museum er pas einde 17e-eeuw in Engeland kwam (het eerste Nederlandse museum is het Teylermuseum dat volgde in 1784 en in Frankrijk het Louvre dat na de Franse revolutie werd gesticht) pleiten de vele kledingstijlen voor een datering na 1800. Hier is weer een aanwijzing dat de beeldensnijder niet in de late middeleeuwen leefde.

 

Ik vat de bevindingen rond de kleding als volgt samen.

De stijlkenmerken van de kleding beslaan meerdere stijlperioden. Sommige kledingdetails zijn niet dateerbaar. De maker van het beeldje heeft zich niet gehouden aan de kledingtraditie van zijn laatgotische collega’s. Hij had kennelijk onvoldoende kennis over middeleeuwse kleding of hij vond het niet mooi genoeg. Hij heeft zich laten inspireren door middeleeuwse beelden en schilderijen uit latere perioden. Vervolgens heeft hij daarvan gewoon overgenomen wat hij mooi vond. Van enkele belangrijke kledingelementen dateert de stijl van ver na 1535/1540, hetgeen ook in de veilingcatalogus is vermeld.

Buxus

Volgens mededeling van de deskundige van het Bonnefantenmuseum is het hout van het beeldje niet gedetermineerd en heeft men aangenomen dat het buxus was omdat “dit soort kleine beeldjes vaak uit buxushout werden gemaakt”10. 

Deze uitspraak bracht mij tot de volgende belangrijke vraag, die niet direct beantwoord kan worden: kende Jan van Steffeswert buxushout?

Buxus moest worden ingevoerd vanuit Zuid-Europa. Jan van Steffeswert gebruikte vooral lokaal hout voor zijn beelden. Dat kan er op wijzen dat Jan geen of sporadisch contact had met de internationale houthandel. Dat maakt de kans klein dat Jan het bestaan van buxus kende. Gebruik in de middeleeuwen in het Rijn-Maasgebied en in Brabant van buxus voor beelden is mij niet bekend. Het beeldje zou dus het enige middeleeuwse beeldje van buxus zijn dat in de wijde omgeving van Maastricht (België en Nederland) werd geproduceerd rond 1500.

Vanaf het eerste kwart van de 19e eeuw werd buxushout een populaire houtsoort voor kleine beeldjes en ander klein luxe houtsnijwerk. Hetgeen resulteerde in een groot aanbod van onder andere beeldjes in middeleeuwse en renaissance stijl door de kunsthandel. Daarbij werden illegale praktijken12 zoals nagemaakte monogrammen niet geschuwd om de koper te stimuleren tot kopen. Dit maakt de 19e-eeuw als datering voor het beeldje zeer aannemelijk.  Deze constatering wordt versterkt door het museumbezoek van de beeldensnijder. Anselm von Rothschild kocht het beeldje tussen 1848 en 185313. De periode 1845-1853 zou daarom een aanvaardbare schatting voor de datering van het beeldje kunnen zijn.

Anselm von Rothschild moet geweten hebben dat het beeldje nagemaakt middeleeuws was vanwege de belachelijk lage koopsom13, die omgerekend nu € 830 zou zijn. Anselm vond het mooi; datering was kennelijk minder belangrijk voor hem. Franz Schestag helpt de echte leeftijd van het Costumefigürchen te verdoezelen met een uitgebreide beschrijving van het postament met nagemaakte 16e-eeuwse Limogestijl plaquettes.4

 

De inscriptie IAN

De onderrand van de mantel is voorzien van decoraties. Aan de achterzijde van het beeldje is in de onderrand van de mantel de inscriptie IAN gesneden. Dat is een nadere bestudering waard.

 

In de figuur heb ik bij de naaminscriptie de plaatsen aangeduid waar sporen van de gedeeltelijk weggesneden oorspronkelijke decoratie aanwezig zijn. Links daaronder heb ik de originele inscriptie van Jan van Steffeswert ingetekend en rechts zoals de vervalste inscriptie eruit ziet.

Het feit dat er oorspronkelijk een decoratie op de mantel heeft gezeten toont aan dat de beeldensnijder niet de bedoeling had daar zijn inscriptie aan te brengen. Immers, geen enkele vakkundige beeldensnijder maakt eerst een fraaie decoratie om die later slordig weg te snijden en te vervangen door zijn inscriptie terwijl hij weet dat er op de dan nog lege sokkel volop plaats is voor die inscriptie. Traditioneel is het snijden van zijn inscriptie de laatste bewerking aan het beeld door de beeldensnijder.

 

De inscriptie zelf is geen correcte weergave van de signatuur van Jan van Steffeswert. De signatuur en het vlak er om heen missen de zorgvuldigheid van bewerken die op de rest van het beeldje aanwezig is. Het verloop van de mantelrand is onnatuurlijk scherp geknikt. Duidelijk het werk van een andere en minder vaardige houtsnijder en naderhand aangebracht.

 

Beeldhouwer Jan van Steffeswert Bonnefanten museum Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht


Plaats van de inscriptie IAN

Bij een net voltooid beeldje is de sokkel nog geheel leeg, dus er is voldoende plaats om daar als laatste handeling een signatuur in te snijden. Jan laat bij zijn andere gesigneerde werken zien dat hij trots is op zijn werk en daarom zijn naam/signatuur op een duidelijk zichtbare plaats aanbrengt, gewoonlijk op de sokkel. Het beeldje is in alle opzichten een object om trots op te zijn en desondanks bevindt de signatuur zich op een nauwelijks waarneembare plaats: in een plooi in de mantel aan de achterzijde van het beeldje.

De plaats van de inscriptie past niet bij Jan van Steffeswert.

 

De keuze voor de plaats van de signatuur laat zien dat de vervalser minder goed bekend was met de gewoonte van Jan van Steffeswert om zijn inscriptie op een duidelijk zichtbare plaats te zetten of het misschien wel wist maar dat de andere tekens (Dürer-monogram, 1510, P en R) op de sokkel hem noopten een afwijkende plaats te kiezen voor de signatuur.

 

Als ik alle feiten bij elkaar neem is mijn conclusie dat er sprake is van een slecht nagemaakte signatuur IAN van Jan van Steffeswert, die bovendien is aangebracht op een manier die een echte beeldensnijder niet zou doen.

 

Wanneer kan de IAN-signatuur zijn aangebracht

Ik ben er van overtuigd dat het beeldje in 1938 zeer zorgvuldig werd onderzocht. Op de ZDK-kaart staat niets over een IAN-inscriptie. In 1979 wordt er evenmin over gerept. Dat zou kunnen impliceren dat de vervalste inscriptie tussen 1979 en 2020 zou zijn ingekerfd, maar dat is allerminst zeker.

Het is mogelijk dat de signatuur er eerder was, maar minder goed te zien door opgehoopt stof en andere vuilresten. Een natuurlijke of een opzettelijk aangebrachte vervuiling? Het blijft gissen naar de datum van de signatuur.

 

Na de tentoonstellingen in Hasselt (1961), Stevensweert (1966 en 1988) en Maastricht (2000) is de naamsbekendheid van Jan van Steffeswert veel groter geworden. Daarvoor was Jan van Steffeswert een weinig bekende beeldensnijder van wie men niet wist hoe groot zijn productie geweest kon zijn. Dat kunnen redenen zijn geweest voor de vervalser om Jans signatuur te gebruiken. De signatuur zou dan van een tamelijk recente datum kunnen zijn.

 

Andere aangetroffen inscripties

Op de sokkel staan ingesneden het Dürer-monogram, het jaartal 1510 en de letters P en K. Deze inscripties werden in 1860 genoemd in de Ausstellingskatalog, maar bleken al aanwezig bij de aankoop door Anselm von Rothschild13. In principe zeggen de inscripties niets over de echte datering van het beeldje. In aanmerking nemende de uitvoering en hun plaats op de sokkel ga ik er van uit dat het Dürer-monogram en de datum door de beeldensnijder zijn aangebracht. De P en R zijn er later opgezet door een andere houtsnijder.

 

Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht


Albrecht Dürer (1471-1528) is vooral bekend geworden door zijn houtsneden en gravures waarvan de prenten ook in boekvorm werden uitgegeven. Hij signeerde zijn werk met dit monogram. Echter, Dürer heeft geen beelden gemaakt.

Het monogram van Albrecht Dürer werd veel nagemaakt om mensen te overtuigen dat het (veel jongere) kunstobject door Dürer was gemaakt en dus zou dateren uit de periode van rond 1500. Het object zou daardoor veel waard worden. In de loop der tijd is het Dürer-monogram meerdere keren populair geweest als “decoratie”.

Het aantreffen van het Dürer-monogram op de “Rijk geklede dame” is op zich al een bewijs dat het beeldje van een latere datum is.

Een bewijs dat het vervalsen met Dürer vaker gebeurde is een beeld van Maria met kind, eveneens uit de verzameling van Anselm von Rothschild en nu in het Metropolitan Museum. Dit buxushouten beeld heeft ook het Dürer-monogram op de sokkel4.

 

Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht

Het jaartal 1510 werd waarschijnlijk tegelijk met het Dürer-monogram gesneden. De 5 komt niet overeen met de 5 zoals Jan van Steffeswert gewoonlijk sneed.

 

Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht

De hoofdletters P en R zouden het monogram van de beeldensnijder kunnen zijn. Of misschien toch niet.

 

Pierre Raymond was een bekende 16e-eeuwse tekenaar en emailleur uit Limoges. Raymond signeerde zijn werk met het monogram P R.  Van Raymond is bekend dat zijn monogram op grote schaal werd nagemaakt, met name in de 19e eeuw.

Is er een verband tussen het monogram van Pierre Raymond en het beeldje? Het kan zijn dat het beeldmerk van Pierre Raymond er op gezet is als zijnde het beeldmerk van de beeldensnijder. Maar het doet er eigenlijk niet toe want het enige dat telt is dat er 2  beeldmerken op staan. Daarvan is er in ieder geval 1 namaak en dat feit is voldoende om aan te nemen dat de datering “late middeleeuwen” niet klopt.

 

Het is opmerkelijk te noemen dat Baron Anselm von Rothschild in zijn collectie ook een door Pierre Raymond gesigneerde geëmailleerde schaal had. Hij leende de schaal uit voor de  Ausstellung van 1860 (Katalog nr 220 op blz 48). Franz Schestag beschreef de schaal in zijn “Katalog”4 onder Limogen nr 7. Omdat Imoges-email in die tijd ook op grote schaal werd nagemaakt, bestaat de kans dat deze schaal ook namaak is.

 

In 1869 verscheen in het Monatschrift für Kunst und Kunstgewerbe in Wenen een artikel over namaakkunst12. De auteur meldde dat vanwege de grote vraag naar originele kunstobjecten en de hoge prijs ervan in Europa een gehele namaakindustrie van kunstobjecten in laatgotische en renaissance-stijl was ontstaan. Om de datering geloofwaardig te laten overkomen werden ook monogrammen en andere trucs gebruikt om deze nieuwe voorwerpen een bijpassend ouder aanzien te geven. De auteur waarschuwde om goed op te letten bij een eventuele aankoop.

 

Een mogelijk vergelijkbaar geval

Een situatie die tot op zekere hoogte vergelijkbare vragen oproept is het beeldje van Maria met kind op de maansikkel van het St Mary’s College Oscott te Birmingham. Op de aangezette sokkel staat de inscriptie Ian van Weerd, Dat beeldje werd in 1839 door Augustus Pugin (de stichter van Oscott) in België aangekocht. Bij mijn navraag meldde de conservator van Oscott dat men geen andere informatie over het beeldje heeft. Volgens de conservator was Pugin vaak op zoek naar voorbeelden voor de houtsnijafdeling van het College. Wel staat vast dat Pugin ook in Luik is geweest.

Het met zeer fijne details gesneden beeld is van buxushout. Daarentegen is de sokkel met de inscriptie van notenhout. Geen enkele beeldensnijder maakt een beeld uit verschillende houtsoorten. Mogelijk is het een mariage van een nieuw beeld en een oude sokkel met daarop een signatuur waarvan niet duidelijk is of dat origineel of nagemaakt is. Zelfs als de sokkel van een origineel beeld van Jan van Steffeswert afkomstig zou zijn dan is dat nog geen bewijs dat het beeldje dat ook is.

 

Conclusies

Ik heb met de aandachtspunten zoals genoemd in mijn artikel “Dateren van laatgotische beelden” getracht de waarheid over de datering van het beeldje en wie het gemaakt heeft zo goed mogelijk te achterhalen. Ik ben onder andere tot de volgende conclusies gekomen.

 

De datering

Het conglomeraat van bestaande en niet-bestaande kledingstijlen, waarvan sommige kledingdetails pas in de mode kwamen na het overlijden van Jan van Steffeswert, laat duidelijk zien dat het beeldje geen laatgotisch beeldje is.

Het is duidelijk dat de beeldensnijder veel inspiratie heeft opgedaan door beelden en in openbare musea portretten te bekijken. Aangezien het eerste openbare museum in de 17e-eeuw ontstond wordt ook hiermee bevestigd dat het beeldje enkele eeuwen na de middeleeuwen is gesneden.

 

Het gebruik van buxushout indiceert dat het beeldje uit de 19e-eeuw stamt. Immers, er zijn geen andere (laatgotische) beelden van buxushout in een wijde omgeving van Maastricht aangetroffen. Dit maakt de 19e-eeuw als datering voor het beeldje zeer aannemelijk. Rekening houdend met de aankoop tussen 1848 en 1853 door Anselm von Rothschild zou 1845-1853 een aanvaardbare schatting voor de datering kunnen zijn. Dendrochronologisch onderzoek of een C14-meting zal uitsluitsel moeten geven over de “exacte” ouderdom van het beeldje.

 

Het feit dat het beeldje geen laatgotisch beeldje is sluit uit dat Jan van Steffeswert de beeldensnijder ervan kan zijn.

De uitvoering van het snijwerk laat zien dat er een ervaren houtsnijder aan het werk is geweest. De stijl van het beeldje past niet bij de stijl van de beelden van Jan van Steffeswert. Het beeldje is niet van de hand van Jan van Steffeswert.

 

Ten aanzien van de aangetroffen signatuur heb ik het volgende kunnen vaststellen.

Bij een net voltooid beeldje is de sokkel geheel leeg en biedt genoeg plaats om daar een signatuur in te snijden zoals Jan van Steffeswert gewoon was te doen. Bij dit beeldje is de inscriptie IAN op een moeilijk waarneembare plaats aan de achterkant in een plooi van de mantel aan de onderrand van de mantel aangebracht. Daarvoor was het bovendien nodig de oorspronkelijke decoratie op die plaats weg te snijden. Een beeldensnijder behoeft dit nooit te doen. Het wegsnijden is bovendien zeer onzorgvuldig gedaan waardoor onder andere restanten van de decoratie zichtbaar zijn. De inscriptie zelf is ook slordig gesneden, Niet passend bij de zorgvuldige afwerking van het beeldje. Mijn conclusie is dat er sprake is van een slecht nagemaakte signatuur IAN van Jan van Steffeswert. De nagemaakte signatuur IAN werd mogelijk na 1979 aangebracht. 

De aanwezigheid van het Dürer-monogram wijst er op dat men al voor 1845/1853 heeft getracht het beeldje door te laten gaan als een laatgotisch beeldje. Dat impliceert dat het beeldje van latere datum is dan de middeleeuwen.

De beeldensnijder lijkt duidelijk ook te zijn geïnspireerd door het beeld van de heilige Balbina uit Millen (D) en in het bijzonder door de hoofd- en schouderbedekking en de haardracht. Balbina werd en wordt niet aanbeden en geniet alleen lokale bekendheid. De beeldensnijder is daarom mogelijk uit deze regio afkomstig of heeft hij er gewerkt. Misschien was hij als houtsnijder werkzaam in de omgeving van Luik.

 

Mijn eindconclusies zijn deze. Dit fraaie beeldje is een midden-19e-eeuws beeldje van een hoogzwangere jonge vrouw gestoken in middeleeuws aandoende kledij. Het beeldje is het werk van een onbekende beeldensnijder die zeer waarschijnlijk in de omgeving van Luik werkzaam was. Het beeldje werd op enig moment voorzien van een nagemaakte signatuur van Jan van Steffeswert.

Ik benadruk dat dit mijn conclusie is. Een C-14-meting zal moeten uitwijzen wat de werkelijke leeftijd kan zijn.

 

Mijn dank gaat uit naar een ieder die mij op enige wijze heeft geïnspireerd bij het onderzoek.

 

Literatuur

 1. P. te Poel: Een voltreffer in Maastricht, Bulletin van Vereniging Rembrandt, 2020

 2. Jeremy Warren, Sculpture in the Waddesdon Bequest; in: Pippa Shirley en Dora Thornton, A Rothschild Renaissance:

     A New 8 Look at the Waddeston Bequest in the British Museum, Research Publication 212, 2017

 3. Wiener Alterthums-Vereine: Ausstellungskatalog für die Ausstellung von Kunstgegenständen, 1860

 4. Franz Schestag: Katalog der Kunstsammlung von Freiherr Anselm von Rothschild in Wien, vol 1, 1866

 5. ZentralDepotKarteien Wenen; Registratiekaart nummer A.R.2458, AR-XIII-85-059 en AR-XIII-85-070

 6. Veilingcatalogus van “the Ernest Brummer Collection”, 1979 Zürich, uitgever Gallerij Koller, Zurich, 1979

 7. Website Blumka Art Gallery, New York; www.blumkagallery.com

 8. E. Rosenberg en B. Haan, Was de “Rijk geklede dame” gestolen door de Nazi’s? in het NRC van 01-10-2022

 9. W.J. van Dort, Dateren van laatgotische beelden in Blog van ornamentsnijder Patrick Damiaens, januari 2022

10. Correspondentie met deskundigen van verschillende musea en andere deskundigen

11. Tentoonstellingscatalogus op de drempel van een nieuwe tijd, uitgever Bonnefantenmuseum 2000

12. Über Fälschung alter Kunstgegenstände, in Mitteilungen des k.k. Museum für Kunst und Industrie no 50, 15 nov 1869, 17-24

13. Bric-a-Brac, A Rothschilds memoir of collecting; in: Michael Hall, Apollo Magazin jul & aug 2007

14. Westgarth M.W. A biographical dictionary 19th c antique and curiosity dealers, 2009

 

Fotoverantwoording

Foto 2. Rijke dame op postament 1938, foto ZDK

Foto 4. Zwangere vrouw, foto orthopaedicsurgeon

Foto 5. W. van Dort

Foto 6. Veilingcatalogus lot 145

Foto 7. Hlg. Balbina, foto Dr. U. Schäfer, Moers

Foto 8. Dr. U. Schäfer en Bonnefanten     

Foto 9. Portret Agnes von Hayn 1543 door Lucas Cranach jr,  foto Staatsgalerie Stuttgart

Foto 10. Bonnefantenmuseum met ingetekende markeringen van Willem van Dort 

Foto’s 1, 3, 11, 12 en 13. het Bonnefantenmuseum.

 

Willem van Dort

22-2-2023, Echt

Beeldhouwer Jan van Steffeswert Bonnefanten museum Dateren van laatgotische beelden: Een beeldje met een twijfelachtige afkomst | Jan van Steffeswert, Bonnefanten Museum Maastricht
https://www.patrickdamiaens.info


donderdag 2 februari 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

 

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs |
Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Traditiegetrouw hoogtepunt van de opleiding houtsnijden is een uitstap naar Parijs, dit gebeurd steeds op het laatste weekend van januari of op het 1ste weekend van februari. Dan is er het fameuze ' Les portes ouvertes de 'L’école Boulle'. 

Door toedoen van Covid-19 was het alweer van 2020 geleden dat er nog eens de mogelijkheid bestond voor een bezoek aan deze school/opleiding. Na een aantal jaren afwezigheid heb je dan toch weer die onstuitbare drang om je richting Rue Pierre Bourdan in Parijs te begeven.

Met een 7-tal cursisten houtsnijden en geïnteresseerden in mijn kielzog trok ik op 28 januari richting Parijs. Les Portes ouvertes de l' école Boulle blijft voor mij nog steeds een bijzondere dag.

We verplaatsen ons met de Thalys hogesnelheidstrein vanuit Brussel naar de Franse hoofdstad, een treinrit van 1:20 uur. Tip, mocht je willen besparen op parkeren in de ondergrondse parking van Brussel Zuid? Reserveer dan je parkeerplaats online het scheelt al snel 10-13 Euro voor een dag. 

In het treinstation Paris-Nord nemen we de Metro richting Faubourg Saint Antoine. Voor hen die het even op de kaart willen opzoeken, het stadsdeel Faubourg St-Antoine situeer je ongeveer tussen Place de la Bastille en Place de la Nation.

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023


Dan te voet door Faubourg St-Antoine naar de school met een korte tussenstop bij waarschijnlijk de mooiste gereedschapswinkel van Frankrijk 'Outillage Gaignard Millon', een plaatje.

Sinds de 17de eeuw was dit Parijse stadsdeel het historische hart van de meubelindustrie. Af en toe ontdek je het kleine charmante atelier van handwerkslieden, een houtsnijder, een vergulder, een restaurateur... Het is een bijzonder mooi en authentiek Parijs en is vrijwel ongekend bij de globale toerist, onderweg nog even bij de plaatselijk bakker een Viennoiserie kopen en we begeven ons naar L'école Boulle.

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023


École Boulle vindt zijn oorsprong aan de Rue Reuilly en werd opgericht in 1886. Deze school was bedoeld omdat aan de grote vraag naar hoog opgeleide professionele meubelmakers, timmerlieden, houtsnijders, marqueteurs, bronsgieters, enz... te voldoen. In 1891 beslist men de school te verhuizen naar de Rue Pierre Bourdan, en het is tot op de dag van vandaag nog is ze een internationaal gerespecteerde mythische plaats van tradities en vernieuwingen.

Deze instelling krijgt op dat moment ook zijn naam ' L'école Boulle ' als eerbetoon aan de meest bekende meubelmaker uit de Lodewijk XIV periode, André-Charles Boulle (1642-1732).

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023
Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs |
Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Onze grootste aandacht gaat natuurlijk uit naar de afdeling ornamentsnijden en beeldhouwen maar de andere afdelingen van deze school zijn echt ook bijzonder en zeker de moeite waard om te bezoeken, al was het maar uit pure nieuwsgierigheid of uit persoonlijke interesse.

De stoelmaker, marqueteur, medaillongraveur, goudsmid, verzilveren, etc... een korte opsomming van enkele métiers een waar feest voor het oog, en allemaal bijzonder interessant. Je ziet ook oude technieken en kennis toegepast op ambachtelijke hedendaagse objecten. Hier past absoluut de term innovatie bij.

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023


Na dik twee uurtjes ' L'école Boulle' is het voor een aantal cursisten tijd om te ontladen. We zetten onze tocht verder met metro lijn 8 richting Place de Voges, ook hier stoppen we even bij de bakker voor de nodige suikers. 

In de namiddag (tussen 14:00-17:00 uur) stonden een bezoek aan Musée Cognacq-Jay en Hôtel de Soubise (Archives National) op het programma. Beide Musea zijn gratis te bezoeken. Na het educatieve kon het culinaire onderdeel niet ontbreken en hebben daar een aantal maal met plezier van gebruik gemaakt. 

Volgens Google Maps, hebben we die dag 8 Km gelopen. Om 20:55 namen we in Paris-Nord de laatste Thalys trein. Voldaan en moe stonden we 1:20 minuten later weer op het perron in Brussel Zuid.

(Met dank aan mijn cursisten voor het beeldmateriaal)

Een kort fotoverslag : 

L'école Boulle, 

Hôtel de Soubise en Museum Cognacq-Jay

______________________

____________

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023



Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023




Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023






Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023
Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs |
Portes ouvertes L'école Boulle 2023


Hôtel de Soubise

______________

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023











Musée Cocnacq-Jay

_____________________





Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023

Met een aantal cursisten OPLEIDING HOUTSNIJDEN naar Parijs | Portes ouvertes L'école Boulle 2023
https://www.patrickdamiaens.info