WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

zaterdag 9 augustus 2014

Een Groene Man of bladmasker als ornamentale versiering | De Bamberg Green Man | DE ACANTHUS MAN

De Groene Man of Acanthus Man
Groene Man is de Nederlandse vertaling van het Engelse begrip 'Green Man'. Hoewel minder bekend dan in omringende landen zijn groene mannen ook in Nederland en België regelmatig aan te treffen. In de literatuur wordt het ook wel een bladmasker of acanthus man genoemd.


'De Bambergse Ruiter', rechtsonder de 'Bamberg Green Man'

Nog niet zo lang geleden was ik voor een aantal dagen te gast in Bamberg  gelegen in het noorden van de Duitse deelstaat Beieren. Het historische centrum van Bamberg is bijzonder fraai en heeft veel te bieden, zeker op cultureel vlak en heeft een groot aantal historische gebouwen, musea en kerken.
Een van de bezienswaardigheden die niet mocht ontbreken op mijn lijstje van 'things to see' was de Groene Man of Green Man in de Dom van Bamberg. 

De groene Man uit de Dom van Bamberg is een ornament - console uit zandsteen dat als functie heeft de Bambergse ruiter, een fraai beeldhouwwerk uit de ca. 1240 te ondersteunen. De Bamberg Green Man console uit de 13de-eeuw is opgebouwd uit een acanthusblad motief en heeft zelfs een sympathiek menselijk uitzicht, dit type van ornament is een erg  mooi voorbeeld, het is één van mijn persoonlijke favorieten.

Ornamentiek
Een Groene Man is meestal een ornamentele toevoeging of versiering.
De meeste Green Men zijn te vinden in christelijke kerken, de overgrote meerderheid te vinden in Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland en werden voornamelijk  in de westerse architectuur van de 11e tot aan de16e eeuw toegepast. ze zijn niet altijd goed herkenbaar of vaak zijn ze verstopt achter koorgestoelte of verwerkt hoog in de structuur van het plafond, maar meestal zijn ze gewoon in het zicht en dit op kolommen, consoles of boven de belangrijkste deuropeningen.  
In termen van grootte, kunnen ze variëren van levensgrote om kleinere afbeeldingen. Ze kunnen ook worden teruggevonden, hoewel minder vaak, op andere wereldlijke en kerkelijke gebouwen of als decoratie op de graven en herdenkingsmonumenten.
In het interieur kan een Groene Man aanwezig zijn vervaardigd uit stucwerk of voorzien zijn van polychromie. Ook komen er afbeeldingen voor in hout verwerkt in kerkmeubilair.
 
Het is bijna steeds een menselijke kop, maar ook dierfiguren komen voor. Uit de gezichtsopeningen groeien takken met bladeren of is opgebouwd uit acanthusbladeren.

Bamberg, Op de achtergrond de Dom van Bamberg



De dikwijls woest uitziende figuren werden aangebracht om de boze geesten weg te houden. Het gebruik is reeds vele eeuwen in heel Europa bekend. Kelten, Grieken en Romeinen kenden al koppen met plantengroei uit de gezichtsopeningen. Ook bij oude Aziatische en Amerikaanse culturen kwamen ze voor.

De Groene Man wordt door sommigen gezien als het archetype van de productieve mannelijke energie van de aarde. In de oude mythologie van veel culturen is hij de metgezel van Moeder Natuur, en het zou hun wellustige vereniging zijn die de aarde elk voorjaar opnieuw vruchtbaar maakt.
Ook de Christusfiguur werd wel als Groene Man afgebeeld, naast een gevlochten doornenkroon groeien er dan bladeren uit het hoofd.

In Engeland is de Groene Man een populair onderdeel van de traditie. Nogal wat pubs heten The Green Man, naar de afbeelding bij de ingang. In een Schotse kerk, de Rosslyn Chapel in Roslin bij Edinburgh, zijn meer dan 100 afbeeldingen van een Groene Man te vinden.


 Hier enkele afbeeldingen van de Bamberg Groene Man
__________________________________




De Bamberg Green Man - Groene Man


WEBSITE  DOM VAN BAMBERG



http://www.patrickdamiaens.be

dinsdag 8 juli 2014

Het MEINHOLD Familiewapen in hout | De Familie Meinhold | Familieblazoen in hout gesneden

Familiewapen in hout laten snijden

Patrick Damiaens
Heraldisch Houtsnijder

MEINHOLD Familiewapen
in hout gesneden
__________________
___________
Heraldische Familiewapens in hout gesneden is één van mijn specialiteiten. Het is steeds weer een persoonlijke uitdaging een familiewapen in hout te mogen snijden. Heraldiek is een zeer interessant onderwerp en ik kijk er ook altijd graag naar uit om aan een nieuwe opdracht voor een heraldisch wapen te mogen beginnen.
Je leert interessante mensen kennen die je boeien met elk 'hun' fascinerend familieverhaal of geschiedenis. En voor mij persoonlijk is het altijd fijn te horen dat ze mijn vakmanschap en kwaliteit enorm weten te waarderen.

Elk heraldisch wapen is anders. Meestal begint het met een voorbeeld als inspiratiebron dat in de vorm van een tekening, oude schets of fotomateriaal door de klant wordt aangeleverd.





De familie Meinhold
______________
__________

Waar komt de naam vandaan?

De familienaam Meinhold komt voor het eerst voor in een oorkonde van 12 mei 1403 van de kerk in Sankt Lorenzen im Mürztal, ongeveer 60 km ten noorden van Graz. In de tekst is sprake van ene Paule Meinhold, die een door zijn vader geërfde molen aan de Mürz bezat. Diezelfde molen wordt in een oorkonde van 1347 omschreven als 'die waar Rudolf verblijft'. Omdat familienamen in die tijd niet gebruikelijk waren, is het niet zeker of Rudolf een voorouder van Paule Meinhold was. De familienaam is dus mogelijk tussen 1347 en 1403 ontstaan.



De naam Meinhold is afgeleid van de woorden 'magin' en 'walt'. Magin betekent 'gevolg, stam/familie of macht'; walt is op zijn beurt afgeleid van het werkwoord 'walten' (heersen, regeren …). Waarschijnlijk betekende Meinhold dus 'hij die over de stam/familie of macht heerst'.


Helm en helmteken in hout

Welk beroep beoefenden de eerste Meinholds?

Omdat de Meinholds een molen bezaten, waren het mogelijk molenaars of smeden, of allebei. De waterkracht van de molen diende immers voor de aandrijving van zowel maalstenen als zware hamers voor een smederij. In de 18de eeuw werd de molen effectief als maalmolen en smederij aangeduid.



Door de aanwezigheid van rijke ijzerertslagen tussen de rivieren Mürz en Enns werd ijzer trouwens al van oudsher bewerkt in het Mürzdal. De eerste historische oorkonde over de bewerking van het ijzer stamt ook van deze streek. Over de Taurisci lezen we al dat ze rond 400 v Chr. wapens smeedden en aan de Romeinen verkochten, toen ijzer in Noord-Europa nog onbekend was.



Waarom wonen er geen Meinholds meer in het Mürzdal?

200 jaar nadat Paule Meinhold zijn erfrecht op zijn molen liet bevestigen, verschijnt in het Mürzdal een keizerlijke commissie. Op 25 juli 1600 dwong zij de bewoners, waarvan een groot deel de reformatie-ideeën aanhing, zich opnieuw tot het katholicisme te bekeren. Veel families werden in de ellende gestort. Als gevolg hiervan weken onafhankelijke mensen met aanzien uit naar protestantse rijkssteden en Saksen. Zo emigreerden de Meinholds naar Saksen via het Ertsgebergte (Bohemen). In de loop van de 17de eeuw verdween de familienaam uit het Mürzdal en de naburige steden.



Uit: ‘Beitrag zur Chronik der Familie Meinhold’ (Eberhard Meinhold, Dresden, 1907)


familiewapen Meinhold

Het wapen?

Het wapenschild komt voor het eerst voor in een oorkonde van 1709, maar de eigenlijke ontstaansdatum is niet gekend. Tevens is dit wapenschild niet het enige van de Meinholds aangezien twee familietakken later een eigen wapen voerden. Het blauwe schild met anker werd vermoedelijk voor het eerst gebruikt door Christian Meinhold op 1 juni 1709. Hij was apotheker in Stettin (het huidige Szczecin in Polen), maar werd in Gera (Saksen) geboren. Men vermoedt dat wederom religieuze motieven ertoe hebben geleid dat hij uitweek naar Noord-Duitsland. De meeste Meinholds waren immers smeden of dominees.



Spijtig genoeg is niets geweten over de gebruikte motieven op het wapenschild. Volgens de heraldiek zouden ze als volgt geïnterpreteerd kunnen worden: het anker symboliseert de trouw, de rozen staan vermoedelijk voor de waarheid. De oude wapenspreuk 'Treu und Wahr' (trouw en waar) lijkt dat te bevestigen. De Meinholds zouden dus trouw en waar (d.w.z. altijd zichzelf zijn) gebleven zijn.




Het Familiewapen MEINHOLD in hout gesneden,
de verschillende stappen 
______________________
_____ door Patrick Damiaens
 
ontwerp van het helmkleed


Het modelleren van het helmkleed


 


Het linkerdeel van het helmkleed



Het helmteken van Meinhold in hout gesneden

Het Familiewapen Meinhold in hout gesneden

Familiewapen in hout met heraldische kleuren

Meer informatie
http://www.patrickdamiaens.be

dinsdag 1 juli 2014

Een bezoek aan het Kasteel van Versailles | Château Versailles | Houtsnijwerk, Ornamenten en Lodewijkstijlen

 
Versailles, tuinzicht met Orangerie
 

Een bezoek aan het Kasteel van Versailles

Het was weer enkele jaren geleden (2011) dat ik nog eens een daguitstap maakte naar het Château de Versailles dat gelegen is net buiten Parijs. Door de jaren heen ben ik een beetje de tel kwijtgeraakt, maar je eerste keer vergeet je nooit. Dat was in 1988 toen ik nog studeerde voor houtornamentist in Luik, sindsdien heeft Versailles een blijvende indruk op me nagelaten. Soms bezocht ik het kasteel met zijn tuinen geheel alleen of samen met mijn familie of vrienden, maar dit keer was ik in gezelschap van een aantal cursisten die de avondcursus ornamentsnijden bij me volgen. 
Wat me opviel, het wordt er met het jaar drukker. In het hoogseizoen krijgt Versailles tussen de achttien en twintigduizend bezoekers elke dag. Bijzonder onaangenaam met momenten.

Naar Versailles

Het is maar 1 uur en 20 minuten met de’Thalys' naar de Franse hoofdstad Parijs,en vanuit het eindstation 'Paris-Nord' nemen we de RER lijn B en C richting Versailles. De tijd om tot in Versailles te geraken neemt 50 minuten in beslag.

Met een passeport ‘Grandes Eaux Musicales Versailles’ (25 Euro)  krijg je toegang tot alle châteaux op het domein, de tuin, tijdelijke exposities en inbegrepen in de prijs is een audioguide, een echte aanrader.



Le Grand Trianon, Versailles

Het is bijna onmogelijk alles te bezoeken wat het domein van Versailles te bieden heeft op één enkele dag. De daguitstap moet een beetje aangenaam blijven en je moet jezelf de tijd gunnen om al dat moois in je kunnen op te nemen, dus keuzes moeten gemaakt worden.

Een korte wandeling van 30 minuten door de tuin aan de zuidkant bracht ons eerst bij het 'Grand Trianon' waar in de 'Galerie des Cotelle' ten tijde van ons bezoek een tijdelijke expositie over de scheepsmaquettes van de Keizerlijke marine onder de naam 'Maquettes de la Marine impériale' gehouden werd .


Het lustpaviljoen werd gebruikt door de Koninklijke Familie om de strenge hofetiquette te ontvluchten. Het Grand Trianon ligt ten noorden, aan het einde van een dwarsarm van het Grand Canal en is omgeven door tuinen en een park. Het werd in de 18e eeuw verwaarloosd. Lodewijk Filip en later Napoleon III lieten het gebouw in ere herstellen. De appartementen bevatten salons, chambres en antichambres. De rechter­vleugel, waarin zich Lodewijk XIV, Madame de Maintenon en later Napoleon Bonaparte veel ophielden, laat verschil­lende stijlperioden zien.



De Apollofontein


Het volgende korte bezoek is het 'Petit Trianon' 
een klein juweel gebouwd door Gabriel in 1762.


Het Klein Trianon (Petit Trianon in het Frans) is een klein lustpaviljoen gelegen in de Franse tuin van het Kasteel van Versailles, niet ver van het Groot Trianon.Het paviljoen werd gebouwd tussen 1762 en 1768 door Ange-Jacques Gabriel als een klein kasteel met een vierkante plattegrond in de classistische stijl die toen opgang begon te maken. De vier gevels zijn onderling verschillend van stijl. De voorgevel heeft vier hoge Korinthische zuilen. Het Klein Trianon was een geschenk van Lodewijk XV aan Madame de Pompadour. 
Omdat zij echter vóór de voltooiing stierf, nam Lodewijk XV het gebouw in gebruik met Madame du Barry, een van zijn andere maîtresses. Marie-Antoinette kreeg het in 1774 cadeau van haar echtgenoot Lodewijk XVI. Het werd in 2008 uitgebreid gerestaureerd. Het Kleine Trianon en de achterliggende tuinen, waaronder de prachtige Franse tuin, zijn opengesteld voor publiek.

Le Petit Trianon, Versailles


Het kasteel van Versailles


Het kasteel van Versailles, van origine een jachtslot, werd in fasen gebouwd en verbouwd. Niet alle verbouwingen zijn behoorlijk gedocumenteerd en ook de kenners zijn het over de volgorde en datering niet altijd eens. Aan het kasteel is door opeenvolgende generaties meer dan driehonderd jaar gebouwd. Bijzonder aan het gebouw is dat de opeenvolgende Franse koningen het gebouw eerder aanvulden dan grondig verbouwden. Lodewijk XIV heeft veel moeite gedaan om de gevels die door zijn vader waren gebouwd te bewaren. 
Dat de stijl van Lodewijk XIII niet meer in de mode was deed er voor hem niet toe. De onder Lodewijk XIV gebouwde tuinfaçade is meer dan 350 meter lang en werd door het nageslacht ongewijzigd bewaard. De gevels aan de stadskant zijn wèl ingrijpend verbouwd maar Lodewijk XV en Lodewijk XVI bezaten niet de middelen om hun plan, naar ontwerpen van Gabriel, in hun geheel uit te voeren.

Kasteel van Versailles, zicht vanuit de tuin



In het interieur is veel uit de regeringsperioden van Lodewijken bewaard gebleven. Aan deze vertrekken in de stijl van de barok, de rococo en het classicisme zijn tussen 1830 en 1848 nog zalen en galerijen in de stijlen van de vroege 19e eeuw toegevoegd. Er zijn in het gebouw quasi-middeleeuwse romantische en neo-gotische schilderijenzalen ingericht.

De verschillende restauratieopvattingen van de 19e en 20e eeuw hebben ook hun sporen nagelaten. De vele beelden van het nationalistische en educatieve museum dat Lodewijk Filip in Versailles inrichtte zijn grotendeels verwijderd door latere conservatoren. Nu wordt het gebouw en het voorplein zo veel mogelijk teruggebracht in de toestand van 1789. Dus juist voor de Franse revolutie.

De pronkkamers van Lodewijk XIV


Zoals eerder opgemerkt, werd aan het kasteel door opeenvolgende generaties bijna continue gebouwd en verbouwd. Dit geldt niet alleen voor de gevels maar ook aan het interieur. Een totaalbeeld geven van deze interieurs is bijna onbegonnen werk afgezien van het feit dat sommige zalen zoals de Galerie des Glaces, zich niet laten beschrijven. In het verleden  heb ik al eens een blogitem geschreven over de pronkkamers van Lodewijk XIV ook wel de grote vertrekken genoemd, waarnaar ik bij deze graag verwijs.
Het zijn de ontvangst- en statievertrekken die zich op de eerste etage bevinden.
Voor de echte beleving kan ik alleen maar zeggen: ga er naar toe om Versailles zelf in ogenschouw te nemen.

BLOGITEM : LINK PRONKKAMERS Lodewijk XIV


Unesco
Dat Versailles nu op de UNESCO werelderfgoedlijst staat komt  door de goede smaak van de bouwheren, de visie van de architecten en  het vakmanschap van de uitvoerende ambachtslieden.
Die 10-duizend+ bezoekers per dag hebben kennelijk geen last van het Ikeaans syndroom.



Zicht vanuit Galerie Des Glaces, in de verte Le Grand Canal, 1670 meter lang

Een korte impressie van deze vermoeiende maar ook wel bijzonder aangename en leerrijke dag.
_______________________
_______________








Het interieur van het 'Grand Trianon'


De Galerie de Glaces, 'Spiegelzaal'

Slaapkamer van Louis XV en XVI, de kamer verder 'Pendulekamer'

De grote kamer van Madame Victoire


http://www.patrickdamiaens.be