WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

zaterdag 2 juli 2016

Het Nederlandse woonmagazine 'Herenhuis' | Herenhuis Magazine | Een rozet in hout snijden

Het Nederlandse woonmagazine 'Herenhuis' | Herenhuis Magazine | Een rozet in hout snijden
Het Nederlandse woonmagazine 'Herenhuis' | Herenhuis Magazine

Een bijzondere eer, het gerenommeerde Nederlandse woonmagazine 'Herenhuis' heeft reeds een 8-tal van mijn 'Ornamentsnijder' blogitems gepubliceerd. De eerste bijdrage in 'Herenhuis Magazine'  verscheen in het mei / juni nummer van 2015. Ondertussen zijn al een aantal blogitems de revue gepasseerd.
'Het familiewapen van Gravestein', 'Wat is een Festoen?', 'De Greenman', 'De Eierlijst',....

In de editie van juli/augustus 2016 verscheen het blogitem 'Een rozet in hout'


Het Nederlandse woonmagazine 'Herenhuis' | Herenhuis Magazine | Een rozet in hout snijden



Ik kan het bijzonder appreciëren dat een aantal van mijn blogitems een positieve impact hebben gehad en dat de redactie van 'Herenhuis' Magazine ze een tweede leven hebben gegeven en op deze unieke wijze vakmanschap, kunde, historie en geschiedenis terug in het daglicht plaatsen.

Deze 'redactionele' appreciatie geeft mij een gevoel dat ik de juiste weg heb ingeslagen en dat ik  in de toekomst verder zal werken aan de professionele publicatie van interessante blogitems.

Ik weet ook reeds met zekerheid  welk de volgende blogitems-thema's zullen zijn in de volgende Herenhuis edities van 2016, het is zeker de moeite een abonnee te nemen,  ik laat u graag verrassen.
In het nummer van Herenhuis juli/augustus verschijnt het blogitem: Een rozet in hout snijden.

Vanaf 2016 ook verkrijgbaar in de betere Belgische krantenwinkel.

Het Nederlandse woonmagazine 'Herenhuis' | Herenhuis Magazine | Een rozet in hout snijden
http://www.patrickdamiaens.be




Educatieve uitstap cursisten houtsnijden naar de kastelen van BRÜHL | Slot Augustusburg en jachtslot Falkenlust

Slot Augustusburg in Brühl | Jachtslot Falkenlust
Slot Augustusburg in Brühl | Jachtslot Falkenlust

Reeds vele jaren ga ik met een aantal cursisten, die de opleiding ornamentsnijden - houtsnijden bij me volgen, op onze jaarlijkse excursie. Château Versailles is in dit verband één zeer geliefde bestemming. Dit jaar heb ik voor de afwisseling gekozen voor enkele, prachtige Duitse bestemmingen.  Het leek ons een goed idee om eind juni 2016 een bezoek te brengen aan de kastelen van Brühl, namelijk het Slot Augustusburg en het jachtslot Falkenlust. Twee prachtige voorbeelden van Duitse Rococo niet ver van de Belgische grens die met recht op de Werelderfgoedlijst zijn opgenomen.
We hadden een beetje pech met het weer, want regen stond ongewild ook op het programma, en dat de gehele dag.
Met een aantal auto's gaan we richting Brühl, dat vlak bij Keulen is gelegen. Om een indicatie te geven van de afstand,  vanuit Maaseik naar Brühl was het 1:15 uur rijden en is dus bijzonder goed doenbaar voor mensen die niet graag lang in auto of autocar willen zitten.  Zelf heb ik deze prachtige rococo gebouwen die zoals gezegd Unesco werelderfgoed zijn, al zeker tien keer bezocht, maar in het gezelschap van een aantal cursisten is het toch net iets anders dan wanneer je deze paleizen alleen bezoekt. 

Er worden vragen gesteld door de cursisten, die ik probeer te beantwoorden, maar  ook persoonlijk leer ik steeds nieuwe weetjes en anekdotes bij over deze tijdperiode. Zoals altijd wordt mijn oog getrokken naar de fantastische rococo-composities, vormgegeven in steen, plaaster en hout. 

Slot Augustusburg in Brühl | Jachtslot Falkenlust
Jachtslot Falkenlust in Brühl


Jachtslot Falkenlust


Als eerste stond het jachtslot Falkenlust op het programma. Van oorsprong alleen voor de jacht met valken van de Keulse Aartsbisschop en Keurvorst Clemens August, later woonde zijn vriendin met zijn kinderen er ook. Het jachtslot opent zijn deuren om 10:00 uur. Zoals altijd is men bijzonder vriendelijk en correct aan het onthaal, en blij dat er een iets grotere groep mensen het jachtslot bezoekt. 
Aangezien we later die dag ook slot Augustusburg zou bezoeken kozen we voor een combiticket, prijs op dat moment (25/06/16) 12 Euro en reductie prijs 10 euro.  
Het gebruik van een audiogids is erg aan te raden en is in de prijs inbegrepen  En naargelang je persoonlijke interesse en intensieve gebruik van de audiogids moet je rekening houden dat het bezoek aan dit intieme jachtslot 1 tot 1:30 uur in beslag neemt.
Opgepast, er mogen geen foto's gemaakt worden in het jachtslot, idem in slot Augustusburg, zoals ik al zei, ze zijn zeer correct en op dit verbod om beeldmateriaal te maken word zeer goed nageleefd. Maar met wat opzoekwerk op het internet heb ik toch een aantal foto's van de Falkenlust rococo interieurs kunnen vinden..

Slot Augustusburg in Brühl | Jachtslot Falkenlust
Jachtslot Falkenlust in Brühl
Na dit bezoek terug de wagens in richting Slot augustusburg dat 5 min verder rijden gelegen is. De parkeerplaats van het slot (gratis op dat moment) ligt vlak aan het treinstation van Brühl. Praktisch dus als je ook nog een aantal uurtjes in Keulen wil  rondhangen, hetgeen we later op de dag dan ook gedaan hebben. Met een treinticket Brühl- Keulen heen en terug van 4,5 Euro en een treinrit van 15 min. sta je pal naast de Dom van Keulen, wat een luxe. 
Al helemaal als je bedenkt dat parkeren in het centrum van Keulen duur is, je een milieuvignet voor de auto moet hebben en de tijd die het kost om in het centrum van de stad te geraken,


De bezoeker die het geluk heeft een dag uit te kiezen 'zonder regen' zou ik willen voorstellen eerst Slot Augustusburg te bezoeken, de auto te laten staan op de reeds vermelde parking en te voet door het mooie park en bossen naar het Jachtslot Falkenlust te wandelen. 
Dit heb ik ook een aantal maal gedaan en die wandeling van 25 min. tot 35 min. Is best een aangename onderbreking.

Een impressie van deze wandeling naar het jachtslot in 2008

Slot Augustusburg

Het Slot Augustusburg te Brühl vlakbij Keulen geldt als één van de architectonische hoogtepunten binnen de Europese architectuur van de eerste helft van de 18de eeuw. De residentie van de Keulse Aartsbisschop en Keurvorst Clemens August van Beieren, uit het huis Wittelsbach, is één van de eerste rococo gebouwen in Duitsland. 
Met de bouw werd in 1725 begonnen door Johann Conrad Schlaun. Vanaf 1728 werd er verder aan de decoraties en interieurs gewerkt naar de ontwerpen van de Hofarchitect François de Cuvilliés.  Hij ontwierp de decoratie van de fassaden  en de paradekamer van August Clement in de Régence stijl en in laat-barok.
Slot Augustusburg in Brühl | Jachtslot Falkenlust

Aardig om te vermelden is dat François de Cuvilliés in België was geboren en zich in München verder ontwikkelde tot interieurarchitect, beeldhouwer en sierstucwerker.
Het pronkstuk van Augustusburg is het trappenhuis in de westelijke vleugel. Dit visuele en architectonische meesterwerk vol dynamiek en elegantie werd ontworpen door Johann Balthasar Neumann, (Hij ontwierp ook het trappenhuis in Würzburg).

Slot Augustusburg | Educatieve uitstap cursisten houtsnijden

Slot Augustusburg in Brühl | Jachtslot Falkenlust

Johann Heinrich Roth voerde de laatste afwerkingen aan dit interieur uit, zoals de Gardensaal die op de eerste verdieping versierd is met uitbundig sierstucwerk. 
Geheel passend bij de dure smaak van de opdrachtgever en de geest van de tijd werd stucmarmer, ook scagliola genoemd, toegepast op de pilasters en muren, vaak in combinatie met trofeeën en andere ornamenten, in plaats van marmer. Marmer werd als decoratie toen als te gewoon beschouwd.
De barokke tuin in Franse stijl uit 1728 is nog steeds in zijn oorspronkelijke vorm te bewonderen.
Het paleis is met zijn trap en zijn tuin één van de belangrijkste creaties van de Duitse barok.
Slot Augustusburg diende enkel als jacht- en zomerpaleis  voor de keurvorsten en werd vier tot zes weken van het jaar bewoond. De hoofdresidentie of woonplaatsen waren toen het Keurvorstelijk Slot en het Slot Poppelsdorf in Bonn.

Toen Clemens August in 1761 stierf, waren de werken aan de hoofdzalen nog in volle gang. Zijn opvolger Max Friedrich von Königsberg (1761-1784) voltooide de werken volgens de plannen van Clemens August. In 1768 was kasteel Augustusburg na een bouwtijd van meer dan 40 jaar af.
Met de Franse Revolutie verdween in 1794 het keurvorstendom Keulen. Franse troepen bezetten het kasteel en verkochten alle meubilair en inboedel. Toen Napoleon in 1804 het kasteel bezocht, vond hij het kasteel zo prachtig dat hij het spijtig vond dat er geen wielen onder stonden. In 1809 schonk hij het aan zijn maarschalk Davoust, die het volledig verwaarloosde.

Slot Augustusburg in Brühl | Jachtslot Falkenlust
Slot Augustusburg in Brühl

Met de trein naar Keulen


Zoals gezegd, stond ook een kort bezoek aan Keulen op ons programma. Door het slechte weer was het niet gepaald aangenaam een uitgebreide wandeling door het centrum van Keulen te maken. We  hebben ons beperkt tot een bezoek aan de Dom, en aan de 157,31 meter hoge zuidtoren met 509 treden. De kathedraal ligt op 250 meter van de Rijn en ligt in de buurt van het Köln Hauptbahnhof.
De dom van Keulen, officieel Dom St.Peter und Maria, is gebouwd in gotische stijl in de vorm van een kruiskerk. Inclusief het schip en de torens is de dom 144,58 meter lang en 86,25 meter breed.

De Dom van Keulen


De bouw begon op 15 augustus 1248 en kwam in de 15e eeuw door geldgebrek stil te liggen. Pas eeuwen later, in 1824, werd de bouw hervat op basis van de originele ontwerpen uit de middeleeuwen. De dom werd in 1880 uiteindelijk in neogotische stijl voltooid. Alleen het laagste gedeelte van de westelijke toren is nog uit de 13e eeuw. Het duurde tot 1956 voor de meeste in de oorlog opgelopen schade was hersteld en de dom weer in gebruik kon worden genomen.
Het gebouw heeft een bijzondere inventaris, waaronder enkele glas-in-loodramen die dateren uit de 14e en de 16e eeuw.


Neo-Gotisch houtsnijwerk


De Dom van Keulen |  Educatieve uitstap


Na een bezoek aan een brauhaus, waar Keulen bekend voor staat, begaven we ons met de trein van 18:00 uur terug naar Brühl waar deze educatieve zaterdag eindigde in het Brühler Wirtshaus 'het oude stationsgebouw  van Brühl' dat omgebouwd is tot een bijzonder aangenaam restaurant zoals wij hebben vastgesteld



Tekst en tekstbewerking, Patrick Damiaens en Willem Van Dort


donderdag 16 juni 2016

De zalen decoratieve kunst van de XVII en XVIII-de eeuw | Louvre | Lambrisering met houtsnijwerk | Ornamenten uit de achttiende eeuw

Ornamenten uit de achttiende eeuw
Het Louvre, Parijs
De zalen decoratieve kunst
van de XVII en XVIII-de eeuw.

















In dit blogitem een korte bespreking van de zalen in het Musée Du Louvre waar de decoratieve kunsten uit de XVII-de en XVIII-de eeuw zijn ondergebracht. Na een uitgebreide restauratie van de lambriseringen van deze zalen werden zij in juni 2014 terug opengesteld voor het grote publiek. Tegelijk met de restauratie van de lambriseringen werd ook een aantal kunstvoorwerpen  in oude luister hersteld.

Ter opfrissing van het geheugen, het museum is ondergebracht in het voormalige Palais du Louvre dat bij de Franse revolutie zijn functie als paleis en woonplaats verloor en in plaats daarvan zijn huidige museumfunctie kreeg.


De zalen decoratieve kunst van de XVII en XVIII-de eeuw in het Louvre
De rode pijl duid aan, welk deel we in het Louvre bezoeken


De vernieuwd zalen in het Musée du Louvre

De opening van de vernieuwde zalen in het Louvre te Parijs was een bevoorrecht moment in de geschiedenis van het Museum.  De eveneens vernieuwde afdeling “Objets d’art” (kunstobjecten) beschikt nu over een afdeling die geheel gewijd is aan meubilair en kunstobjecten uit de 17e – 18e eeuw en het grote publiek kan nu een van de mooiste collecties in de wereld op dat gebied aanschouwen bestaande uit meer dan 2000 kunstvoorwerpen in een ruimte van 2000 m². 

De Museumcollectie biedt een breed panorama van de interieurdecoratie te beginnen met het koningschap van Louis XIV tot aan de Franse Revolutie, en is voornamelijk van koninklijke en prinselijke origine.
Deze kunstvoorwerpen werden gecreëerd door de grote en zeer bekende ambachtslieden, schilders en designers van hun tijd. 

U vindt er zowel lambriseringen, geschilderde decors als wandtapijten terug. Maar ook meubilair met verguld bronzen ornamenten, marmeren en andere kunstvoorwerpen die door een goudsmid gemaakt of versierd zijn. Bij het meubilair bevinden zich sieradenkasten, opbergkasten voor wetenschappelijke instrumenten en servieskasten voor aardewerk en Europees porselein.
De zalen zijn onderling verbonden door een nieuw parcours dat is opgezet rond het concept van een vernieuwde ‘muséographie’ (museumkunde), dat vanaf de 19e eeuw werd toegepast door sommige historische musea.  Dit houdt in dat het parcours en de inrichting van de zalen "is gericht op een steeds diverser wordend publiek en met deze zalen willen we de bezoekers een zo goed mogelijk beeld geven van zowel de geschiedenis van de toegepaste technieken en de verschillende stijlen". 
Meerdere thema’s dus.

De decoratieve kunsten uit de XVII et XVIIIe eeuw 

De voornaamste designers van die tijd worden in het museum aan u voorgesteld. Het zijn allemaal grote kunstenaars in de decoratie : de meubelmaker André-Charles Boulle, de goudsmeden Thomas en François-Thomas Germais, de schilders en decorateurs Charles Le Brun en Jean-Baptiste Oudry. 
De presentatie vindt plaats door ze speciale aandacht te geven in de “ Salons” of stijlkamers. Niet alleen wordt de luxueuze levensstijl van een bepaalde periode veel tastbaarder en begrijpelijker voor het publiek, maar ook is het mogelijk om de mooiste werkstukken en technieken van de decorateurs en de meester-ambachtslieden weer te geven in hun natuurlijke omgeving zoals de
salons en de bibliotheek van het hotel Villemaré, de grote salon van het kasteel van Abondant en de paradekamer van het hotel van Chevreuse.




Het hele parcours is chronologische volgorde opgedeeld in drie grote stilistische periodes:
-          1660-1725: de heerschappij van Louis XIV en “la Régence”
-          1725-1755: de bloei van de rocaillestijl of de Louis XV
-          1755-1790: de terugkeer naar het classicisme (neoclassicisme) en de heerschappij van Louis XVI

De decoratieve kunsten onder Louis XIV worden tentoongesteld in de historische zalen van de staatsraad. De rocaille-stijl en het neoclassicisme worden gepresenteerd in de noordelijke vleugel van de "cour carrée van het Louvre" (binnenkoer), en dit aan de hand van thematische uitstalkasten en nagemaakte salons, de zogenaamde “stijlkamers”.
De “stijlkamers” brengen de weelderige decoratie naar boven van de koninklijke en prinselijke paleizen zoals het kasteel van Saint-Cloud en het “Palais des Tuileries”, de herenhuizen zoals “Le Bas de Montargis, Dangé, Chévreuse” en de verblijfplaatsen op het platteland zoals het kasteel van Voré et Abondant. 
Bijzonder is vooral het decor van dooreengestrengelde bladeren en figuren van het salon van het kasteel van Voré, gerealiseerd door Jean-Baptiste Oudry rond 1720. Deze nationale schat bestaat uit 9 panelen die het landelijke tijdverdrijf voorstellen. 
Een ander juweeltje in blauwe en gouden tinten is het kabinet van het “Hôtel de Villemaré-Dangé” die de geruisloze sfeer van het midden van de 18e eeuw tot leven wekt.

De collectie van de kunstobjecten is voornamelijk opgebouwd uit twee grote uitzonderlijke verzamelingen. De meubels en objecten zijn enerzijds afkomstig uit het “Palais des Tuileries” en het kasteel van Saint-Cloud. Ze worden anderzijds vervolledigd door het depot van “Mobilier national” dat meesterwerken van meubels en wandkleden van koninklijke afkomst aangeleverd heeft.




Tussen de meest opmerkelijke stukken zal het publiek de gouden koffer van Louis XIV ontdekken, gemaakt in 1676 door de goudsmid Jean Pitan. De koffer is helemaal bekleed met gouden kant in een bloemenmotief en zij deed dienst als bewaarplaats voor de kostbare sieraden van de koning en de vrouwen van de koninklijke familie. 

Een ander bijzonder element is een kast afkomstig van de “Garde-Meuble de la Couronne” (de dienst die de koninklijke meubels en kunstobjecten van de koninklijke verblijven onder het Ancien Régime beheerde), gemaakt door André-Charles Boulle in 1700-1720, afgewerkt met verguld brons en marquetrie. 
De blauwe commode uit de kamer van Madame de Mailly in rocaille-stijl, gecreëerd in 1742 door Mathieu Criaerd, onderscheidt zich door de harmonie van haar blauwe en witte tinten. 


Een ander zeldzaam overblijfsel van de Franse koninklijke opdrachten tijden de 18e eeuw, is de ‘chocolatière’, een cadeau van Louis XV aan zijn echtgenote koningin Marie Leczinska ter gelegenheid van de geboorte van de kroonprins. De Nécessaire à thé, chocolat et café, zoals de officiéle naam van het kistje luidt, werd in 1729 door Henri-Nicolas Cousinet vervaardigd. Behalve dat het een bijzonder mooi voorbeeld van de rocaille goudsmidkunst is, markeert het ook het begin van de rocaille-periode.


Detail van een plafondschildering


De stijlperiodes

Perode  van Louis XIV tot “la Régence” (1661-1723)

De eerste jaren van de regeerperiode van Louis XIV zijn bijzonder sprankelend en de  artistieke initiatieven concentreren zich rond “la Couronne”. De initiatieven worden aangewakkerd  door de koning zelf, zijn minister Jean-Baptiste Colbert en de schilder Charles Le Brun. Zij richten academies en manifactures op, wier taak het is om de roem van de koning in de kijker te zetten. Waarom niet.
Het verfraaien van de royale residenties, met Versailles op kop, speelt een essentiële rol. 

Ze staat in dienst van de verheerlijking van de "Le Roi" en van de monarchie, en getuigt van de grootsheid van de Franse productie van “Objets d’art”. 
De fonkelende kleurigheid, de schilderachtige effecten en de overvloed aan kostbare materialen zijn in tegenspraak met het voorgewende classicisme onder Louis XIV. Het is een kunst die gemaakt is om indruk te maken, meer dan te verleiden. Het enige klassieke eraan is dat men probeert de praal en pracht van het antieke de Rome te evenaren. 

Vanaf de jaren 1680 veranderen tegelijkertijd zowel de algemene opvattingen over decoratie als ook de details van de ornamentale vocabulaire onder de groeiende invloed van de architect Jules Hardouin-Mansart. Het is in die tijd dat de harmonie tussen wit en goud zich steeds verder verspreidt, terwijl de stilistische grondslagen van de gebeeldhouwde interieurs en de architecturale woordenschat grondig vernieuwd worden. 
De lijnen worden soepeler en lichter; de gebeeldhouwde vormen, alles bedekkend en heel geraffineerd, loopt door tot over de omlijsting van de lambrisering, die naar binnen krullt en uitgesneden is.  Het iconografisch traditionele allegorische en mythologische repertoire dreigt te verdwijnen ten voordele van nieuwe thema’s die in de mode komen zoals apen, chinoiserieën, muzikanten, Italiaanse komedianten, fantasiedieren, … voorboden voor de kunst van “la Régence”. 


Met “la Régence” (1715-1723) wordt de 18e eeuw echt geboren. In deze periode is Philip van Orléans regent is en bestuurt hij Frankrijk in naam van de dan nog minderjarige koning Louis XV. De periode kent een diepe politieke breuk, maar kent ook een artistieke periode. De dood van Louis XIV markeert het einde van de grote royale bouwwerken, in het bijzonder Versailles dat door het Hof wordt verlaten, ten gunste  van Parijs, in een zoektocht naar intimiteit en een nieuwe verfijning.

Periode Louis XIV |Decoratieve kunst van de XVII en XVIII-de eeuw


Periode Louis XV: de jaren van de Rocaille (1720-1760)

De mooiste jaren van de regeerperiode van Louis XV (1715-1774),  vanaf het einde van la Régence, zijn stabiele jaren. De artistieke realisaties, die voornamelijk voorkomen uit privéopdrachten, houden de geest van la Régence in stand. Salonkunst eerder dan kunst aan het hof, van sociabiliteit (zin voor het maatschappelijke leven) eerder dan representatie van de koning, van fantasie eerder dan eruditie: de schelp (rocaille) is een moment van triomf van de waarden behorend tot het zintuiglijk genot versus de waarden van de intellectuele appreciatie.

De kunstzinnige rocaille appelleert tevens aan herkennen van het savoir-faire, het vakmanschap van de uitvoerder, eerder dan aan het gezag van de ontwerper. Ze is niet langer onderworpen aan de academische en institutionele bevoogding omdat ze grotendeels niet langer deel uitmaakt van de circuits van officiële opdrachten.

Als een flexibel te modelleren kunstobject laat de rocaille zich in de vervormbaarheid van het gebeeldhouwde hout, in de keramiek en in de goudsmidkunst van haar beste kant zien.

Deze zoektocht naar luxe valt samen met de vooruitgang van de economische activiteiten en de uitbreiding van de handel. 
Die zoektocht naar comfort en gerieflijkheid, met een voorkeur voor de binnenruimte en de intimiteit, wordt gecombineerd met de gerenommeerde inventiviteit van de Franse architecten die met details en perfectie aan het Franse woning een exemplarisch karakter willen geven. 

Het rocaille-interieur wordt bevolkt door kostbare gekleurde en fragile objecten die worden weerspiegeld in de spiegels, de verfijndheid van het verguldwerk, de weelderigheid van de stoffen, de fantasie van de gesculpteerde decors, waarin de inventiviteit van de ornamentsnijder  zich in alle intensiteit ontplooit. Van gerieflijkheid naar comfort, van comfort naar luxe, dat is de hele passie van de tijd van het materiële genot dat in een bestek van enkele jaren een spectaculaire vlucht kent.




Periode Louis XVI: terugkeer naar het classicisme (1760-1792)

Na de Zevenjarige oorlog (1756-1763), komt er in Europa massaal een nieuwe kunstgolf op waaruit de neoklassieke stroming (neoclassicisme) geboren wordt. Het neoclassicisme is begonnen met de zoektocht naar de oorspronkelijke schoonheidsnormen (uit de Oudheid) door de  monumenten uit het verleden te bestuderen, en men keert terug naar de canonieke en meest pure hiërarchische vormen die dan het neoclassicisme gaan bepalen.

Het is een periode waarin er nieuwe stilistische ambities worden versterkt en een generatie vernieuwende artiesten opduikt, in het bijzonder in het gebied van de architectuur en het interieur, die het “terug naar de Grieken” propageren. Het vervaardigen van objecten volgens de wensen van een cliënteel dat hunkert naar vernieuwing loopt vast op de conservatieve praktijken van de ateliers. Een probleem dus en al snel worden er compromissen gevonden met traditie en de klassieke nauwkeurigheid.

Tot aan het einde van het koningschap van Louis XV blijven in de koninklijke en privéopdrachten de vormen van de formele rocaillestijl overheersen. De gebogen poten en gewelfde oppervlakken  blijven regeren in het hele gamma, maar daarintegen grijpt het ornamentele detail terug naar de Oudheid. Bij de dood van Louis XV in 1774 heeft het internationale neoclassicisme zich blijvend gevestigd, onafhankelijk van de nuances: soms landelijk, soms krijgshaftig, en naargelang de gelegenheid, versierd met Etruskische of Egyptische varianten.

De jaren 1780 tonen een heropleving van activiteit in de koninklijke residenties, in het bijzonder door de persoonlijke opdrachten van koningin Marie-Antoinette die, in het domein van de decoratieve kunsten, aanleiding geeft tot schitterende creaties. 
Tot aan het einde van de monarchie in 1792, (dus na de Franse Revolutie), blijft de koninklijke administratie de luxueuze inrichting van de kastelen van Compiègne, Versailles, Fontainebleau, Saint-Cloud of van de Tuileries (financieel) steunen.


Vertaling Leen Nijssen - Willem Van Dort


Mocht u meer informatie wensen of details over de collectiestukken.

Een bijzonder interessant boek, een uitgave van het Louvre.










Een aantal impressies van de zalen decoratieve kunst van de XVII en XVIII-de eeuw in het Louvre
___________________
_______________





Marie Antoinette

Interieur, Lodewijk XVI-stijl




De zalen decoratieve kunst van de XVII en XVIII-de eeuw



Onderdeel van een supraporte ornament | Louvre




Ornamenten uit de achttiende eeuw




http://www.patrickdamiaens.be

FB Pagina