WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

Posts tonen met het label '18de eeuwse meubelen'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label '18de eeuwse meubelen'. Alle posts tonen

zondag 10 november 2024

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair


Afdeling Europese decoratieve kunsten

De Collectie LUIKSE MEUBELEN 
van het Jubelparkmuseum in Brussel


HET JUBELPARKMUSEUM | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

In de maand oktober van 2024 gingen er 12 nieuwe zalen open in het Jubelparkmuseum dat gelegen is in Brussel, zalen die na jaren van sluiting, grondig gerenoveerd werden. Voor wie het Jubelpark Museum niet kent, men noemt het ook het Museum voor Kunst & Geschiedenis, het ligt vlak aan Autoworld Museum en het Oorlogsmuseum. 

Het immense Museum heeft een uitgebreide en indrukwekkende collectie Luiks & Akens meubilair in haar collectie. Deze collectie is voor velen een enorme bron van inspiratie. 
Mijn eerste bezoek moet ongeveer 50 jaar geleden geweest zijn, ik hoor mijn vader nog zeggen, Musea met de naam 'Koninklijk'  ervoor zijn steeds gratis. Sindsdien ben ik vele maal terug geweest.  De kunstwerken op zaal zijn maar een klein onderdeel van de collectie, het meeste zit gewoon in depot.

Ik ben speciaal voor jullie in mijn private foto collectie gedoken en naar wat beeldmateriaal gezocht, foto's die ik door de jaren heen nam, om de te laten zien hoe deze collectie /opstelling eruit zag voor de  herschikking. 

Volgens het Brussels Museum werden er inhoudelijke keuzes gemaakt van de kunstwerken in de zalen van de 18de-eeuw. Sommige kunstwerken zijn herschikt andere verwijderd of zelfs uit de reserves gehaald.

Maar uit ervaring weet ik dat Musea steeds minder laten zien en steeds meer kunstvoorwerpen in opslagruimtes / reserves laten belanden. 
Ik verwijs naar het Design Museum in Gent, waar al het mooie 17&18e-eeuws meubilair  in stockage is beland en dat deze zalen nu vol staan met hedendaags design. 
Blijkbaar is het design uit de 17&18de eeuw niet meer hip genoeg.

Ik zal dus dringend naar Brussel moeten afreizen om te gaan zien hoe de opstelling er nu is, en hopen op een overvloed aan Luiks meubilair.

In dit blog onderwerp dus enkel een aantal foto van voor de renovatie.
Veel kijkplezier.



HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair


HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair

HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair
https://www.patrickdamiaens.info


zaterdag 1 maart 2014

Museum Nissim De Camondo | Kunstcollectie 18de-eeuwse meubelen | Museum in Parijs | Binnenhuisinrichting, 18e-eeuwse kunst


Musée Nissim-de-Camondo

Het Musée Nissim-de-Camondo is een museum in Parijs dat is gelegen aan de rand van het Parc Monceau in het 8e arrondissement. Het museum is gehuisvest in het 20e-eeuwse woonhuis van de familie Camondo. Hier wordt de voormalige privé-collectie van deze familie tentoongesteld, die voornamelijk bestaat uit 18e-eeuws Frans meubilair.
_________________________________
____________

Dit elegant pand in Parijs is gebouwd in 1911 door bankier Graaf Moïse de Camondo . Het grenst aan het Parc Monceau in het 8e arrondissement. Het Hôtel de Camondo was ontworpen om zijn kunstverzameling beter tot haar recht te laten komen, begin 1900 beslist hij zijn woning aan het Parc Monceau helemaal neer te halen en opnieuw op te bouwen op een dusdanige manier dat de kunstwerken er een vaste plaats krijgen, onroerend door bestemming als het ware.  
Alle tapijten, schouwen, deuren, enz... die hij in de loop der jaren verzameld heeft, worden in de tekeningen van de architect verwerkt. Het wordt een huis uit begin 20e eeuw, maar met de uitstraling van een klein kasteeltje, een “petit Trianon”, uit de 18e eeuw.


 




















Schitterende decoratieve kunstobjecten uit de 18de-eeuw zoals meubilair, tapijten, schilderijen en porselein.
Moïse de Camondo had, zoals de verzameling wel laat zien, een zeer goede smaak. Moïse besloot om zijn verzameling na te laten aan zijn zoon, Nissim. Zoon Nissim groeit ondertussen op tot een elegante jongeman, met toekomstperspectieven waar de andere jongens van die leeftijd alleen maar van kunnen dromen. Maar het noodlot slaat toe. Wereldoorlog I breekt uit. Nissim trekt naar het front, eerst als soldaat, daarna kiest hij voor de meer heroïsche luchtmacht en wordt vliegenier. In 1917 wordt zijn vliegtuig geraakt bij een luchtgevecht. Nissim kan nog net landen, maar overlijdt enkele dagen later aan de opgelopen verwondingen. 
Vader Moïse is ontroostbaar. Wanneer enkele jaren later dochter Béatrice het ouderlijk huis verlaat om te trouwen met Léon Reinach, zoon van eveneens een Joodse familie, blijft Moïse alleen achter. 


Hij maakt zijn testament op en bepaalt dat zijn woning met alle kunstwerken inbegrepen bij zijn dood als museum naar de Franse Staat moet gaan, ter nagedachtenis van zijn zoon. In 1935 overlijdt Moïse en gaat de woning overeenkomstig de beschikkingen over naar de Staat en wordt museum, het museum Nissim de Camondo. In principe zou het verhaal over het ontstaan van dit museum hier eindigen. Maar de tegenslagen die het geslacht Camondo zal kennen, zijn niet ten einde. Dochter Béatrice en Léon Reinach krijgen twee kinderen, Fanny en Bertrand. Wanneer de 2e Wereldoorlog uitbreekt, wordt het hele gezin Reinach-Camondo opgepakt en gedeporteerd. Geen van hen zal de oorlog overleven.

Het huis, ontworpen in overeenstemming met de Parijse visie, wordt met steun van de Camando stichting momenteel gerestaureerd. Zodoende kan de collectie weer schitteren in de omgeving waar zij het beste tot haar recht komt. Drie verdiepingen zijn open voor de bezoeker, gelijkvloers (keukens) de formele salons op de eerste etage, de privé vertrekken op de 2de etage.
Voor liefhebbers van binnenhuisarchitectuur en -inrichting, 18e-eeuwse kunst, servies in porcelein van Sevres, bijzonder mooie kamerschermen, weelderige bedden, luxe-artikelen. Alles is zeer goed onderhouden. Het blinkt en glimt. Duur van het bezoek: ca. 2 uur. Op de website van het museum kan je alvast een uitgebreide virtuele toer  maken. Fotograferen is toegestaan.  


Praktische informatie
Waar ? Musée Nissim de Camondo, 63, rue de Monceau, 75008 Paris. Metro : Monceau.  
Wanneer ? Woensdag tot zondag van 10u tot 17u30; gesloten op maandag en dinsdag.  
Hoeveel? 7,5 euro, inclusief audioguide. Diverse kortingen zijn voorzien.
Website http://www.lesartsdecoratifs.fr/francais/nissim-de-camondo

 _________________
_________
Hier volgen enkele sfeerbeelden van het interieur


















 












   _________________
_____________
Het verhaal van een schilderij 



Toen Renoir in 1880 het achtjarige meisje Irene Cahen d’Anvers schilderde, kon hij onmogelijk vermoeden welk een wervelend leven het meisje én het schilderij zouden hebben. Hij zag toen wellicht niet meer dan
een dromerig meisje, de dochter van zijn opdrachtgever, de heer Cahen d’Anvers, een rijke joodse bankier van Antwerpse origine.

Maar kleine meisjes worden groot. Irene trouwt met Moïse de Camondo en krijgt een zoon en dochter. Dit Museum, Museum Nissim de Camondo, is een ode aan de zoon van Irene, Nissim de Camondo. Maar het is niet Irene zelf die het museum aan haar zoon zal opdragen, wel haar man. Maar laten we het verhaal bij het begin beginnen, bij Irene thuis.



Een luxeleven in het Parijs van de Belle Epoque
Irene groeit op in weelde in het Parijs van de Belle Epoque. De bals die haar ouders organiseren behoren tot de grootste, meest cosmopolitische die Parijs op dat moment kent. Amper 19 jaar trouwt de levenslustige Irene met de enigszins stugge Moïse de Camondo, die net zoals zij uit een rijke Joodse bankiersfamilie komt. Al snel krijgt het echtpaar twee kinderen, eerst een zoon die naar zijn grootvader Nissim genoemd wordt en dan een dochter, die ze de naam Béatrice geven.
Een vruchtbaar huwelijk, maar ongelukkig
Ondanks de twee kinderen is Irene wispelturig, ongedurig en zoekt ze haar geluk meermaals buitenhuis. In 1896 wordt ze verliefd op haar stalmeester, de Italiaanse graaf Charles Sampieri.  Voor hem verlaat ze man en kinderen. Ze vraagt de scheiding aan, laat aan haar man het hoederecht over de kinderen, bekeert zich tot het catholicisme, trouwt met de graaf en wordt gravin Irene Sampieri. 
De bedrogen echtgenoot 
De verstoten Moïse van zijn kant wordt nog zwijgzamer dan hij al was. Twee zaken spelen nog mee in zijn leven: zijn kinderen en dan vooral zijn oudste zoon Nissim, die hij adoreert en zijn kunstverzameling, bestaande uit hoofdzakelijk  18e eeuwse kunst.
Om zijn kunstverzameling beter tot haar recht te laten komen, beslist hij begin 1900 zijn woning aan het Parc Monceau helemaal neer te halen en opnieuw op te bouwen op een dusdanige manier dat de kunstwerken er een vaste plaats krijgen, onroerend door bestemming als het ware.  Alle tapijten, schouwen, deuren enz. die hij in de loop der jaren verzameld heeft, worden in de tekeningen van de architect verwerkt. Het wordt een huis uit begin 20e eeuw, maar met de uitstraling van een klein kasteeltje, een “petit Trianon”, uit de 18e eeuw.
Zoon Nissim 
Zoon Nissim groeit ondertussen op tot een elegante jongeman, met toekomstperspectieven waar de andere jongens van die leeftijd alleen maar van kunnen dromen. Maar het noodlot slaat toe. Wereldoorlog I breekt uit. Nissim trekt naar het front, eerst als soldaat, daarna kiest hij voor de meer heroïsche luchtmacht en wordt vliegenier. In 1917 wordt zijn vliegtuig geraakt bij een luchtgevecht. Nissim kan nog net landen, maar overlijdt enkele dagen later aan de opgelopen verwondingen.
Ter nagedachtenis aan Nissim
Vader Moïse is ontroostbaar. Wanneer enkele jaren later dochter Béatrice het ouderlijk huis verlaat om te trouwen met Léon Reinach, zoon van eveneens een Joodse familie, blijft Moïse alleen achter. Hij maakt zijn testament op en bepaalt dat zijn woning met alle kunstwerken inbegrepen bij zijn dood als museum naar de Franse Staat moet gaan, ter nagedachtenis van zijn zoon. In 1935 overlijdt Moïse en gaat de woning overeenkomstig de beschikkingen over naar de Staat en wordt museum, het museum Nissim de Camondo.
Dochter Béatrice
In principe zou het verhaal over het ontstaan van dit museum hier eindigen. Maar de tegenslagen die het geslacht Camondo zal kennen, zijn niet ten einde. Dochter Béatrice en Léon Reinach krijgen twee kinderen, Fanny en Bertrand. Wanneer de 2e Wereldoorlog uitbreekt, wordt het hele gezin Reinach-Camondo opgepakt en gedeporteerd. Geen van hen zal de oorlog overleven.
Irene, die ondertussen ook gescheiden leeft van haar tweede man, draagt nog altijd de naam van gravin Sampieri. Ze leeft ondergedoken in een klein appartement in Parijs en weet zich zo aan de aandacht van de Duitsers te onttrekken. 
De ironie van het lot
Wanneer na de oorlog de erfenis van Béatrice ter sprake komt, komt ook Irene opnieuw in beeld. Als enige erfgenaam van haar dochter ontvangt zij het enorme fortuin dat haar ex-man had nagelaten aan zijn dochter. Met dit geld vestigt Irene zich in Zuid-Frankrijk. Ze koopt er de “Villa des Araucarias” in Cannes. Irene is in wezen niet veranderd. Ze blijft grillig en onbesuisd. Ze brengt haar dagen door in de casino’s van de Côte d’Azur. Wanneer ze in 1963 op 91-jarige leeftijd overlijdt, blijkt dat samen met haar ook een einde is gekomen aan het fortuin van de Camondo.
Wat gebeurde er met het schilderij?
Wat gebeurde er met het portret van Irene? Toen Renoir het schilderij af had, beantwoordde het niet aan de verwachtingen, noch van de opdrachtgever noch van het meisje zelf. Het schilderij werd ergens opgehangen in de vertrekken van het personeel. Renoir die op voorhand geen vaste prijs bedongen had, kreeg er veel minder voor dan wat hij verwacht had van zo’n rijke opdrachtgevers. Het bracht hem ertoe een aantal antisemitische uitspraken te doen.
Wanneer Irene trouwt met Moïse, verhuist het schilderij met haar mee naar haar nieuwe woning. Maar na de scheiding keert het schilderij opnieuw naar het ouderlijk huis. In 1910 schenkt de moeder van Irene, gravin Cahen d’Anvers het schilderij aan haar kleindochter Béatrice, dochter van Irene. Niet omdat het om een Renoir ging, maar als aandenken aan de moeder die ze zo gemist had.
Verschillende decennia later, tijdens WOII, is de waarde van het schilderij ondertussen wel doorgedrongen tot de familie Camondo en Cahen, en ook ver daarbuiten. Het schilderij raakt in handen van Goering, die het  afstaat aan een zekere Georg Bührle, rijk Zwitsers industrieel van Duitse origine, leverancier van zwaar legermateriaal aan de Wermacht en belangrijk koper van kunst.
Na de bevrijding ontdekt Irène Cahen d’Anvers op een tentoonstelling van “Meesterwerken van Franse collecties teruggevonden in Duitsland en Zwitserland” haar portret. Ze onderneemt stappen om het terug te bemachtigen en laat het identificeren, wat haar weinig problemen oplevert, iedereen weet immers dat het portret Irene Cahen d’Anvers voorstelt. Via de erfenis van haar dochter, laatste officiële eigenaar van het portret, komt Irene opnieuw in bezit van haar eigen schilderij. Maar de haat-liefde relatie met het schilderij blijft en even later – in 1949 – besluit ze het schilderij te koop te stellen bij een Parijse gallerie. Het duurt niet lang of een koper meldt zich aan. Het is… Georg Bührle. Het schilderij vertrekt opnieuw naar Zwitserland, ditmaal in alle legaliteit en met de goedkeuring van de Franse staat. Het hangt vandaag in de Foundation E.G. Bührle in Zurich.
Het schilderij is dus jammergenoeg niet te zien in het museum Nissim de Camondo. In het museum vinden we wel een mooie collectie van 18e eeuwse kunst. Niet zozeer schilderijen, dan wel meubels, tapijten en prachtige porceleinen serviezen. Alles staat er nog precies zoals Moïse de Camondo het heeft achtergelaten. En als je geluk hebt, kan je ook nog een glimp opvangen van de kamerdienaar, die er nog altijd rondloopt in het costuum van die tijd.
BRON http://parijslive.wordpress.com/

http://www.patrickdamiaens.be

zaterdag 6 juli 2013

Château MODAVE | Het kasteel van Modave | 18de eeuwse STIJLKAMERS | GESCULPTEERDE Lambriseringen

Het Kasteel van Modave



MODAVE 

Waarschijnlijk is het bezoek aan Musea en Kastelen  de belangrijkste bron van inspiratie voor de ornamentsnijder. 
Het zijn plaatsen waar de vakman zijn ideeën haalt, waar hij op zoek gaat naar nieuwe uitdagingen en steeds voor nieuwe verrassingen komt te staan, en zelfs na 25 jaar nog steeds het gevoel heeft iets nieuws te leren.


In de 25 jaar dat ik met Ornamentiek bezig ben, weet je inmiddels waar en in welke Museum of Kasteel ,welk soort ornament, stijl, karakter, kwaliteit er te vinden is. 
Of in welk kasteel de mogelijk bestaat er foto’s te nemen of…. nota’s te maken als dat nodig mocht zijn. Vandaag bezoeken we het Kasteel van Modave.





Het donjon, ‘het oudste gedeelte’ van het kasteel, werd strategisch gebouwd op een hoge rots die 60 meter boven de vallei uitsteekt over de rivier Hoyoux. Het kasteel bestaat uit een hoofdgebouw, stallingen en grote bijgebouwen. 
Op dit moment zijn in deze bijgebouwen een  brasserie, vergaderzalen en een Hotel in ondergebracht.
De oudste gedeeltes van het kasteel zijn op dit moment nog steeds zichtbaar en gaan terug tot de 13de eeuw en werden opgericht door de Heer van Modave.

De inkomhal van het kasteel Modave




























In de 16de eeuw werd het domein en kasteel eigendom van de Families Haultepenne en Saint-Fontaine. In de eeuw daarna verwierf  Jean-Gaspard-Ferdinand de Marchin (1601-1673) het kasteel en veranderde het van een middeleeuwse burcht tot een luxueuze Barok residentie. 
Zijn zoon Ferdinand de Marchin verwaarloosde het Domein en kasteel, aangezien hij in Frankrijk woonde.


De latere eigenaren waren achtereenvolgens,

- Maximiliaan Hendrik van Beieren, Prins-Bischop van Luik (1682-1684).
- Kardinaal Wilhelm Egon Graf von Fürstenberg  en zijn erfgenamen (1684-1706)
- Baron Arnold de Ville (1706-1772).
- Hertog van Montmorency met zijn erfgenamen.(1772-1817)
 



















Gesculpteerde Lambrisering

19de Eeuw 
 


In de 19de eeuw kwam het kasteel  in bezit van een niet Adellijke familie, de familie Braconier en Van Hoegaerden. Uiteindelijk kocht de Brusselse watermaatschappij (Compagnie Intercommunale Bruxelloise des Eaux ) het Domein en het Kasteel  in maart 1941 om de belangrijke waterbronnen en waterwinning  in het park te beschermen.(natuurgebied van 450 ha)

De Brusselse watermaatschappij is  nog steeds eigenaar van het Kasteel de Modave en heeft met veel respect en geduld belangrijke restauraties laten uitvoeren die er voor gezorgd hebben dat u het kasteel kunt aanschouwen  in zijn oude glorie.
Het Kasteel van Modave is uniek voor zijn prachtig bewaarde historische interieurs en meubilair dat dateert van de 17de  tot de 19de  eeuw. Het stucwerk aan de plafonds zijn uit de 2de helft van de 17de eeuw  en zijn een creatie van Jan-Christian Hansche.



Luikse stijl, consoletafel en spiegel


Detail vergulde lijst met ornamenten 18de eeuw




In de zowat twintig zalen van het kasteel die bezocht kunnen worden en die rijkelijk gedecoreerd en gemeubileerd zijn, vallen merkwaardige plafonds te bewonderen, werken van de stukadoor Jean-Christian Hansche, beeldhouwwerken, schilderijen, Brusselse wandkleden, meubilair uit de 18de eeuw.
Er is eveneens een getrouwe weergave, op schaal, van het in 1667 door Rennequin Sualem gebouwde ophaalrad, dat model stond voor de machine van Marly.

Een audiogids beschikbaar in vijf talen waardoor iedere bezoeker de geheimen kan ontdekken van deze unieke plek die sedert 1993 behoort tot het Bijzonder Patrimonium van Wallonië












18de eeuwse STIJLKAMERS | Modave





























VIVAQUA

Om zich volledig te kunnen concentreren op zijn vak, water, vertrouwt Vivaqua in 1991 het beheer van het kasteel toe aan een vzw en voert het de nodige werkzaamheden uit om deze cultureel en historisch belangrijke plaats te beschermen.
Vandaag kan het publiek het kasteel bezoeken en kan het er terecht voor optredens, concerten en tentoonstellingen. In de overwelfde zalen van de oude kelders, waar vroeger de was plaats, de keuken en de bakkerij waren, werd een restaurant geopend.

Château de Modave

Château de Modave ASBL
Rue du Parc 4
B – 4577 MODAVE

Tél. :  ++32 85 41 13 69
Fax. : ++32 85 41 26 76

info@modave-castle.be 






Inkom
Volwassenen : 7,50 € Senioren : 6,50 € Studenten : 4,00 €
Kind – 12 jaar: gratis Groepen : 5,50 € (vanaf 20 pers)

Van 1 april tot 15 november Alle dagen van 10 tot 18 uur
(laatste toegang : 17 u.) Gesloten op maandag (behalve op feestdagen en juli & augustus)


http://www.patrickdamiaens.be

Patrick Damiaens

woensdag 21 november 2012

Het de GROESBEECK-DE CROIX MUSEUM in Namen | Museum in Namen | Naamse Meubelen


Het de Groesbeeck-de Croix Museum  (Tuinzicht)
Patrick Damiaens
Ornamentsnijder

Historische Interieurs 

Het de Groesbeeck-de Croix Museum in Namen (B)
























Musea en kastelen zijn zowat de belangrijkste voorbeelden en inspiratiebronnen voor de ornamentsnijder, waar hij als vakman zijn ideeën haalt, of waar hij op zoek gaat naar nieuwe uitdagingen en waar hij steeds voor verrassingen komt te staan en hij zelfs na 25 jaar nog steeds het gevoel heeft iets bij te leren. 

Je kan er gaan kijken hoe je collega’s  300 jaar geleden problemen oploste, hun kennis van de smaakvolle verhoudingen en hun gevoel voor schoonheid en decoratie via hun  snijtechnieken toegepaste in de interieurs.

Met de 25 jaar dat ik bezig ben met Ornamentiek, weet ik inmiddels waar en in welke museum of kasteel ,welk soort ornament, welke stijl, welk karakter, welke kwaliteit te vinden is en waar de mogelijkheid bestaat om foto’s te nemen of…. nota’s te maken als dat nodig mocht zijn.



In dit blog-item bezoeken we het de Groesbeeck-de Croix Museum in Namen.


Naams houtsnijwerk

Op verzoek van graaf van Groesbeeck werd dit oude toevluchtsoord van de abdij van Villers-en-Brabant op het einde van de 18de eeuw door de architect Chermanne veranderd in een elegant herenhuis in Louis XV stijl. 
In 1935 werd het interieur, dat op schitterende wijze bewaard is gebleven, ingericht als museum. Het bezit mooie collecties Naamse meubels, glaswerk, ceramiek, enz. 
Zijn Franse tuin had de tand destijds helaas niet doorstaan, maar werd in dezelfde periode gereconstrueerd door de tuinarchitect Hector Mathieu. Hij gaf de tuin uiterlijk van destijds terug met de centrale waterpartij, de perken symmetrische buxusbomen, het tuinpaviljoen en de oranjerie. 

Het Naamse meubel, Garde-Robe

Detail Naams snijwerk



L'hôtel de Croix, door de stad Namen aangekocht in 1935, toont een ganse waaier typische XVIIIe eeuwse decoratietechnieken. De muren zijn versierd met houten wanden en sierlijsten in eenvoudige en geometrische opbouw. Die lambriseringen omkaderen nu eens wandtapijten die landschappen en bossen voorstellen, dan weer schilderijen met een romantisch landschap, borduursels met bloemen of behangpapier op doek met bloem en rocaille motieven.
Boven de deuren en boven de schoorsteenmantels bevinden zich schilderijen die liefdestaferelen in de stijl van Jean-Antoine Watteau afbeelden, mythologische scènes of bloemenboeketten.

De Naamse meubelen, architecturaal en majestueus, zoeken inspiratie in de Franse mode en de nog religieuze traditie. Het decor getuigt van de evolutie van de stijlen, van Barok tot Lodewijk XVI. 
Wij vergeten niet te vermelden dat kostbare Franse meubelen (kabinetten, consoletafels, zetels en stoelen) bewaard worden in de zalen op het gelijkvloers.

De muziekkamer van het museum



De behoefte aan intimiteit vertaalt zich in de zuidvleugel in een opeenvolging van kleine appartementen, damessalons en andere alkoofjes , die eenvoudig en comfortabel zijn en verbonden werden door gangen, waardoor men niet aldoor storend door de kamers hoeft te lopen.

Maar op het gelijkvloers geldt het tegenovergestelde. J.-B. Chermane richtte er immers een aaneensluitende rij pronkzalen in opdat de genodigden er de rijkdom van het interieur van hun gastheren zouden kunnen bewonderen.
Aan het verlangen naar intimiteit beantwoordt het zoeken naar functionaliteit, te weten al hetgeen het leven kan vergemakkelijken, zachter  en aangenamer kan maken.



De behoefte aan intimiteit, kleine kamers

Een gesculpteerde trumeau

De creatie van de eetzaal, die in de XVIIIe eeuw permanent wordt, verhindert de tafel enkel voor aangelegenheden te moeten dekken en bevordert het familiale leven.

De verzamelingen van het museum worden verrijkt met enkele producties van bekende artiesten die niet uit uit het Naamse afkomstig zijn: een mooie collectie van terracotta's en marmeren beelden van de beeldhouwer Laurent Delvaux, in dienst van de Oostenrijkse gouverneur Charles de Lorraine; een buste van Vauban van de hand van Coysevox, de officiële beeldhouwer van Lodewijk de XIV: een schets van de Italiaanse schilder Tiepolo; schilderijen met bloemen van Pierre-Joseph Redoute, tekenleraar van Marie- Antoinette en tot slot een portret van de Zonnekoning, toegeschreven aan H. Rigault.


De Tuin
In de kunst van de XVIIIe eeuw is de natuur als grote inspiratiebron overal aanwezig binnen het gebouw. Nergens is zij zo poëtisch als in een tuin.Vier bloemperken omringen een vijvertje en scheppen een symmetrisch perspectief, nog versterkt door het paviljoen aan het einde van het park.
Uiteraard volgt dit de principes van de Franse tuin, in de stijl van Le Nôtre.(Tuinarchitect van L.XIV)
  





Adres 
Rue Joseph Saintraint 3,  5000 Namen 
Gesloten op Maandag, ook tussen Kerstmis en Nieuwjaar
Openingsuren 10-12.30  / 13.15 - 17:00
Inkom 3 euro   Duur+/- 1uur
Begeleid bezoek op aanvraag

Tekst,  met dank aan het Museum


Patrick Damiaens