![]() |
| https://www.patrickdamiaens.info |
Handmade in Belgium. De houtsnijblog van PATRICK DAMIAENS een Houtornamentist - houtbeeldhouwer uit Maaseik. Gespecialiseerd in ornamenten in hout en heraldische familiewapens. Patrick is ornamentsnijder - houtsnijder één van zijn specialisaties zijn heraldische familiewapens in hout. Sinds de oprichting in 1990 heeft het atelier een uitstekende reputatie verworven in het artisanaal vervaardigen van ornamenten, houtsnijwerk en beeldhouwwerk. Ik sta u graag verder te woord mocht u vragen hebben
WELKOM OP MIJN BLOG
Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.
zondag 10 november 2024
HET JUBELPARKMUSEUM in Brussel | Afdeling Europese Decoratieve Kunsten | Collectie Luikse Meubelen | Luiks Meubilair
zaterdag 1 maart 2014
Museum Nissim De Camondo | Kunstcollectie 18de-eeuwse meubelen | Museum in Parijs | Binnenhuisinrichting, 18e-eeuwse kunst
Dit elegant pand in Parijs is gebouwd in 1911 door bankier Graaf Moïse de Camondo . Het grenst aan het Parc Monceau in het 8e arrondissement. Het Hôtel de Camondo was ontworpen om zijn kunstverzameling beter tot haar recht te laten komen, begin 1900 beslist hij zijn woning aan het Parc Monceau helemaal neer te halen en opnieuw op te bouwen op een dusdanige manier dat de kunstwerken er een vaste plaats krijgen, onroerend door bestemming als het ware.
Alle tapijten, schouwen, deuren, enz... die hij in de loop der jaren verzameld heeft, worden in de tekeningen van de architect verwerkt. Het wordt een huis uit begin 20e eeuw, maar met de uitstraling van een klein kasteeltje, een “petit Trianon”, uit de 18e eeuw.

Schitterende decoratieve kunstobjecten uit de 18de-eeuw zoals meubilair, tapijten, schilderijen en porselein.
Moïse de Camondo had, zoals de verzameling wel laat zien, een zeer goede smaak. Moïse besloot om zijn verzameling na te laten aan zijn zoon, Nissim. Zoon Nissim groeit ondertussen op tot een elegante jongeman, met toekomstperspectieven waar de andere jongens van die leeftijd alleen maar van kunnen dromen. Maar het noodlot slaat toe. Wereldoorlog I breekt uit. Nissim trekt naar het front, eerst als soldaat, daarna kiest hij voor de meer heroïsche luchtmacht en wordt vliegenier. In 1917 wordt zijn vliegtuig geraakt bij een luchtgevecht. Nissim kan nog net landen, maar overlijdt enkele dagen later aan de opgelopen verwondingen.
Vader Moïse is ontroostbaar. Wanneer enkele jaren later dochter Béatrice het ouderlijk huis verlaat om te trouwen met Léon Reinach, zoon van eveneens een Joodse familie, blijft Moïse alleen achter.
Hij maakt zijn testament op en bepaalt dat zijn woning met alle kunstwerken inbegrepen bij zijn dood als museum naar de Franse Staat moet gaan, ter nagedachtenis van zijn zoon. In 1935 overlijdt Moïse en gaat de woning overeenkomstig de beschikkingen over naar de Staat en wordt museum, het museum Nissim de Camondo. In principe zou het verhaal over het ontstaan van dit museum hier eindigen. Maar de tegenslagen die het geslacht Camondo zal kennen, zijn niet ten einde. Dochter Béatrice en Léon Reinach krijgen twee kinderen, Fanny en Bertrand. Wanneer de 2e Wereldoorlog uitbreekt, wordt het hele gezin Reinach-Camondo opgepakt en gedeporteerd. Geen van hen zal de oorlog overleven.
Het huis, ontworpen in overeenstemming met de Parijse visie, wordt met steun van de Camando stichting momenteel gerestaureerd. Zodoende kan de collectie weer schitteren in de omgeving waar zij het beste tot haar recht komt. Drie verdiepingen zijn open voor de bezoeker, gelijkvloers (keukens) de formele salons op de eerste etage, de privé vertrekken op de 2de etage.
Voor liefhebbers van binnenhuisarchitectuur en -inrichting, 18e-eeuwse kunst, servies in porcelein van Sevres, bijzonder mooie kamerschermen, weelderige bedden, luxe-artikelen. Alles is zeer goed onderhouden. Het blinkt en glimt. Duur van het bezoek: ca. 2 uur. Op de website van het museum kan je alvast een uitgebreide virtuele toer maken. Fotograferen is toegestaan.
Praktische informatie
Waar ? Musée Nissim de Camondo, 63, rue de Monceau, 75008 Paris. Metro : Monceau.
Wanneer ? Woensdag tot zondag van 10u tot 17u30; gesloten op maandag en dinsdag.
Hoeveel? 7,5 euro, inclusief audioguide. Diverse kortingen zijn voorzien.
Website http://www.lesartsdecoratifs.fr/francais/nissim-de-camondo
_________
Hier volgen enkele sfeerbeelden van het interieur

Toen Renoir in 1880 het achtjarige meisje Irene Cahen d’Anvers schilderde, kon hij onmogelijk vermoeden welk een wervelend leven het meisje én het schilderij zouden hebben. Hij zag toen wellicht niet meer dan
een dromerig meisje, de dochter van zijn opdrachtgever, de heer Cahen d’Anvers, een rijke joodse bankier van Antwerpse origine.
Maar kleine meisjes worden groot. Irene trouwt met Moïse de Camondo en krijgt een zoon en dochter. Dit Museum, Museum Nissim de Camondo, is een ode aan de zoon van Irene, Nissim de Camondo. Maar het is niet Irene zelf die het museum aan haar zoon zal opdragen, wel haar man. Maar laten we het verhaal bij het begin beginnen, bij Irene thuis.
Een luxeleven in het Parijs van de Belle Epoque
Irene groeit op in weelde in het Parijs van de Belle Epoque. De bals die haar ouders organiseren behoren tot de grootste, meest cosmopolitische die Parijs op dat moment kent. Amper 19 jaar trouwt de levenslustige Irene met de enigszins stugge Moïse de Camondo, die net zoals zij uit een rijke Joodse bankiersfamilie komt. Al snel krijgt het echtpaar twee kinderen, eerst een zoon die naar zijn grootvader Nissim genoemd wordt en dan een dochter, die ze de naam Béatrice geven.
Een vruchtbaar huwelijk, maar ongelukkig
Ondanks de twee kinderen is Irene wispelturig, ongedurig en zoekt ze haar geluk meermaals buitenhuis. In 1896 wordt ze verliefd op haar stalmeester, de Italiaanse graaf Charles Sampieri. Voor hem verlaat ze man en kinderen. Ze vraagt de scheiding aan, laat aan haar man het hoederecht over de kinderen, bekeert zich tot het catholicisme, trouwt met de graaf en wordt gravin Irene Sampieri.
De bedrogen echtgenoot
De verstoten Moïse van zijn kant wordt nog zwijgzamer dan hij al was. Twee zaken spelen nog mee in zijn leven: zijn kinderen en dan vooral zijn oudste zoon Nissim, die hij adoreert en zijn kunstverzameling, bestaande uit hoofdzakelijk 18e eeuwse kunst.
Om zijn kunstverzameling beter tot haar recht te laten komen, beslist hij begin 1900 zijn woning aan het Parc Monceau helemaal neer te halen en opnieuw op te bouwen op een dusdanige manier dat de kunstwerken er een vaste plaats krijgen, onroerend door bestemming als het ware. Alle tapijten, schouwen, deuren enz. die hij in de loop der jaren verzameld heeft, worden in de tekeningen van de architect verwerkt. Het wordt een huis uit begin 20e eeuw, maar met de uitstraling van een klein kasteeltje, een “petit Trianon”, uit de 18e eeuw.
Zoon Nissim
Zoon Nissim groeit ondertussen op tot een elegante jongeman, met toekomstperspectieven waar de andere jongens van die leeftijd alleen maar van kunnen dromen. Maar het noodlot slaat toe. Wereldoorlog I breekt uit. Nissim trekt naar het front, eerst als soldaat, daarna kiest hij voor de meer heroïsche luchtmacht en wordt vliegenier. In 1917 wordt zijn vliegtuig geraakt bij een luchtgevecht. Nissim kan nog net landen, maar overlijdt enkele dagen later aan de opgelopen verwondingen.
Ter nagedachtenis aan Nissim
Vader Moïse is ontroostbaar. Wanneer enkele jaren later dochter Béatrice het ouderlijk huis verlaat om te trouwen met Léon Reinach, zoon van eveneens een Joodse familie, blijft Moïse alleen achter. Hij maakt zijn testament op en bepaalt dat zijn woning met alle kunstwerken inbegrepen bij zijn dood als museum naar de Franse Staat moet gaan, ter nagedachtenis van zijn zoon. In 1935 overlijdt Moïse en gaat de woning overeenkomstig de beschikkingen over naar de Staat en wordt museum, het museum Nissim de Camondo.
Dochter Béatrice
In principe zou het verhaal over het ontstaan van dit museum hier eindigen. Maar de tegenslagen die het geslacht Camondo zal kennen, zijn niet ten einde. Dochter Béatrice en Léon Reinach krijgen twee kinderen, Fanny en Bertrand. Wanneer de 2e Wereldoorlog uitbreekt, wordt het hele gezin Reinach-Camondo opgepakt en gedeporteerd. Geen van hen zal de oorlog overleven.
Irene, die ondertussen ook gescheiden leeft van haar tweede man, draagt nog altijd de naam van gravin Sampieri. Ze leeft ondergedoken in een klein appartement in Parijs en weet zich zo aan de aandacht van de Duitsers te onttrekken.
De ironie van het lot
Wanneer na de oorlog de erfenis van Béatrice ter sprake komt, komt ook Irene opnieuw in beeld. Als enige erfgenaam van haar dochter ontvangt zij het enorme fortuin dat haar ex-man had nagelaten aan zijn dochter. Met dit geld vestigt Irene zich in Zuid-Frankrijk. Ze koopt er de “Villa des Araucarias” in Cannes. Irene is in wezen niet veranderd. Ze blijft grillig en onbesuisd. Ze brengt haar dagen door in de casino’s van de Côte d’Azur. Wanneer ze in 1963 op 91-jarige leeftijd overlijdt, blijkt dat samen met haar ook een einde is gekomen aan het fortuin van de Camondo.
Wat gebeurde er met het schilderij?
Wat gebeurde er met het portret van Irene? Toen Renoir het schilderij af had, beantwoordde het niet aan de verwachtingen, noch van de opdrachtgever noch van het meisje zelf. Het schilderij werd ergens opgehangen in de vertrekken van het personeel. Renoir die op voorhand geen vaste prijs bedongen had, kreeg er veel minder voor dan wat hij verwacht had van zo’n rijke opdrachtgevers. Het bracht hem ertoe een aantal antisemitische uitspraken te doen.
Wanneer Irene trouwt met Moïse, verhuist het schilderij met haar mee naar haar nieuwe woning. Maar na de scheiding keert het schilderij opnieuw naar het ouderlijk huis. In 1910 schenkt de moeder van Irene, gravin Cahen d’Anvers het schilderij aan haar kleindochter Béatrice, dochter van Irene. Niet omdat het om een Renoir ging, maar als aandenken aan de moeder die ze zo gemist had.
Verschillende decennia later, tijdens WOII, is de waarde van het schilderij ondertussen wel doorgedrongen tot de familie Camondo en Cahen, en ook ver daarbuiten. Het schilderij raakt in handen van Goering, die het afstaat aan een zekere Georg Bührle, rijk Zwitsers industrieel van Duitse origine, leverancier van zwaar legermateriaal aan de Wermacht en belangrijk koper van kunst.
Na de bevrijding ontdekt Irène Cahen d’Anvers op een tentoonstelling van “Meesterwerken van Franse collecties teruggevonden in Duitsland en Zwitserland” haar portret. Ze onderneemt stappen om het terug te bemachtigen en laat het identificeren, wat haar weinig problemen oplevert, iedereen weet immers dat het portret Irene Cahen d’Anvers voorstelt. Via de erfenis van haar dochter, laatste officiële eigenaar van het portret, komt Irene opnieuw in bezit van haar eigen schilderij. Maar de haat-liefde relatie met het schilderij blijft en even later – in 1949 – besluit ze het schilderij te koop te stellen bij een Parijse gallerie. Het duurt niet lang of een koper meldt zich aan. Het is… Georg Bührle. Het schilderij vertrekt opnieuw naar Zwitserland, ditmaal in alle legaliteit en met de goedkeuring van de Franse staat. Het hangt vandaag in de Foundation E.G. Bührle in Zurich.
Het schilderij is dus jammergenoeg niet te zien in het museum Nissim de Camondo. In het museum vinden we wel een mooie collectie van 18e eeuwse kunst. Niet zozeer schilderijen, dan wel meubels, tapijten en prachtige porceleinen serviezen. Alles staat er nog precies zoals Moïse de Camondo het heeft achtergelaten. En als je geluk hebt, kan je ook nog een glimp opvangen van de kamerdienaar, die er nog altijd rondloopt in het costuum van die tijd.
BRON http://parijslive.wordpress.com/
![]() |
| http://www.patrickdamiaens.be |
zaterdag 6 juli 2013
Château MODAVE | Het kasteel van Modave | 18de eeuwse STIJLKAMERS | GESCULPTEERDE Lambriseringen
| Het Kasteel van Modave |
MODAVE
Waarschijnlijk is het bezoek aan Musea en Kastelen de belangrijkste bron van inspiratie voor de ornamentsnijder.
In de 25 jaar dat ik met Ornamentiek bezig ben, weet je inmiddels waar en in welke Museum of Kasteel ,welk soort ornament, stijl, karakter, kwaliteit er te vinden is.
![]() |
| De inkomhal van het kasteel Modave |

In de 16de eeuw werd het domein en kasteel eigendom van de Families Haultepenne en Saint-Fontaine. In de eeuw daarna verwierf Jean-Gaspard-Ferdinand de Marchin (1601-1673) het kasteel en veranderde het van een middeleeuwse burcht tot een luxueuze Barok residentie.

![]() |
| Gesculpteerde Lambrisering |
![]() |
| Luikse stijl, consoletafel en spiegel |
![]() |
| Detail vergulde lijst met ornamenten 18de eeuw |

![]() |
| 18de eeuwse STIJLKAMERS | Modave |

VIVAQUA
Château de ModaveRue du Parc 4
B – 4577 MODAVE
Tél. : ++32 85 41 13 69
Fax. : ++32 85 41 26 76
info@modave-castle.be
Inkom
Kind – 12 jaar: gratis Groepen : 5,50 € (vanaf 20 pers)
(laatste toegang : 17 u.) Gesloten op maandag (behalve op feestdagen en juli & augustus)
![]() |
| http://www.patrickdamiaens.be |
![]() |
| Patrick Damiaens |
woensdag 21 november 2012
Het de GROESBEECK-DE CROIX MUSEUM in Namen | Museum in Namen | Naamse Meubelen
![]() |
| Het de Groesbeeck-de Croix Museum (Tuinzicht) |
Ornamentsnijder
Historische Interieurs
Het de Groesbeeck-de Croix Museum in Namen (B)
Musea en kastelen zijn zowat de belangrijkste voorbeelden en inspiratiebronnen voor de ornamentsnijder, waar hij als vakman zijn ideeën haalt, of waar hij op zoek gaat naar nieuwe uitdagingen en waar hij steeds voor verrassingen komt te staan en hij zelfs na 25 jaar nog steeds het gevoel heeft iets bij te leren.
| Naams houtsnijwerk |
Op verzoek van graaf van Groesbeeck werd dit oude toevluchtsoord van de abdij van Villers-en-Brabant op het einde van de 18de eeuw door de architect Chermanne veranderd in een elegant herenhuis in Louis XV stijl.
In 1935 werd het interieur, dat op schitterende wijze bewaard is gebleven, ingericht als museum. Het bezit mooie collecties Naamse meubels, glaswerk, ceramiek, enz.
Zijn Franse tuin had de tand destijds helaas niet doorstaan, maar werd in dezelfde periode gereconstrueerd door de tuinarchitect Hector Mathieu. Hij gaf de tuin uiterlijk van destijds terug met de centrale waterpartij, de perken symmetrische buxusbomen, het tuinpaviljoen en de oranjerie.
| Het Naamse meubel, Garde-Robe |
| Detail Naams snijwerk |
L'hôtel de Croix, door de stad Namen aangekocht in 1935, toont een ganse waaier typische XVIIIe eeuwse decoratietechnieken. De muren zijn versierd met houten wanden en sierlijsten in eenvoudige en geometrische opbouw. Die lambriseringen omkaderen nu eens wandtapijten die landschappen en bossen voorstellen, dan weer schilderijen met een romantisch landschap, borduursels met bloemen of behangpapier op doek met bloem en rocaille motieven.
Boven de deuren en boven de schoorsteenmantels bevinden zich schilderijen die liefdestaferelen in de stijl van Jean-Antoine Watteau afbeelden, mythologische scènes of bloemenboeketten.
De Naamse meubelen, architecturaal en majestueus, zoeken inspiratie in de Franse mode en de nog religieuze traditie. Het decor getuigt van de evolutie van de stijlen, van Barok tot Lodewijk XVI.
Wij vergeten niet te vermelden dat kostbare Franse meubelen (kabinetten, consoletafels, zetels en stoelen) bewaard worden in de zalen op het gelijkvloers.
| De muziekkamer van het museum |
De behoefte aan intimiteit vertaalt zich in de zuidvleugel in een opeenvolging van kleine appartementen, damessalons en andere alkoofjes , die eenvoudig en comfortabel zijn en verbonden werden door gangen, waardoor men niet aldoor storend door de kamers hoeft te lopen.
Maar op het gelijkvloers geldt het tegenovergestelde. J.-B. Chermane richtte er immers een aaneensluitende rij pronkzalen in opdat de genodigden er de rijkdom van het interieur van hun gastheren zouden kunnen bewonderen.
Aan het verlangen naar intimiteit beantwoordt het zoeken naar functionaliteit, te weten al hetgeen het leven kan vergemakkelijken, zachter en aangenamer kan maken.
| De behoefte aan intimiteit, kleine kamers |
| Een gesculpteerde trumeau |
De creatie van de eetzaal, die in de XVIIIe eeuw permanent wordt, verhindert de tafel enkel voor aangelegenheden te moeten dekken en bevordert het familiale leven.
De verzamelingen van het museum worden verrijkt met enkele producties van bekende artiesten die niet uit uit het Naamse afkomstig zijn: een mooie collectie van terracotta's en marmeren beelden van de beeldhouwer Laurent Delvaux, in dienst van de Oostenrijkse gouverneur Charles de Lorraine; een buste van Vauban van de hand van Coysevox, de officiële beeldhouwer van Lodewijk de XIV: een schets van de Italiaanse schilder Tiepolo; schilderijen met bloemen van Pierre-Joseph Redoute, tekenleraar van Marie- Antoinette en tot slot een portret van de Zonnekoning, toegeschreven aan H. Rigault.
De Tuin
In de kunst van de XVIIIe eeuw is de natuur als grote inspiratiebron overal aanwezig binnen het gebouw. Nergens is zij zo poëtisch als in een tuin.Vier bloemperken omringen een vijvertje en scheppen een symmetrisch perspectief, nog versterkt door het paviljoen aan het einde van het park.
Uiteraard volgt dit de principes van de Franse tuin, in de stijl van Le Nôtre.(Tuinarchitect van L.XIV)
Adres
Rue Joseph Saintraint 3, 5000 Namen
Gesloten op Maandag, ook tussen Kerstmis en Nieuwjaar
Openingsuren 10-12.30 / 13.15 - 17:00
Inkom 3 euro Duur+/- 1uur
Begeleid bezoek op aanvraag
Tekst, met dank aan het Museum
![]() |
| Patrick Damiaens |





























