WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

Posts tonen met het label 'Houtsnijwerk uit de 18e-eeuw'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 'Houtsnijwerk uit de 18e-eeuw'. Alle posts tonen

woensdag 1 november 2017

Het Petit Palais in Parijs | Eikenhouten lambriseringen en boiserie | Eikenhouten lambrisering met ornamenten | Collectie Edward Tuck

Het Petit Palais in Parijs, hoofdingang

Het Petit Palais in Parijs

 Eikenhouten lambriseringen en boiserie


November 2016, Parijs

Met de hogesnelheidstrein, de Thalys, van Brussel naar Parijs. In ongeveer 1 uur en 20 minuten ben je er. Ik was in gezelschap van een aantal cursisten houtsnijden, toen we op een stralende zaterdag in november van 2016 deze uitstap maakten. Ik had een aantal bezienswaardigheden en musea uitgezocht die zeker in de smaak zouden vallen. Eén van deze bezienswaardigheden was het Petit Palais. Het werd gebouwd door architect Charles Girault voor de wereldtentoonstelling, oftewel de Exposition Universelle in Parijs van 1900.


Dit overblijfsel van de Exposition Universelle is in architectonisch opzicht zowel klassiek als modern een schoolvoorbeeld van eclectische architectuur. Er ontstond een buitengewoon elegant bouwwerk met een indrukwekkende voorgevel. Op het eerste zicht heeft het gebouw kenmerken van de 17e en 18e eeuw. De koepel van het voorportaal doet denken aan die van het nabijgelegen Hôtel des Invalides. De zuilenrij aan de voorkant lijkt op die van de Place de la Concorde. Hoewel het Petit Palais, naar zijn naam, kleiner is dan het Grand Palais, is het zeker niet minderwaardig. Ze werden namelijk beiden gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1900.





Collectie

In het Petit Palais kan men kunstvoorwerpen vinden van de Griekse oudheid tot de 20e eeuw, zoals schilderijen, beeldhouwwerken, kunstvoorwerpen, meubilair, wandtapijten en de mooiste iconenverzameling van Frankrijk. Dit museum is meestal gratis te bezoeken, voor tijdelijke tentoonstellingen moet echter betaald worden.

Het Petit Palais is een kwalitatief, hoogwaardig en imponerend architecturaal geheel, dat gebouwd is om te blijven bestaan en nu dienst doet als museum voor schone kunsten van de stad Parijs.





De rechtervleugel, aan de zijde van de Cours de la Reine, wordt vooral gebruikt voor tijdelijke tentoonstellingen. In 2010 was hier onder andere een overzichtstentoonstelling te zien van het werk van Yves Saint Laurent, de grootste couturier van Frankrijk. De linkerzijde, die van de Champs Élysées, wordt vooral gebruikt voor permanente tentoonstellingen. Deze zijn volgens een tijdspanne van de klassieke oudheid tot het begin van de 20e eeuw verdeeld in verschillende secties. Wie een chronologische tour wil maken, kan het beste beginnen in het souterrain. Van daaruit doorloop je de (kunst)geschiedenis van de Griekse en Romeinse tijd, naar de middeleeuwen via de Renaissance tot aan de 20e eeuw. Delacroix, Jan Steen, Rembrandt, maar ook meesterwerken van Rodin, Maillol, Bonnard, Renoir en Cézanne komen aan bod. Deze prachtige en veelzijdige collectie is vooral te danken aan privéschenkingen en nalatenschappen, die het mogelijk maken om een volledig beeld te scheppen van wat er door de eeuwen heen op artistiek vlak werd bereikt. En dit alles in overtuigend en betoverend samenspel met de rijke, maar vooral overvloedige architectuur. 




Het Petit Palais in Parijs, grondplan


1902

In 1902 werd het museum officieel in gebruik genomen. Charles Girault had in zijn gewaagde ontwerp gebruik gemaakt van het aanwezige natuurlijke licht. Jammer genoeg werden de glazen daken en koepels die het licht binnenlaten, afgedekt om de kunstwerken te beschermen tegen de kwalijke gevolgen van de zon.
De Architecten Philippe Chaix en Jean-Paul Morel hebben voor dit probleem een oplossing gevonden. Ze construeerden een schuin aflopend, glazen dak bovenop een horizontaal dak, waardoor de kunstwerken en zalen nu weer volledig tot hun recht komen in een zee van natuurlijk licht.

De vernieuwing van Chaix en Morel was van groot belang, want alle schilderijen waren gemaakt in ateliers waar enkel natuurlijk licht naar binnen kon komen. Nu komt de lichtval dus beter overeen met die van het moment waarop het schilderij vervaardigd werd. 


Eikenhouten lambriseringen en boiserie


Het museum was vooral bekend om zijn tijdelijke exposities, terwijl men nu een oppervlakte van 5000 vierkante meter kan ontdekken. De schilderijen, sculpturen en kunstvoorwerpen zijn in resonantie geplaatst opdat het publiek zo veel mogelijk bewust wordt van de verschillende culturen en periodes. Voor de zeventiende eeuw, bijvoorbeeld, kan het publiek enkele mooie kunstvoorwerpen bezichtigen die niet ver gelegen zijn van de schilderijen van Rembrandt. In de sectie van de achttiende eeuw zijn er schilderijen van Boucher en van David te vinden die geplaatst zijn bij meubels en tapijtwerken van dezelfde periode.

De tuin is gereconstrueerd zoals deze origineel in 1900 was. Door de inwerking van bomen- en plantenwortels vertoonden alle vijvers echter scheuren. De mozaïeken van de vijverranden werden bedekt met cement opdat het water niet zou kunnen weglopen. Gelukkig werden deze mozaïeken wel teruggevonden. De vijvers deden al sinds tien jaar geen dienst meer en de tuin was gesloten voor publiek. Ook de vegetatie rondom de vijvers is zoals ze was in 1900. De palmbomen maken het geheel een beetje exotisch, zodat het lijkt alsof men zich op de Promenade des Anglais bevindt. Dit is niet om een band te leggen met het middellandse zeegebied, maar omdat de eerste tuinen van 1900 nu eenmaal zo waren.


In 2005 is het gebouw nog eens voor de lieve som van 264 miljoen gerestaureerd en is nu een van de architecturale parels van Parijs. Voorbeelden hiervan zijn mozaïeken vloeren, beschilderde koepels en monumentale trappen die rijkelijk voorzien zijn van siersmeedwerk. Een groot bordes aan de voorzijde leidt je naar een indrukwekkend portaal met glazen koepels, erkers en een immense zuilengang. 



Het museumcafe


In de halfronde binnenkoer bevindt zich het museumcafé. Het is zeker één van de meest sfeervolle museumcafés van de Franse hoofdstad en dus een echte aanrader. In een oase van rust, in de nabijheid van de levendige Champs Élysées vind je deze charmante binnentuin omzoomd met mozaïeken en majestueuze colonnades. Hier kan je genieten van een eenvoudige en originele kaart. Het is er niet goedkoop, maar sfeer heeft zijn prijs. Het is zeker de moeite waard, al is het maar een tasje koffie met wat macarons. 
Een impressie. Een aantal foto's uit november 2016.

 Majestueuze colonnades in een oase van rust | Le Petit Palais

Zicht vanuit het Museum Cafe |  Le Petit Palais Parijs.





Eikenhouten lambriseringen en boiserie
__________________
_______


Op de eerste etage van het Museum (collectie XVIIIe eeuw) is de collectie van Edward Tuck en zijn vrouw Julia Stell te bezichtigen.

Tuck werd als viceconsul naar Frankrijk gestuurd en zo is zijn leven als expat in Parijs begonnen. Hij gebruikte zijn aanzienlijke vermogen om kunst te verzamelen en schonk royaal aan onderwijsinstellingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Hij heeft eveneens steun verleend aan het American University Center in Parijs en aan de renovatie van openbare monumenten in Rome en Monte Carlo. Zijn grootste gift was na zijn dood in 1938 te Monte Carlo, hij schonk zijn hele kunstcollectie aan Frankrijk. De waarde van de collectie op dat moment was $5 miljoen. Om zijn vrijgevigheid te eren, heeft de stad Parijs een Avenue naar hem genoemd vlak in de buurt van Le Petit Palais waar zijn kunstcollectie is ondergebracht.


EDWARD TUCK, Petit Palais





Petit Palais in Parijs

Le Petit Palais Paris, Collection Edward Tuck

Eikenhouten lambriseringen en boiserie

Petit Palais in Parijs | Eikenhouten lambriseringen en boiserie


Le Petit Palais Paris, Collection Edward Tuck



Eikenhouten lambriseringen en boiserie

Le Petit Palais Paris, Collection Edward Tuck

Eikenhouten lambriseringen en boiserie



Eikenhouten lambriseringen en boiserie


Het Peitit Palais in Parijs



https://www.patrickdamiaens.nl



vrijdag 1 september 2017

Museum Van Loon in Amsterdam | Stijl- en Smaakvolle Interieurs | Grachtenpand in Amsterdam


MUSEUM Van Loon
______________________

Amsterdam

Op 4 juli 2017 was ik met een goede kennis in Amsterdam, ik had er een afspraak bij een klant, een levering van één van mijn heraldische beeldhouwwerken en dit voor een pand aan de Keizersgracht. Vanuit Maaseik is het bijna 2 uur (1:50) rijden tot Amsterdam en door de vroege afspraak-levering was er zeker genoeg tijd over voor een blitzbezoek aan 'het Venetië van het noorden'.
De goede kennis was nog nooit in Amsterdam geweest en het leek me leuk om hem even te laten kennis maken met een aantal belangrijke gebouwen, landmarks en de unieke sfeer die in deze stad heerst.
Een rondvaart op de Amsterdamse grachten was die dag een absolute must en een goede manier om de stad beter te leren kennen. Deze rondvaart is ook een goede basis om later te bepalen welk Amsterdams stadsdeel je wil bezoeken.

In dit blogitem bezoeken we Museum Van Loon een patriciërshuis aan de Keizersgracht 672 dat sinds 1884 in bezit is van leden van het geslacht Van Loon en daaraan zijn naam ontleent. Een deel van het huis is voor bezoekers opengesteld

Museum Van Loon in Amsterdam
Museum Van loon, tuinzicht


Museum Van Loon Amsterdam.


Kort na de aanleg van de Keizersgracht werd het huis in 1671-1672, samen met nummer 674, gebouwd voor Jeremias van Raey, een Vlaamse koopman. Deze tweeling-huizen worden nu ook wel de Van Raey-huizen genoemd. Architect was Adriaan Dortsman. Deze had eerder de Ronde Lutherse Kerk en het Walenhuis (nu consulaat) gebouwd, en de vestingstad Naarden.

Op de gezamenlijke gevels staan vier Grieks/Romeinse goden: de godin van de oorlog Pallas Athena / Minerva, de god van de oorlog Ares / Mars, de god van het vuur Hephaistos / Vulcanus en de godin van de aarde Demeter / Ceres.

Van 1964-1973 werd het huis onder Monumentenzorg gerestaureerd.
In 1772 en 1776 zijn zeer gedetailleerde lijsten van de inboedel gemaakt.

Hal en trappenhuis | Museum Van loon

In het begin van de 17e eeuw werd een begin gemaakt met het aanleggen van de grachtengordel van het IJ tot de Leidsegracht. In 1660 worden de grachten doorgetrokken tot de Amstel. De huizen die aan de buitenkant van de grachten werden gebouwd, kregen een koetshuis aan de Kerkstraat, die er achterlangs loopt. In 1920 had Jhr. Willem van Loon een auto en werd het koetshuis een garage.
De gevel aan de tuinzijde is in 1775 vernieuwd. Boven de deur is een buste van Apollo / Apollon, daarnaast staan zinken beelden van Flora / Chloris en Silenus, met Dionysos / Bacchus op de arm.
Het tuinhuis is een rijksmonument. De ramen op de eerste verdieping zijn onecht, men wilde immers niet dat het personeel naar de tuin kon kijken. Het koetshuis was nog steeds bezit van de familie Van Loon, maar werd in 2009 door het museum gekocht, gerestaureerd en weer als koetshuis ingericht. Het werd in november 2011 geopend en is een trouwlocatie geworden.



Abraham van Hagen, die het huis in 1752 koopt, bouwt een tuinkamer aan de achterkant van het huis. Deze is boven een deel van de keuken, die al eerder is uitgebouwd.


De tuin is door Angrid Tilanus in 1973 opnieuw ontworpen. Het tuinontwerp is geïnspireerd op een tekening van Jacobus Bosch uit 1679. In 1999 heeft Eugénie André de la Porte nog enkele aanpassingen aangebracht. In de tuin staat een rode beuk die in 1884 door de familie Van Loon geplant is.



Trappenhuis

Het hart van het huis is zonder twijfel het schitterende trappenhuis, uitzonderlijk groots voor Amsterdam. De monumentale trap verbindt de belangrijkste woonlagen. Een apart trappenhuis voor de bedienden is er niet. De balustrade, oorspronkelijk geheel uit messing, is gemaakt voor het echtpaar Van Hagen - Trip. Wie heel goed kijkt, kan hubn namen ontdekken in de sierlijke krullen. In het stucreliëf boven de deur zijn onder andere de tekens van de dierenriem en de schone kunsten verbeeld. Op de vloer liggen grote platen marmer die gelegd zijn à livre ouvert, waardoor de tekening in het marmer wordt gespiegeld.


Stucreliëf boven de deur | Trappenhuis Museum Van Loon


Blauwe Salon

De grote ontvangstsalon heeft, zoals de meeste kamers op de bel-etage, een indrukwekkende hoogte van bijna vijf meter. In de hoeken van het stucplafond zijn de vier jaargetijden gesymboliseerd. De kamer speelde een belangrijke rol in het leven van Thora van Loon. Als Dame du Palais van Koningin Wilhelmina vertegenwoordigde zij de Koningin in Amsterdam.
Op haar wekelijkse Jour, haar vaste ontvangstdag, bepaalde Thora hier wie wel en wie niet aan de Koningin werd voorgesteld bij haar jaarlijkse bezoek aan Amsterdam. Zeer bijzonder is dat de Empire parketvloer uit circa 1810 er nog ligt.


Museum Van Loon in Amsterdam | Stijl- en Smaakvolle Interieurs






De Eetkamer

De eetkamer biedt plaats aan vierentwintig personen aan één lange tafel. De kamer wordt nog steeds gebruikt, bij bijzondere gelegenheden door de familie Van Loon, maar vooral ook door bedrijven en particulieren die de kamer huren. De familie Van loon richtte de kamer in in zeventiende-eeuwse stijl met imitatie goudleerbehang. Deze stijl werd in de negentiende eeuw zeer passend geacht voor een eetkamer. Bij de restauratie in de jaren in de jaren zestig door de Jonkheer Maurits van Loon werd de achttiende-eeuwse uitstraling hersteld. Gelukkig waren de spiegel boven de haard en de zogenaamde penanttafel en spiegel tussen de ramen bewaard gebleven.

Museum Van Loon in Amsterdam | Stijl- en Smaakvolle Interieurs



Rode Salon

Deze kamer werd vroeger meestal aangeduid als Herenkamer of Rooksalon. Hier kon Willem Hendrik van Loon zich terugtrekken voor een zakelijke bespreking of na een diner met de heren sigaren roken zonder de dames te hinderen. In het hele huis hangen vrijwel uitsluitend portretten aan de wand. De portretten onderstrepen de ouderdom van het regenten-en koopmansgeslacht, maar waren ook een bron van vermaak. Aan de hand van de portretten konden familiegeschiedenissen worden verteld of ter plekke worden verzonnen. De groene kleur van de wandbetimmering is, net als de kleuren in de meeste andere kamers gebaseerd op de achttiende-eeuwse kleur.

Het Rode Salon |  Grachtenpand in Amsterdam



De Tuinkamer

In de achttiende eeuw werd de tuinkamer verfraaid met een verfijnde betimmering en spiegels die de kamer in het oneindige doen herhalen. Het was niet verwonderlijk dat de jonge Thora deze kamer met het fraaie uitzicht op de tuin koos tot haar privévertrek. Vanaf het midden van de jaren twintig gebruikte de familie de tuinkamer als eetkamer wanneer er geen andere gasten waren. Zo hoefde butler Theo minder ver te lopen, zodat het eten warmer op de tafel kwam. De wandbespanning is, net als in alle andere kamers, uitgekozen door Mauritz van Loon en zijn eerste echtgenote Ghislaine van Loon- de Vallois.


Het Familiewapen in hout
Van loon






De Drakensteynkamer

De kamers op de eerste etage waren vooral bedoeld als slaapvertrekken. In de drakensteynkamer stond het bed opgesteld in een alkoof. De kamer ontleent zijn naam aan de wandbeschilderingen die de kamer nu sieren. De schilderingen komen van Kasteel Drakensteyn, het huis van H.K.H. Princes Beatrix. Maurits van loon kocht ze aan omdat het huis in de achttiende eeuw wandschilderingen had, maar ook omdat ze gemaakt zijn in opdracht van dezelfde familie die toen ook eigenaar was van Keizersgracht 672. Behangselschilderingen zijn een typisch Nederlands verschijnsel waarbij vertrekken rondom voorzien worden van een doorlopende schildering.


Drakensteynkamer | Museum Van Loon



De Rode Slaapkamer

De decoraties tonen de overgang van de zwierige rococostijl naar de neoclassicistische Lodewijk XVI-stijl. De kamer is kleiner dan de kamer aan de andere kant van de gang, omdat zich achter de muur waartegen het bed staat de trap bevindt naar de voormalige vertrekken van de bedienden. Om de twee deuren in de gang recht tegenover elkaar te kunnen plaatsen, maar de kamer toch symetrich te laten lijken, is een fopdeur aangebracht. Wanner de deur gesloten is, lijkt het of de deur zich recht tegenover de schoorsteenmantel bevindt. De echte deur is er evenwel naast.


Detail, Ornamenten spiegel | Museum Van loon


De Vogelkamer

Het huis kent in verhouding tot de grootte van het pand een beperkt aantal slaapkamers. Omdat het ruime vertrekken zijn, konden de ruimtes door middel van kamerschermen door meerdere personen worden gebruikt. in de tijd van de familie Van loon is de kamer als kinderkamer in gebruik geweest. Maurits van Loon kon zich nog goed herinneren hoe hij hier met zijn zusters logeerde. In de achttiende eeuw was de kamer bedoeld als bibliotheek. Na de restauratie zijn de boekenkasten weer bruikbaar gemaakt en zijn de sleutelgaten weer zichtbaar. De kamer dankt zijn naam aan de wandbespanning vol exotische vogels.





De schaapjeskamer

Bij de familie Van loon deed deze kamer dienst als logeerkamer. Ook deze kamer ontleent zijn naam aan de wandbespanning. De stof is een replica van een Franse imitatie van de Indiase sitsenstof. In Frankrijk werden aan het oorspronkelijke ontwerp schaapjes toegevoegd. Onzichtbaar in huis zijn sanitaire voorzieningen. Aan de tuinzijde van het huis zijn twee kleine kabinetjes. Hierin konden een po en een lampetkan staan. In de negentiende eeuw  werden in de kabinetjes'moderne' badkamers aangelegd. Maurits van Loon heeft ze vernieuwd en daarom zijn ze (nog) niet te zien.

Schaapjeskamer | Museum Van Loon


De keuken

Het souterrain was het domein van de tien tot vijftien personeelsleden. Hier waren de opslagkelders, de bodenkamer waar het zilver werd gepoetst en het dagverblijf van het personeel. Maar de belangrijkste ruimte was natuurlijk de keuken. De keuken lag, zoals de traditie voorschreef, zo ver mogelijk van de eetkamer. In het verleden waren bewoners meer bedacht op geur en rook dan op praktische gemak en een warme maaltijd. Zee praktisch was het betegelende plafond dat op eenvoudige wijze kon worden schoongemaakt. Bijna veertig jaar lang was Leida de kokkin van de familie.



De tuin

Toen de grachtengordel rond Amsterdam werd aangelegd, ontwierp men niet alleen het patroon van grachten, straten en huizen, maar ook grote tuinen. De tuin was er vooral om naar te kijken. Door middel van wintergroene hagen bood de tuin ook in de winter vanaf de bel-etage een fraaie aanblik.
Gebaseerd op een historische vogelvluchtkaart kreeg de tuin in 1973 wederom een patroon van taxus en buxushagen. De rode beuk is door de familie Van loon geplant in 1884. De jaarlijkse Open Tuinen Dagen, waaraan ook veel particulieren deelnemen, in juni geven de grachtentuinen een internationale bekendheid.


Het Koetshuis | Museum Van Loon Amsterdam

Het koetshuis

Grote grachtenhuizen, zoals Keizersgracht 672, hadden hun eigen koetshuis. De tuingevel van het koetshuis was eveneens een ontwerp van Adriaan Dortsman. Behalve voor het stallen van zeven à acht rijtuigen en zes paarden werd de woning boven het koetshuis bewoond door de koetsier en zijn gezin. Om de privacy van de bewoners van het huis aan de gracht te waarborgen had de gevel alleen fop ramen ter verfraaiing met geschilderde gordijntjes.
De familie Van loon was vermaard om haar rijtuigen, tuigen en livreien en is één van de weinige families in Nederland waar complete aanspanningen van bewaard zijn gebleven.


Het Koetshuis | Museum Van Loon Amsterdam
INFO:

Openingstijden
Het museum is dagelijks geopend van 10 tot 17 uur.

Het museum is gesloten op:
Koningsdag - donderdag 27 april
24 december vanaf 15u gesloten
1e Kerstdag
Nieuwjaarsdag

NB: 1e & 2e Paasdag en 2e Kerstdag geopend

Volwassenen: € 9,-  ( in 2017)    € 16 ( in 2025) 
Studenten / CJP: € 7,-
Groepen vanaf 10 personen: € 7,- pp

Contactgegevens
Museum Van Loon
Keizersgracht 672
1017 ET Amsterdam

+ 31 (0)20 - 6245255

https://www.patrickdamiaens.nl

FB PAGINA