Handmade in Belgium. De houtsnijblog van PATRICK DAMIAENS een Houtornamentist -
houtbeeldhouwer uit Maaseik. Gespecialiseerd in ornamenten in hout en heraldische familiewapens. Patrick is ornamentsnijder - houtsnijder één van zijn specialisaties zijn heraldische familiewapens in hout. Sinds de oprichting in 1990 heeft het atelier een uitstekende reputatie verworven in het artisanaal vervaardigen van ornamenten, houtsnijwerk en beeldhouwwerk. Ik sta u graag verder te woord mocht u vragen hebben
WELKOM OP MIJN BLOG
Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.
Posts tonen met het label 'Ornamenten in lindehout'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 'Ornamenten in lindehout'. Alle posts tonen
Een uitzonderlijke gebeeldhouwde trofee van lindehout
door de houtsnijder James Peake, gesigneerd en gedateerd 1895.
____________________________
_____________
In het najaar van 2025, kwam dit per toeval deze foto op het internet tegen, en dit op de Google pagina ( afbeeldingen) van de Britse houtsnijder Grinling Gibbons en mijn nieuwsgierigheid was getriggerd.
In het verleden kreeg ik op dezelfde wijze te maken met andere ( vrij onbekende) houtsnijders, die allemaal in de stijl van Grinling Gibbons werkte. Namen als Laurent Van der meulen, Peter Van Dievoet, Thomas Wilkinson Wallis, .... waren voorheen onbekenden, en al deze houtsnijders werkte in de stijl van Gibbons.
We kunnen dus een nieuwe naam toevoegen aan dit lijstje, namelijk de Britse houtsnijder James Peake.
Dit blogonderwerp kwam tot stand door de antiekhandelaar die het werk van Peake op dit moment aanbied voor verkoop. We danken hem voor de tekst en fotomateriaal.
Een uitzonderlijke gebeeldhouwde trofee, een combinatie van lindehout en andere lichte houtsoorten, gemaakt door de houtsnijder James Peake, het is gesigneerd en gedateerd 1895, met asymmetrische vormen ( achtergrond van Rococo motieven) die op ingewikkelde en delicate wijze zijn uitgesneden.
En dit met een overvloed aan naturalistische herfstvruchten en bloemen, waaronder, maar niet uitsluitend: een maïskolf, tarwehalmen, druiven, grassen, verschillende soorten chrysanten, een tijgerlelie, madeliefjes en rozen, allemaal tegen een rococostijl achtergrond van C-krullen en rocailles. In de originele vitrine met glas. Engels, 1895.
Voetnoot: James Peake (ca. 1839-1918) vestigde zich in 1866 als houtsnijder, vergulder, lijstenmaker en passe-partout snijder (volgens een label dat werd aangetroffen op een paar door hem gesneden spiegels die in 2009 op een veiling werden verkocht) en zijn vader was ook houtsnijder.
Peake handelde vanuit verschillende panden in de wijk Lambeth en tegen de tijd dat dit houtsnijwerk werd geproduceerd, werkte hij aan Westminster Bridge Road 276.
Een kopie van een knipsel dat bewaard wordt in de projectbestanden van de National Portrait Gallery's British Picture Framemakers 1600-1950, en waarschijnlijk dateert uit ongeveer 1914, verwijst naar Peake als ‘de moderne Grinling Gibbons’ en op basis van dit stuk lijkt die vergelijking zeker gerechtvaardigd.
Het gebruik van een rococo-cartouche om het ontwerp te omlijsten is een ongebruikelijke keuze die niet alleen Peake's vaardigheid als houtsnijder, maar ook als ontwerper aantoont. Het lijkt erop dat Peake's tijdgenoten bijzonder onder de indruk waren van het realisme van zijn naturalistische houtsnijwerken met botanische onderwerpen.
Dit blijkt uit het feit dat hij in maart 1899 een selectie van zijn houtsnijwerken tentoonstelde bij de Catford and District Natural History Society. In een verslag van de Kentish Mercury van 24 maart van dat jaar stond:
'De houtsnijwerken van de heer Peake, en met name zijn groepen fruit en bloemen, vormden een bijzonder aantrekkelijk onderdeel. Botanici die het werk bekeken, spraken hun warme bewondering uit voor de natuurgetrouwheid, de voortreffelijke verfijning van de uitvoering en de artistieke smaak die uit de groepering bleek.'
In 1900 had Peake voldoende reputatie opgebouwd om te exposeren op de Exposition Universelle in Parijs. Een schoorsteenmantel die hij voor de beurs had gesneden, won een bronzen medaille – een hele eer in zo'n vooraanstaand gezelschap. Hij was natuurlijk terecht trots op deze prestatie en een artikel uit de South London Press van 13 augustus 1904 beschrijft deze en andere gesneden voorwerpen in de winkel van Peake:
'Toen ik deze week op een dag op de bus stond te wachten, werd mijn aandacht getrokken door de etalage van Mr James Peake, 276 Westminster Bridge Road, met een aantal houtsnijwerken van de meest delicate en verfijnde beschrijving, duidelijk het werk van een waar genie en creatief artistiek talent van de hoogste orde.
Boven trof ik de heer Peake zelf aan naast een schoorsteenmantel die de medaille won op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Dit houtsnijwerk is van zo'n buitengewone schoonheid dat een louter zakelijke beschrijving onmogelijk een idee ervan kan geven, maar ik zou willen dat mijn lezers, met name diegenen die geïnteresseerd zijn in kunstwerken, het zelf zouden gaan bekijken. De bloemenslingers zien er absoluut echt uit, maar zijn gedompeld in eikenhoutkleur.
Een andere schoorsteenmantel, maar dan in Jacobijnse stijl, is met prachtige lijnen uitgehouwen. Ik begrijp niet waarom beide – vooral de eerste – in deze werkplaats zijn achtergelaten.
Toen Kennington Palace, interessant als de thuisbasis van Edward de Zwarte Prins, enige tijd geleden werd gesloopt, kocht de heer Peake al het eikenhout dat erin zat en gebruikt het nu voor lijsten voor foto's enzovoort, die daardoor een dubbele waarde hebben.
Een exemplaar dat ik heb gezien, is zo gebeeldhouwd dat alleen een meesterhand zo'n doorleefd eikenhout zou kunnen bewerken. De heer Peake is professor in houtsnijden en heeft veel leerlingen die graag de fijne kneepjes van het vak willen leren en die al snel het vuur van de kunstenaar in hun bloed krijgen als ze de bloemen en vruchten onder hun handen zien groeien en tot leven komen.
Dit houtsnijwerk is een meesterlijk voorbeeld van het werk van een beroemde ambachtsman.
Na die 35 jaar dat ik met houtsnijwerk bezig, blijft het internet me soms aangenaam verrassen, nooit had ik van deze houtsnijder gehoord, maar het subliem houtsnijwerk van deze Engelse houtsnijder verdient een plaats op mijn blog.
Thomas Wilkinson Wallis is een Engelse houtsnijder geboren in Hull (1822). Hij was de zoon van Samuel Wallis (geboren in 1788 in Hull), Thomas was een meubelmaker, kruidenier en boekhouder. Vanaf zijn negende werkte hij als loopjongen en ging daarna in de leer als houtsnijder / vergulder bij Thomas Ward in Waterworks Street, Hull (1834-41).
In 1842 werkte hij voor Constantine and Co in Leeds, waar zijn oudere broer, Samuel (ca. 1812-73), voorman van de houtsnijden afdeling was. Na drie jaar als gezel te hebben gewerkt, verhuisde Wallis naar Louth en begon voor eigen rekening een bedrijf.
Thomas Wilkinson Wallis
In 1846 verkocht hij zijn eerste 'fancy carving' (mooi houtsnijwerk) voor £2 aan ene Mr. Tuke uit York. Wallis tekende ook architectuurgezichten die hij reproduceerde als litho's. In 1850 won hij met zijn houtsnijwerk een zilveren medaille van de Society of Arts en een jaar later trok hij veel aandacht in London op de "Grote Tentoonstelling" van 1851. (Crystal Palace, Hyde Park)
Dit stelde Wallis in staat zijn beroep op te geven en beeldhouwer in hout te worden. In het volgende decennium werd zijn werk op grote schaal tentoongesteld en kreeg hij veel opdrachten, waaronder de preekstoel voor de St James's Church in Louth en een lijst en de Mayor's Board voor het stadhuis van Louth.
In het begin van de jaren 1870 werd Wallis echter door zijn slechtziendheid gedwongen een nieuw beroep te kiezen en werd hij inspecteur van de volksgezondheid en gemeenteopzichter (1873-93). In 1899 publiceerde hij een autobiografie gebaseerd op uittreksels uit zijn dagboek. ( Onderaan in deze blog is een link, om het boek gratis online te lezen)
Louth Museum, Trophy of Spring, (detail) door Thomas Wilkinson Wallis
Harry Hems in 'The British Architect
Ter gelegenheid van Wallis' tachtigste verjaardag in 1901 schreef de beeldhouwer Harry Hems in 'The British Architect' een waardering: "Thomas Wilkinson Wallis uit Louth Lincolnshire, ongetwijfeld de Grinling Gibbons van de 19e eeuw.
Zo schreef hij, "Onze lezers zullen blij zijn te vernemen dat de grote oude man momenteel in uitstekende gezondheid verkeert", en hoewel hij de productie van die exquise houtsnijwerken van stillevens, die op de "Grote Tentoonstelling" van 1851 de hele wereld in verwondering brachten, allang heeft opgegeven, besteedt hij nog veel van zijn vrije tijd aan het schilderen met olieverf... Mr Wallis werd geboren in Hull uit arme, maar respectabele ouders, op 4 februari 1821, en hoewel hij bij zijn geboorte een zwak kind was, waarvan men niet verwachtte dat het langer dan een paar maanden zou overleven, is hij gespaard gebleven, en is toch een gezonde oude patriarch geworden.
Voortdurend bezig te zijn met de delicate bewerkingen en technieken van zijn wonderbaarlijke kunst, maakte hem uiteindelijk bijna blind, en hij moest het beeldhouwen opgeven voor minder inspannende bezigheden. In 1895 ontving hij de zilveren medaille voor lange dienst nadat hij 20 jaar lang kwartiermeester sergeant van de Louth Volunteers was geweest.
Wij vertrouwen erop dat de oude vakman, die, zoals algemeen werd erkend op de Grote Tentoonstelling van 1851, de hele wereld versloeg in de schoonheid van zijn handwerk, nog gezondheid en kracht zal behouden. ['The British Architect', 8 februari 1901, p. 93].
Op de grote Tentoonstelling van 1855 in Parijs waar hij toen exposeerde, was er zelfs de eer weggelegd om naar de mening te vragen over zijn geëxposeerde sculpturen aan zijne hoogheden Keizer Napoleon III en Keizerin Eugénie.
Er zijn voorbeelden van het werk van Wallis in Hereford Art Gallery; de Usher gallery, Lincoln; en het Victoria and Albert Museum, Londen.
Het Louth Museum bezit echter de grootste collectie van zijn beeldhouwwerken, waaronder: Een groep bloemen en knoppen (14 jaar), uit 1835; Punch's Library (boekenkast), 1850; Reiger met bies en klimop, 1853; Houtsnip en meidoorn, 1854; Twee patrijzen, 1867; Patrijzen en klimop, 1871; en verschillende ongedateerde huishoudelijke voorwerpen (een morshouder, een theedoos en een juwelendoos). Ook zijn belangrijkste werk 'Trophy of Spring' is in dit Museum te bezichtigen.
Draken stoel gemaakt in 1841 Louth Museum | Thomas Wilkinson Wallis
Beeldmateriaal Wallis / Art UK Sculpture Project
Louth Museum is een klein regionaal Museum met breed spectrum aan onderwerpen tentoonstelt, gaande van Romeins aardewerk tot een Victoriaanse bruidsjurk, maar onze aandacht gaat naar de "nationaal" vermaarde collectie houtsnijwerken van de Louthse beeldhouwer T W Wallis.
Deze beeldhouwwerken bevinden zich in beschermende glazen kasten en het bestuur van het Museum in Louth vonden van zichzelf dat ze op het gebied van fotografie 'amateurs waren' en dat het bijna onmogelijk was om fatsoenlijke foto's te maken vanwege de weerkaatsing van het glas, zo zegt een Museum verantwoordelijke.
In november 2018 kwamen twee jonge mannen naar het museum en maakten vakkundig foto's van enkele van onze sculpturen. Dit was omdat we deel waren gaan uitmaken van het Art UK Sculpture-project, dat een register aanlegt van de beeldhouwwerken in openbaar bezit van het Verenigd Koninkrijk, waarbij afbeeldingen en informatie beschikbaar worden gesteld op de Art UK-website.
Goede afbeeldingen, als je ze al kunt vinden online, zijn soms ver te zoeken, maar Louth Museum heeft nu beeldmateriaal van topkwaliteit van al het houtsnijwerk van Wallis, zodat wij de sculpturen in subliem detail kunnen zien en hun ingewikkeldheid kunnen waarderen.
Zie bijvoorbeeld de kleine vogel die zijn nest met kuikens nadert, in Wallis' beeldhouwwerk 'Trophy of Spring', verscholen achter andere niveaus van bloemen en takken. Verschillende van Wallis' houtsnijwerken tonen dood vederwild, maar ik geef veel de voorkeur aan dit houtsnijwerk van levende vogels!
Trophy of Spring / Grinling Gibbons
'Trophy of Spring' was Wallis' meest ingewikkelde beeldhouwwerk; hij had er 8 maanden voor nodig, het kreeg een medaille op de Grote Tentoonstelling van 1851 in Londen, en het wordt beschouwd als het overtreffen van het werk van de beroemde Engelse beeldhouwer Grinling Gibbons (1648-1721).
Trophy of Spring', dat door een inwoner van de VS was aangekocht, werd aan het museum gelegateerd en kwam in 2015 uit Californië naar Louth terug.
Online lezen:
Wallis hield een dagboek bij, zijn hele leven en belevingen heeft hij heel gedetailleerd genoteerd, deze noties waren de basis voor een autobiografie die hij later schreef, bijzonder gedetailleerd en een aanrader om te lezen.
Wie zijn autobiografie wil lezen kan nog steeds de boek kopen, maar er bestaat de mogelijkheid om deze online te lezen. Een bijzonder interessant boekje dat erg de moeite is.
Twee kleine ovale paneeltjes toegeschreven aan Aubert Parent | Medaillon vormige paneeltjes met fijn houtsnijwerk | Antica Namur
Antica Namur
Gespot op Antica Namur 2019 op de stand van Galerie Berger
uit Beaune (Frankrijk): twee ovale paneeltjes met vergulde lijst en ongeveer 40
cm hoog. Volgens de Franse antiekhandelaar zijn ze gesneden in eikenhout.
Hij zei me dat ze gesneden zijn door de Franse houtsnijder
Aubert Parent, maar dat beide werkjes niet gesigneerd zijn. Wie vertrouwd is
met mijn blog weet dat ik reeds aan aantal keren een artikel schreef over het
werk van Aubert Henri-Joseph Parent en zijn fantastische composities van
houtsnijwerk.
Wat me persoonlijk opviel was dat de basis van het snijwerk
- men noemt dit ook wel eens 'fond'-
zwart geschilderd was en dat de ornamenten verguld waren. Ik ben geen
specialist in de techniek van het vergulden en kon dus niet uitmaken of het
daadwerkelijk verguld was of dat we met
goudverf te maken hadden.
Maar één ding is zeker: ik moet zeggen dat de boeketten van
bloemen erg fraai gesneden zijn. We kregen toelating om foto's maken.
Persoonlijke twijfels
Ik heb toch mijn twijfels omwille van het niet gesigneerd
zijn van het werk; het gebruik van
'bladgoud' op de ornamenten en de
gekleurde 'fond' die niet echt een handelsmerk van Aubert H.J. Parent is. Maar
dit inkleuren en vergulden kan veel later toegevoegd zijn door een volgende
generatie(s) en aangezien Parent zijn paneeltjes ook wel eens met een pyrograaf
of met een potlood signeerde, is het goed mogelijk dat deze signatuur onder de
zwarte verf is komen te zitten.
Maar de bewering door de antiquair dat de twee ovale
paneeltjes uit eikenhout zouden zijn gesneden lijkt me helemaal
onwaarschijnlijk. Nooit heb ik online een snijwerk tegengekomen van Aubert
Parent dat van eikenhout was gesneden. Dit zou dan de eerste keer zijn dat ik
'twee' paneeltjes tegenkom die in eikenhout zijn uitgevoerd.
Maar ook hier is het mogelijk dat de antiekhandelaar zich
vergist kan hebben en dat ook deze ovale panelen uit lindehout gesneden zijn,
de geprefereerde houtsoort van Parent.
De structuur van eikenhout is erg ruw en
heeft zijn beperkingen in afwerking. Aangezien er op het snijwerk geen
houtstructuur zichtbaar is, wil dit zeggen dat er overvloedig gebruik gemaakt
is geworden van gesso (onderlagen bladgoud) en dit om de eikenhouten
houtstructuur te camoufleren. Deze techniek van overvloedig aanbrengen van
gesso botst dan weer door de overvloed aan fijnheid en aan details van de
ornamenten. Dus persoonlijk denk ik niet echt dat de panelen uit eikenhout zijn
gemaakt.
Het snijwerk en compositie
Wat het snijwerk en de compositie betreft twijfel ik over de echtheid van de twee paneeltjes
omwille van de half bedekte seringen (1), iets wat een houtsnijder met faam
zoals Aubert Parent nooit zou doen.
Hij zou eerder zijn vakmanschap tonen:
namelijk de complexiteit van een mooie tros seringen. Als je goed
gedocumenteerd bent van zijn andere geverifieerde werken, zie je steeds dat de
seringen prominent aanwezig zijn en nooit bedekt. Het is als het ware dat hij
wou tonen wat hij in zijn marge had, een persoonlijke signatuur.
Ook de grootbloemige chrysanten (2) op één van de paneeltjes
heb ik nog nooit gezien in een Aubert Parent combinatie van natuurgetrouwe
bloemen. Dit zou dan de eerste keer zijn dat ik zulke bloem- combinatie
tegenkom. Ik moet er ook even bij
vermelden dat zijn oeuvre niet erg groot is en bijna al zijn gesigneerde werken
bekend zijn.
Tenslotte is er dan de
afwerking van één bepaalde bloem op datzelfde paneel (3) die van een inferieure
kwaliteit is. Het is precies of de sculpteur er zich snel vanaf heeft willen maken. Dit is
zeker iets wat je nooit tegenkomt in het werk van Parent.
Antica Namur | Paneeltjes toegeschreven aan Aubert H. J. Parent
Antica Namur | Paneeltjes toegeschreven aan Aubert H. J. Parent
Het ovale paneeltje met de rozen heeft ook een aantal
kenmerken die anders zijn dan de typische kenmerken van een Aubert Parent
snijwerk: het betreft namelijk de rozen en het takje met rozenblaadjes.
De
rozen (1) zijn erg bolvormig wat bijna de machteloosheid en kunde van de
houtsnijder toont, namelijk de moeilijkheid van het binnenste van een roos natuurgetrouw te snijden. Een dichte roos is dan ook de gemakkelijkste oplossing, een A.Parent roos heeft een meer langwerpige vorm en geeft steeds het binnenste van
de roos prijs: ik bedoel de vele
rozenblaadjes en er is steeds een overvloed aan omslaan en omkrullen van de
rozenblaadje die ook steeds weer anders
uitgevoerd zijn.
Als er een roos of rozen aanwezig zijn in de composities van
bloemen dan vallen steeds de rozentakjes
(2) op met de typische bladstructuur die
zo kenmerkend is in alle Parent panelen. Hoofdnerf en zijnerven van de
rozenbladeren hebben steeds een opliggende structuur. Nooit zijn ze met een V- beitel aangebracht, en in dit geval is enkel de hoofdnerf opliggend zichtbaar, de zijnerven, welbepaald de uiteinden van het blad zijn ook anders, duidelijk een andere beeldvorming van de uitvoerder over hoe een rozenblad eruit moet zien.
De takjes met blaadjes op de ovale panelen zijn daarentegen
minder gedetailleerd op de uiteinden en staan uit verhouding. Beide composities
van ornamenten staan niet in balans en missen diepgang maar ook het herkenbare karakter van Aubert Parent. De
afwerking en details zijn niet genoeg natuurgetrouw zoals het bij een Parent
paneel zou moeten zijn.
Antica Namur | Paneeltjes toegeschreven aan Aubert H. J. Parent
Ter vergelijking met de seringen, roos en rozenblaadjes.
Mijn persoonlijke mening als professionele houtornamentist
is dat de twee ovale paneeltjes geen echte Aubert Parent paneeltjes zijn maar
dat de houtsnijder die deze fraai gesneden paneeltjes vervaardigd heeft zich
misschien geïnspireerd heeft op het werk van Parent.
Er blijft het duidelijke
kwaliteitsverschil op alle gebied tussen een geverifieerd origineel en de twee
ovale paneeltjes op Antica Namur 2019. Maar beide zijn zeer fraai gesneden
paneeltjes, een hedendaags professioneel houtsnijder zou al zijn persoonlijke
ontwerp en snijtechnieken moeten nuttigen om deze afwerking en kwaliteit te
halen.
Werk van Aubert Parent :
Werk van Aubert Parent.
Aubert H. J. Parent
________________________________________________
________________________
- Ook nog even deze foto, in het voorjaar van 2018 bracht ik een bezoek aan het graf van Aubert H. J.Parent in Valenciennes (FR)
De eerste keer dat ik in contact kwam met het werk van de
17e-eeuwse Britse houtsnijder Grinling Gibbons was in 1998. Ik had al een
aantal jaren een abonnement op het Britse Magazine Woodcarving en in één van de
edities van 1998 zat een speciale bijlage over een nieuwe publicatie over het
leven van Gibbons. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt na het zien van de
adembenemende afbeeldingen op de flyer en ben ik snel tot aankoop van het boek
"Grinling Gibbons and the art of carving" overgegaan. Dit boek,
tevens naslagwerk was geschreven door
David Esterly en is voor een houtsnijder absoluut een bron van inspiratie. Het is
een boek dat je zeker in je persoonlijke bibliotheek moet hebben.
Woodcarving Magazine
Een aantal maanden later verscheen in Woodcarving Magazine
een artikel over de Britse houtsnijder Grinling Gibbons (editie 46, januari-februari 1999).
Nu begreep ik ook waarom het boek 'Grinling Gibbons and the
art of carving' op dat moment verscheen. De uitgever was namelijk het Londense Victoria
& Albert Museum. De verschijning van boek ging hand in hand met een overzichtstentoonstelling in het V&A
Museum over het werk en leven van Gibbons. 14 unieke snijwerken in hoog
reliëf waren samengebracht, waaronder zelfs het Cosimo paneel van Pitti Museum
(Palazzo Pitti) in Florence.
Letterlijk een unieke expositie van topwerken van
Gibbons en een dergelijke expositie 'waarschijnlijk' nooit meer voorkomen. Op
bepaalde perioden werden er ook demonstraties 'houtsnijtechniek in de trant van
Grinling Gibbons' gehouden door ervaren houtsnijders. David Esterly was de
curator van deze uitzonderlijke tentoonstelling. De basis voor deze
tentoonstelling was gelegd door de brand in het Paleis Hampton Court in 1986
waarbij belangrijke stukken decoratief hoog-relief houtsnijwerk van Grinling
Gibbons waren beschadigd en deels ook verbrand. David Esterly heeft de
restauratie van dat houtsnijwerk uitgevoerd.
Ik had zo graag naar deze expositie in Londen toe willen gaan
maar heb het niet gedaan en nu heb ik er nog altijd spijt van dat ik niet
gegaan ben.
Ik heb er wel een verklaring voor. Ik zat in die periode nog
volop in mijn 'Luikse stijl' periode vanwege mijn opleiding. Alles draaide bij
mij rond deze techniek en stijl.
Ik kende Grinling Gibbons niet en in onze
contreien was Gibbons niet gekend, laat staan diens snijtechnieken. Er was
gewoon geen vraag naar. Dus waarom zou ik naar Londen gaan om iets te gaan zien
waar ik commercieel geen belang mee had. Het bleek een harde les en nu weet ik
wel beter, dat er ook nog andere technieken en stijlen zijn dan het Luikse
snijwerk en deze stijlen het Luikse ook
kunnen overtreffen.
Je moet weten dat het in die tijd ook niet gemakkelijk was
om aan voorbeelden van houtsnijwerk te geraken.
Het was in musea en
bibliotheken die ook niet in de buurt lagen. Eigenlijk was het vaak puur toeval
iets anders te zien. Tegenwoordig is er dankzij het internet een bijna
onuitputtelijke bron van beeldmateriaal en bijbehorende documentatie.
Je hoeft
maar een zoekterm in te geven en na uren zoeken
kom je uiteindelijk bij het beeldmateriaal waarnaar je zoekt; maar begin
jaren 90 was dat wel anders. Laat staan de periode toen ik nog studeerde in
Luik, kostte een fotorolletje van 36 opnamen wel wat geld; dus veel
beeldmateriaal kon je niet verzamelen en maar steeds hopen dat de opnames die
je maakte ook naar wens waren.
Vele jaren later en door toedoen van oud student Willem Van
Dort kwam ik meer te weten over het werk van David Esterly. Willem was zijn
tijd vooruit en had dus een computer. Hij heeft mij op de computer kennis laten
maken met het werk van David Esterly. Ik wist tot op dat moment niet dat deze bijzondere
meneer zo een prachtig snijwerk maakte. Ik was bijzonder onder de indruk over
hoe zulke creaties tot stand kwamen en vroeg mij af hoe Esterly dat deed. Enkele jaren later, toen ik zelf ook een
computer had, kon ik de verschillende objecten van David Esterly uitvoeriger
bestuderen. Ik nam mij voor om te proberen een aantal adaptaties te maken op het werk van
David Esterly. Ik heb hem toen ook via email gevraagd of hij er niets op tegen
had dat ik zijn werk als voorbeeld nam. Hij had er geen probleem mee. Ik
stuurde hem ook na elke creatie evolutiefoto's van mijn sculpturen. Hij merkte bij
gelegenheid eens op dat ik een andere aanpak had dan hijzelf maar dat vele
wegen naar Rome leiden. Dat is juist, zowel van de aanpak als de weg naar Rome.
Ik heb David Esterly ook bewonderd vanwege zijn
belangstelling voor anderen en in dit geval voor mijn activiteiten getuige de
email van 17 feb 2011 van David Esterly
“” I don't mind at all
that you have copied my little carving and added your own
elements. And I'm fascinated by your
step-by-step photographic
documentation of your work. It shows,
very interestingly, the
somewhat different approach you have taken to the dividing of the
composition into separate elements, and to the sequence of
carving. Of course there is no right or
wrong here.
Different paths can lead
to the same destination, and you have produced a fine and
attractive carving. (By the way, four
weeks seems very fast to
me!) Your garlics and scallions and
tomatoes seem particularly nicely finished.””
In de tijd dat ik zo bezig was met de Esterly/Gibbons
techniek zei Willem wel eens “zeg Patrick, zullen op het vliegtuig stappen en
naar Esterly gaan?” En helaas, toen dacht ik dat het als een grap bedoeld was.
Indirect heeft David Esterly mij geïnspireerd actief op zoek
te gaan naar andere vormen van decoratief houtsnijwerk. Zo kwam ik terecht bij
Aubert Parent en Jean Desmontreuil. Twee houtsnijders met een eigen visie op
decoratief hoog-relief houtsnijwerk zoals David Esterly met diens visie.
In 2011 had ik de kans hem te ontmoeten in Winchester
Cathedral (UK). David Esterly zou er een lezing geven over een kleine
restauratie van een Gibbons ornament die hij net voltooid had in zijn atelier
in Barneveld in New York (USA). Ondanks aandringen van Willem heb ik ook toen
die kans niet gegrepen om hem persoonlijk te ontmoeten. Een tweede gemiste kans.
Een derde kans zal er nooit komen; immers op 15 juni 2019 is David Esterly
overleden. Als er iets is wat je hieruit kan leren is het dit: grijp de kans,
stel het niet uit en begin eraan, want voor je het weet is je tijd om.
Ik hoop in de toekomst nog een aantal van deze Grinling
Gibbons stijl ornamenten te mogen snijden , ook al is deze manier van
houtsnijden geen echte commerciële hoogvlieger in onze contreien. Getuige de
opdrachten aan David Esterly denkt men er in de Verenigde Staten anders over.
Het snijden in hoog-relief blijft een uitdaging en ik ben
blij dat David Esterly me de weg toonde naar een nieuwe manier van houtsnijden,
zoals Gibbons dat toonde aan David Esterly. Hij zal de geschiedenis van
decoratief houtsnijwerk ingaan als de man die de techniek van Grinling Gibbons
naar een hoger en hedendaags niveau bracht. Hopelijk blijft zijn website online;
het is absoluut de moeite waard om eens te gaan kijken wat deze man in zijn mars
had. De ziekte ALS heeft het leven van David Esterly abrupt ingekort. David
Esterly werd 75 jaar (10 mei 1944 - 15 juni 2019).
Hieronder staan enkele foto’s van mijn drie houtsnijwerken
op basis van het originele werk van David Esterly. Op iedere foto staat links het origineel en
rechts mijn interpretatie afgebeeld.
In 2006 (Lelies) was mijn eerste kennismaking met de houtsnijtechniek van Grinling Gibbons, het heeft dus nog 8 jaren geduurd (tussen aankoop van het boek (1998) en een eerste poging. Waarschijnlijk was ik te erg geïntimideerd door de complexiteit van de sculpturen van David Esterly en Grinling Gibbons om me er vroeger aan te wagen. Hieronder mijn resultaten.
Een adaptatie op het werk van David Esterly (2006) Links op de foto het originele werk.
Houtsnijden in de stijl van Grinling Gibbons, David Esterly | Limewoodcarving
Trofee met als thema tuin, links het originele werk van David Esterly Een adaptatie uit 2009
Houtsnijden in de stijl van Grinling Gibbons | Limewoodcarving Master carver DAVID ESTERLY
Trofee met als thema 'groenten en keuken' Een adaptatie uit 2011
Houtsnijden in de stijl van Grinling Gibbons | Limewoodcarving
Het laatste interview met David Esterly. (Zeer de moeite om eens even te kijken)