WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

Posts tonen met het label 'Wetsteen voor houtsnijbeitels'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 'Wetsteen voor houtsnijbeitels'. Alle posts tonen

maandag 1 april 2019

DASTRA Houtsnijbeitels | Sculpteerbeitels van het Duitse merk DASTRA | De firma David Strasmann & Co

DASTRA Houtsnijbeitels

Dastra 

Het gebeurt niet altijd, maar als ik in de buurt ben van het Duitse Ronsdorf/Wuppertal gelegen in het Bergisches land (Ruhrgebied) spring ik wel eens binnen bij het kleine familiebedrijf ' Dastra Werkzeuge’ dat is gevestigd in een klein vakwerkhuis'. Ik kom er al vele jaren en ik ben er een beetje kind aan huis. De firma David Strasmann & Co, beter bekend als Dastra houtsnijbeitels of ' het merk met de houtschroef ' vervaardigt er houtsnijbeitels en dit reeds 6 generaties.

De firma David Strasmann & Co


In het hart van het landelijke Ronsdorf  vlakbij Wuppertal werd in 1835 het bedrijf David Strasmann & Co opgericht. Reeds zes generaties worden  in dit kleine familiebedrijf  op ambachtelijke wijze speciale gereedschappen voor van beeldhouwers en houtsnijders gesmeed. De 1700 leverbare artikelen in hun catalogus hebben een prima prijs-kwaliteit verhouding. De firma staat ook open voor persoonlijke aanpassingen, wensen en nieuwe ideeën aan hun basisvormgeving. 
Ik bedoel, als ik persoonlijk vindt dat een verandering in de vormgeving van de sculpteerbeitel mij een beter resultaat oplevert of de sculpteerbeitel mij aangenamer in de hand ligt zullen zij proberen aan mijn persoonlijke wensen te voldoen en dit zonder meerkosten. Dit is een soort van service dat heden ten dage vaak ver te zoeken is en op het niveau van professioneel sculpteermateriaal ongekend is. 
Echter, er is ook een keerzijde van de medaille, met deze 'persoonlijke wens of aanpassing' van de klant ligt ook het gehele productieproces in de knoop, en met maar 3 mensen op de werkvloer kunnen wachttijden daardoor  soms aardig oplopen.
Elke sculpteerbeitel / houtsnijbeitel ondergaat 32 bewerkingen voordat het eindproduct het atelier verlaat richting alle uithoeken van de wereld.


DASTRA Houtsnijbeitels


Elke firma die houtsnijbeitels produceert heeft zo zijn eigen legering van staal. En meestal is deze samenstelling een bedrijfsgeheim. Want elk merk zweert dat zijn legering de beste is en de concurrentie zou maar al te graag weten wat die zou kunnen zijn.  Maar ook houtsnijders hebben zo hun eigen voorkeur Zelf werk ik met een combinatie van Dastra (D) en Pfeil (CH) beitels, iedereen heeft zo zijn eigen voorkeur om verschillende redenen, soms krijg ik te horen dat de Pfeil beitels beter zijn dan de Dastra beitels. 
Wel, mijn persoonlijke mening is, dat als je echt slechte sculpteerbeitels zou maken je dan reeds lang geleden op de fles zou zijn gegaan. De concurrentie is onverbiddelijk. Maar zoals ik reeds zei, Dastra heeft een goede prijs-kwaliteit verhouding. 
Mijn eerste set Dastra beitels kochten mijn ouders voor me in 1986 toen ik mijn driejarige lange opleiding ornamentsnijden startte aan het Don Bosco instituut in Luik, en nog steeds werk ik nog 'bijna' dagelijks met een aantal beitels uit deze eerste aankoop. Dus superieur werktuig is een zeer goede investering en ik ben er zeker van dat een set 30 jaar oude sculpteerbeitels meer zal opbrengen dan een 30 jaar oude computer.

Het productieproces is een bijzonder arbeidsintensief procedé, In het kleine vakwerkhuisje in Ronsdorf staat centraal in de ruimte een aantal grote smeed hamers opgesteld, Smeedhamers die nog met lederen riemen aangedreven worden en vergezeld door een zeer groot aantal mallen die dienst doen bij het smeden. Voor een leek ziet het er een beetje rommelig uit maar de sfeer is onbetaalbaar en het geheel heeft een hoog museum karakter.







Het 1000 graden hete staal word gesmeed en krijgt reeds een eerste behandeling: het ronde staafje staal wordt  platter, breder, langer en dunner gesmeed als voorbereiding voor de tweede smeedgang. Nadat het staal weer verhit is tot de smeedtemperatuur, wordt het staal met drie a vier korte slagen   in een vorm geslagen waarbij de gewenste beitelvorm ontstaat. De ruwe beitel wordt in ijzeren bak gedaan waar het rustig kan afkoelen. Nadat de ruwe beitel is afgekoeld wordt het overtollige materiaal van de ruwe sculpteerbeitel verwijderd.


Aan de overzijde van de weg ligt de slijperij  van de firma Strasmann &Co. In de slijperij krijgen de beitels hun definitieve vorm en afwerking. Er staat een aantal slijpmachines en er ligt een zeer groot aantal slijpstenen in alle soorten vormen die overeenkomen met een bepaalde vorm van vouw van de beitel. 
Het zijn deze slijpstenen die de beitel de juiste vorm geven. Een blad papier dat bij elke slijpmachine ligt fungeert als geheugensteun zodat de slijper weet welke vorm geslepen moet worden. Voor de leek lijkt het slijpen een bijzonder  hachelijke onderneming, je vingers staan met momenten maar één centimeter van een slijpmolen





Dan volgt de warmtebehandeling van de beitels. Het doel van de warmtebehandeling is de beitel een zo groot mogelijke scherpte te geven en de beitel die scherpte zo lang mogelijk te laten behouden.
De warmtebehandeling bestaat uit 2 stappen: 1 het harden en 2 het ontlaten.
Bij harden wordt de beitel verhit tot een temperatuur van ca 940 °C en enige tijd op die temperatuur gehouden. Daarna wordt de beitel in een bak met olie gedompeld om snel af te koelen. De structuur van het staal is nu zodanig veranderd dat het staal harder is geworden en dus slijtvaster. Er zit een maar een. 
Het staal is ook brosser geworden waardoor de beitel snel bot wordt, hetgeen niet leuk is. Om dat probleem op te lossen wordt het staal ontlaten. Bij deze behandeling wordt het staal verhit tot ruwweg 400 °C waarna het in de lucht rustig kan afkoelen. Het staal is nu veel minder bros geworden en een heel klein beetje minder hard. Het resultaat van de warmtebehandeling is dus een beitel die goed scherp geslepen kan worden en die lang scherp blijft.


Sculpteerbeitels van het Duitse merk DASTRA | 
Houtsnijden, beitels



houtsnijbeitels van het Duitse merk DASTRA

Nu volgt de afwerking van de beitel.
Om te beginnen worden de beitels in een ronddraaiende trommel gevuld met kleine slijpsteentjes gepolijst. Nu kan het fabriekslogo (een schroef) en de beitelvorm en –maat ingeslagen worden met een pons. Vervolgens wordt de snede van de beitel reeds aangescherpt met een zeer fijne slijpsteen, hij is nog niet superscherp, want het wetten van de beitel laten ze aan de koper van de sculpteerbeitels. 



DASTRA | houtsnijden beitels

Handvat
In een ander deel van het atelier wat ook dienst doet als opslagruimte van de afgewerkte producten worden de beitels van houten handvatten voorzien en krijgen ze hun etiket met de houtschroef opgeplakt. Deze beitels vinden hun weg over de hele wereld, ambachtelijk vakmanschap uit het Duitse Ruhrgebied.


De sculpteerbeitels van Dastra zijn kleine kunstwerken, gebruikt door professionelen die  de nadruk leggen op kwaliteit tegen een betaalbare prijs.
De firma Dastra sculpteerbeitels hield op te bestaan in het voorjaar van 2019. Een echte zonde. :(

Tekst, Willem Van Dort , beeldmateriaal van 2010



https://www.patrickdamiaens.nl

Onze FB Pagina

vrijdag 7 oktober 2016

De Belgische Coticule uit Vielsalm | Afwetsteen voor houtbeitels | Beitels en schraapstaal afwetten

De Belgische Coticule uit Vielsalm 

La pierre de Vielsalm 
of de
 Belgische Coticule
______________________
__________________


In mijn blog probeer ik jullie wat bij te leren over houtsnijwerk, de toepassingen van ornamentiek en houtsnijtechnieken. Het leek me een  gepast moment u eens kennis te laten maken met de Belgische Coticule, deze steen zorgt ervoor dat onze houtsnijbeitels vlijmscherp blijven. Met scherpe beitels werken is namelijk een belangrijk onderdeel bij de creatie van ornamenten in hout.

Mijn eerste kennismaking met de Coticule

1984, Ik had net een opleiding van zes jaar meubelmakerij voltooid en begon aan een eerste jaar basistechnieken houtsnijden in Maaseik. Ik vergeet het nooit meer die eerste schooldag ; 'Tegen morgen brengen jullie allemaal een wetsteen mee', zei de leraar 'en niet zo maar eentje,een Coticule'. 
In het houtsnijatelier haalde hij uit een ijzeren kast een doosje met een gele steen erin, een tiental leerlingen ingroep bogen zich over dit iets wat eigenaardig exemplaar heen, het was een wetsteen die ik nog nooit gezien had. 

Reeds zes jaren was je gewoon met een 'ander soort' van wetsteen te werken; 'Deze steen uit Vielsalm zijn de beste wetstenen' beweerde hij. En met een lachje en een air van, zei hij ; 'en ze zijn niet gemakkelijk te vinden'. Hij wist goed genoeg dat de kans bijna nihil zou zijn dat leerlingen zoiets thuis hadden en in de gereedschapswinkels was dit soort wetsteen ongekend.
s'Avonds thuis gekomen vertelde ik dit aan mijn vader over deze 'gele wetsteen'. 'Wacht eens even', zei mijn vader terwijl hij naar de garage liep, hij haalde een houten kistje uit de rek en vond al snel wat hij zocht; 'Is er dit zo eentje' zei hij, Yes dacht ik bij mezelf. 

Mijn vader toonde me een joekel van een steen, zeker 15 cm diameter en 4cm dik 'Hij is nog van je grootvader geweest, hij maakte er zijn scheermessen op scherp'. 
De dag nadien natuurlijk, ik zo fier als een gieter, met mijn wetsteen naar school, in het houtsnijatelier was 'mijn steen' al snel het gespreksonderwerp van de dag, ik was namelijk de enige leerling die zo een wetsteen meehad en dat is ook voor de rest van het schooljaar zo gebleven. 
Toen de leraar houtsnijden zag hoe groot dat dit erfstuk wel was is het nooit meer goed gekomen tussen ons twee. We zijn nu bijna 30 jaar later en nog steeds heb ik mijn 'eerste' Belgische Coticule, de Pierre de Vielsalm van mijn grootvader.


Maurice Celis
Ardennes Coticule

































De Belgische Coticule, het bedrijf
Om sculpteerbeitels of houtsnijbeitels te ontdoen van hun braam wordt gebruik gemaakt van de Belgische Coticule. Deze wetsteen is wereldberoemd, hij komt uit Lierneux vlak bij Vielsalm, een dorpje in de Belgische Ardennen. In dit bedrijfje wordt sinds 1865 uitzonderlijke slijpstenen geproduceerd.Waarschijnlijk kenden de Romeinen al de slijpende werking van de stenen want de Romeinse schrijver Plinius vermeldt reeds de aanwezigheid van slijpstenen uit deze regio.

Reeds vele jaren ken ik Maurice Celis persoonlijk zeer goed, hij is burgerlijk mijnbouwingenieur en eigenaar van Ardennes Coticule. Maar ook iemand die gepassioneerd is door alles wat met stenen te maken heeft. Hij was dus de ideale persoon om het bedrijf in 1999 van een faillissement te redden . Met vernieuwde inzichten heeft hij dit stukje Belgische erfgoed nieuw leven ingeblazen en terug winstgevend gemaakt. Deze ambitieuze man gooide het over een heel ander boeg. Hij besefte dat, om rendabel te zijn, de mijn niet alleen door de opbrengst van de Coticule moest renderen, maar ook van nevenproducten inkomsten moest gaan genereren.
Voor elke 15000 ton gesteente dat ontgonnen wordt, is er slechts 10 ton ruwe Coticule bruikbaar voor het vervaardigen van slijpstenen. Het bedrijf produceert twee soorten slijpstenen: de Belgische blauwe wetsteen en de slijpsteen van Vielsalm of Coticule. De 14990 ton die geen Coticule oplevert, wordt toch nuttig gebruikt. De stukken leisteen gaan naar de bouw, waarvoor mangaan en vette klei de grondstof zijn voor de veel gevraagde zwarte bakstenen. En de rest dient als grondstof voor keramische rioleringsbuizen.


Een voorraad onbewerkte Belgische blauwe wetsteen en Coticule

La pierre de Vielsalm, de Belgische Coticule is een natuurlijke wetsteen met een rijk verleden. De ontginning en productie van de Coticule in de Belgische Ardennen gaat terug tot de 17de  eeuw. 

De Coticule is een afzettingsgesteente dat zich gedurende 480 miljoen jaar gevormd heeft tot de steen zoals die nu opgegraven wordt. Het gesteente bestaat uit grijsgele vulkanische as en klei en bevat 30 tot 42 procent kleine granaten - van 5 tot 20 micron groot.
Door de grilligheid van de natuur komt de Coticule slechts in dunne rechtopstaande lagen voor, ingesloten tussen brede lagen blauwpaarse leisteen. Hierdoor moet het ontginnen ervan zeer minutieus en hoofdzakelijk zonder inmenging van machines gebeuren.
Deze ontginning is een zeer tijdrovend, arbeidsintensief en kostelijk werk dat onder invloed van allerhande weersomstandigheden slechts enkele maanden per jaar kan plaatsvinden. 
De productie is 100% artisanaal en dat maakt van elke steen een uniek exemplaar. Om één kilogram verwerkbare Coticule te hebben, moet men minstens één ton rots eromheen verwijderen.
  
De ruwe Coticule verlijmd op leisteen

 Op de foto onderaan,Coticule die nog verzaagd moet worden
De Coticule wordt nogal snel vergeleken met een 8000 grit wetsteen, t.o.v. het Japanse grit systeem, maar men dient in acht te nemen dat de Coticule een natuurproduct is; geen enkele steen is dus 100% identiek. Men  moet goed in het oog houden dat de gritaanduiding louter dient als indicatie en verder zegt het weinig over de specifieke eigenschappen van de steen. Het grote voordeel t.o.v. andere wetstenen is dat de Coticule  zeer fijn en zeer snel slijpt. Deze combinatie bezit geen enkele andere wetsteen.

De snede van allerhande gereedschappen zoals beitels, gutsen en bijlen wordt zo fijn gepolijst dat o.a. houtvezels snel en zuiver worden doorgesneden met een gladde afwerking tot resultaat. Inkepingen in het oppervlak zijn onbestaand. Hierdoor is de steen zo gegeerd door o.a. houtbewerkers , beeldhouwers en ornamentsnijders.

In het atelier van Maurice Celis

Het afwetten met de Coticule
Het afwetten gebeurt steeds met water. Het volstaat om het Coticule-oppervlak nat te maken, de steen moet niet ondergedompeld worden. 
Tijdens het afwetten komen er granaten vrij uit het Coticule-oppervlak. Des te meer granaten vrijkomen des te abrasiever de slijppasta wordt. Een veelgebruikte methode om de abrasiviteit te verhogen is door met een coticule wrijfsteentje een slijppasta rijk aan granaten aan te maken op het Coticule-oppervlak. Dit gebeurt door het Coticule-oppervlak van het wrijfsteentje over het Coticule-oppervlak van de wetsteen te wrijven. De melkwitte slijppasta wordt snel zichtbaar.  
Voor het fijne afwetwerk wordt de slijppasta in enkele stappen verdund met een weinig water tot er uiteindelijk enkel water op het oppervlak aanwezig is.  
Dankzij deze methode en de veelzijdigheid van de Coticule is er slechts 1 wetsteen nodig voor het volledige slijpproces. 

LET OP ! Vraag aan Maurice Celis naar de kwaliteit wetstenen die het best geëigend zijn voor sculpteerbeitels en beitels voor de houtbewerker.

Tips: 
De Coticule is een niet poreuze steen, hij kan niet dichtslibben. Gebruik enkel water tijdens het afwetten, geen olie. Olie wordt enkel gebruikt bij poreuze stenen om te vermijden dat ijzerdeeltjes zich in de poriën vastzetten.  
Vlak maken: Leg een stukje schuurpapier op een vlakke ondergrond. Doe er wat water op en slijp de steen vlak. Gebruik een schuurpapier met korrel +/- 80 tot 100 micron. 
Levensduur steen: De levensduur hangt samen met het gebruik. Des te intensiever het gebruik des te sneller de steen opgebruikt is. Globaal genomen gaan onze slijpstenen bij normaal gebruik 20 jaar mee.

woensdag 9 oktober 2013

DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels

DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels
La pierre de Vielsalm 
of de
 Belgische Coticule


In mijn blog probeer ik jullie wat bij te leren over houtsnijwerk, de toepassingen van ornamentiek en houtsnijtechnieken. Het leek me een  gepast moment u eens kennis te laten maken met de Belgische Coticule, deze steen zorgt ervoor dat onze houtsnijbeitels vlijmscherp blijven. Met scherpe beitels werken is namelijk een belangrijk onderdeel bij de creatie van ornamenten in hout.

Mijn eerste kennismaking met de Coticule

1984, Ik had net een opleiding van zes jaar meubelmakerij voltooid en begon aan een eerste jaar basistechnieken houtsnijden in Maaseik. Ik vergeet het nooit meer die eerste schooldag ; 'Tegen morgen brengen jullie allemaal een wetsteen mee', zei de leraar 'en niet zo maar eentje,een Coticule'. 
In het houtsnijatelier haalde hij uit een ijzeren kast een doosje met een gele steen erin, een tiental leerlingen ingroep bogen zich over dit iets wat eigenaardig exemplaar heen, het was een wetsteen die ik nog nooit gezien had. 

Reeds zes jaren was je gewoon met een 'ander soort' van wetsteen te werken; 'Deze steen uit Vielsalm zijn de beste wetstenen' beweerde hij. En met een lachje en een air van, zei hij ; 'en ze zijn niet gemakkelijk te vinden'. Hij wist goed genoeg dat de kans bijna nihil zou zijn dat leerlingen zoiets thuis hadden en in de gereedschapswinkels was dit soort wetsteen ongekend.
s'Avonds thuis gekomen vertelde ik dit aan mijn vader over deze 'gele wetsteen'. 'Wacht eens even', zei mijn vader terwijl hij naar de garage liep, hij haalde een houten kistje uit de rek en vond al snel wat hij zocht; 'Is er dit zo eentje' zei hij, Yes dacht ik bij mezelf. 

Mijn vader toonde me een joekel van een steen, zeker 15 cm diameter en 4cm dik 'Hij is nog van je grootvader geweest, hij maakte er zijn scheermessen op scherp'. 
De dag nadien natuurlijk, ik zo fier als een gieter, met mijn wetsteen naar school, in het houtsnijatelier was 'mijn steen' al snel het gespreksonderwerp van de dag, ik was namelijk de enige leerling die zo een wetsteen meehad en dat is ook voor de rest van het schooljaar zo gebleven. 
Toen de leraar houtsnijden zag hoe groot dat dit erfstuk wel was is het nooit meer goed gekomen tussen ons twee. We zijn nu bijna 30 jaar later en nog steeds heb ik mijn 'eerste' Belgische Coticule, de Pierre de Vielsalm van mijn grootvader.


Maurice Celis
DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels
Ardennes Coticule

































De Belgische Coticule, het bedrijf

Om sculpteerbeitels of houtsnijbeitels te ontdoen van hun braam wordt gebruik gemaakt van de Belgische Coticule. Deze wetsteen is wereldberoemd, hij komt uit Lierneux vlak bij Vielsalm, een dorpje in de Belgische Ardennen. In dit bedrijfje wordt sinds 1865 uitzonderlijke slijpstenen geproduceerd.Waarschijnlijk kenden de Romeinen al de slijpende werking van de stenen want de Romeinse schrijver Plinius vermeldt reeds de aanwezigheid van slijpstenen uit deze regio.

Reeds vele jaren ken ik Maurice Celis persoonlijk zeer goed, hij is burgerlijk mijnbouwingenieur en eigenaar van Ardennes Coticule. Maar ook iemand die gepassioneerd is door alles wat met stenen te maken heeft. Hij was dus de ideale persoon om het bedrijf in 1999 van een faillissement te redden . Met vernieuwde inzichten heeft hij dit stukje Belgische erfgoed nieuw leven ingeblazen en terug winstgevend gemaakt. Deze ambitieuze man gooide het over een heel ander boeg. Hij besefte dat, om rendabel te zijn, de mijn niet alleen door de opbrengst van de Coticule moest renderen, maar ook van nevenproducten inkomsten moest gaan genereren.
Voor elke 15000 ton gesteente dat ontgonnen wordt, is er slechts 10 ton ruwe Coticule bruikbaar voor het vervaardigen van slijpstenen. Het bedrijf produceert twee soorten slijpstenen: de Belgische blauwe wetsteen en de slijpsteen van Vielsalm of Coticule. De 14990 ton die geen Coticule oplevert, wordt toch nuttig gebruikt. De stukken leisteen gaan naar de bouw, waarvoor mangaan en vette klei de grondstof zijn voor de veel gevraagde zwarte bakstenen. En de rest dient als grondstof voor keramische rioleringsbuizen.

DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels

DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels
Een voorraad onbewerkte Belgische blauwe wetsteen en Coticule

La pierre de Vielsalm, de Belgische Coticule is een natuurlijke wetsteen met een rijk verleden. De ontginning en productie van de Coticule in de Belgische Ardennen gaat terug tot de 17de  eeuw. 

De Coticule is een afzettingsgesteente dat zich gedurende 480 miljoen jaar gevormd heeft tot de steen zoals die nu opgegraven wordt. Het gesteente bestaat uit grijsgele vulkanische as en klei en bevat 30 tot 42 procent kleine granaten - van 5 tot 20 micron groot.
Door de grilligheid van de natuur komt de Coticule slechts in dunne rechtopstaande lagen voor, ingesloten tussen brede lagen blauwpaarse leisteen. Hierdoor moet het ontginnen ervan zeer minutieus en hoofdzakelijk zonder inmenging van machines gebeuren.
Deze ontginning is een zeer tijdrovend, arbeidsintensief en kostelijk werk dat onder invloed van allerhande weersomstandigheden slechts enkele maanden per jaar kan plaatsvinden. 
De productie is 100% artisanaal en dat maakt van elke steen een uniek exemplaar. Om één kilogram verwerkbare Coticule te hebben, moet men minstens één ton rots eromheen verwijderen.
  
De ruwe Coticule verlijmd op leisteen

 Op de foto onderaan,Coticule die nog verzaagd moet worden
De Coticule wordt nogal snel vergeleken met een 8000 grit wetsteen, t.o.v. het Japanse grit systeem, maar men dient in acht te nemen dat de Coticule een natuurproduct is; geen enkele steen is dus 100% identiek. Men  moet goed in het oog houden dat de gritaanduiding louter dient als indicatie en verder zegt het weinig over de specifieke eigenschappen van de steen. Het grote voordeel t.o.v. andere wetstenen is dat de Coticule  zeer fijn en zeer snel slijpt. Deze combinatie bezit geen enkele andere wetsteen.

De snede van allerhande gereedschappen zoals beitels, gutsen en bijlen wordt zo fijn gepolijst dat o.a. houtvezels snel en zuiver worden doorgesneden met een gladde afwerking tot resultaat. Inkepingen in het oppervlak zijn onbestaand. Hierdoor is de steen zo gegeerd door o.a. houtbewerkers , beeldhouwers en ornamentsnijders.

In het atelier van Maurice Celis


Het afwetten met de Coticule

Het afwetten gebeurt steeds met water. Het volstaat om het Coticule-oppervlak nat te maken, de steen moet niet ondergedompeld worden. 
Tijdens het afwetten komen er granaten vrij uit het Coticule-oppervlak. Des te meer granaten vrijkomen des te abrasiever de slijppasta wordt. Een veelgebruikte methode om de abrasiviteit te verhogen is door met een coticule wrijfsteentje een slijppasta rijk aan granaten aan te maken op het Coticule-oppervlak. Dit gebeurt door het Coticule-oppervlak van het wrijfsteentje over het Coticule-oppervlak van de wetsteen te wrijven. De melkwitte slijppasta wordt snel zichtbaar.  
Voor het fijne afwetwerk wordt de slijppasta in enkele stappen verdund met een weinig water tot er uiteindelijk enkel water op het oppervlak aanwezig is.  
Dankzij deze methode en de veelzijdigheid van de Coticule is er slechts 1 wetsteen nodig voor het volledige slijpproces. 

LET OP ! Vraag aan Maurice Celis naar de kwaliteit wetstenen die het best geëigend zijn voor sculpteerbeitels en beitels voor de houtbewerker.

Tips: 
De Coticule is een niet poreuze steen, hij kan niet dichtslibben. Gebruik enkel water tijdens het afwetten, geen olie. Olie wordt enkel gebruikt bij poreuze stenen om te vermijden dat ijzerdeeltjes zich in de poriën vastzetten.  
Vlak maken: Leg een stukje schuurpapier op een vlakke ondergrond. Doe er wat water op en slijp de steen vlak. Gebruik een schuurpapier met korrel +/- 80 tot 100 micron. 
Levensduur steen: De levensduur hangt samen met het gebruik. Des te intensiever het gebruik des te sneller de steen opgebruikt is. Globaal genomen gaan onze slijpstenen bij normaal gebruik 20 jaar mee.