WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

Posts tonen met het label 'Nissim de Camondo'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 'Nissim de Camondo'. Alle posts tonen

dinsdag 1 mei 2018

Educatieve uitstap naar Parijs met een aantal cursisten houtsnijden | Bezoek aan Nissim de Camondo en Musée Jacquemart-André

Educatieve uitstap naar Parijs met een aantal cursisten houtsnijden |
Bezoek aan Nissim de Camondo en Musée Jacquemart-André

Bezoek aan 
Nissim de Camondo en Musée Jacquemart-André

Op zaterdag 3 februari 2018 was ik in het gezelschap van een aantal cursisten houtornamentsnijden, die een opleiding bij me volgen, op educatieve uitstap in de Franse hoofdstad Parijs. Op het programma stond onder andere een bezoek aan een aantal kleinere Musea, namelijk Nissim de Camondo en Musée Jacquemart-André.
Deze twee pareltjes van Musea liggen in een deel van Parijs waar je de modale toerist niet veel tegenkomt en omdat de grote toeristische trekpleiters in dit deel van de stad ontbreken is er geen massatoerisme te vinden; een ware verademing.

Er is hier ook een totaal andere sfeer aanwezig; brede lanen en straten met aan weerszijde afgeboord  mooie statige gebouwen met uniforme architectuur die ook wel 'architecture haussmannienne' (*) word genoemd.

In de wijk bevinden zich ambassades, hoofdkantoren van multinationals en woningen voor de mensen die zich deze plaats in Parijs zonder problemen kunnen veroorloven, een privilegie.


'architecture haussmannienne'

(*) Wat is architecture haussmannienne?

Tijdens de regering van Keizer Napoleon III (1852-1870) werden in Parijs grote lanen aangelegd, gehele stadsdelen werden van een uniforme architectuur voorzien en voor deze metamorfose ontwierp stadsarchitect baron Haussmann de plannen die onder zijn leiding werden uitgevoerd.

De gebouwen die verwijzen naar deze stijl zijn opgetrokken uit Franse steen van een perfecte verhouding en van een zeer hoge kwaliteit in afwerking. De hoogte van de gebouwen kan variëren van 12 m tot 20 m en is afhankelijk van de breedte van de straat. Ze zijn meerdere etages hoog (meestal 4 tot 5 etages) en steeds eindigend met een Frans kap of  Mansarde dak. Op de meeste plaatsen zijn in de bovenste etage dakvensters voorzien met een piepklein balkon. 




De gevels zijn rijk versierd en met prachtige ornamenten in steen voorzien; een lust voor het oog en een bron van inspiratie.
Ook voor de houtsnijder een bron van inspiratie, want niet alleen het gebouw moest een status symbool zijn, ook de poort waardoor je naar binnen ging. Dus mocht je op zoek zijn naar inspiratie voor een poort of deur voorzien van houtsnijwerk, in dit deel van Parijs vind je er genoeg. De belangrijkste laan is de Boulevard Haussmann. Het is één van de grote boulevards in Parijs en dankt haar naam aan de hiervoor genoemde 19e-eeuwse stadsarchitect baron Haussmann. De boulevard is 2,53 km lang en gemiddeld meer dan 30 m breed. De boulevard staat bekend als de straat met de grands magasins: grote warenhuizen zoals Le Printemps (van architect Paul Sédille, 1881) en Galeries Lafayette (van architect Ferdinand Chanut, 1908) die er gevestigd zijn.
Als het begint te schemeren en je er door de straten loopt, worden op de etages van deze gebouwen de lichten ontstoken en zie je dat ook hier niet bespaard is  geworden op goede smaak en kwaliteit. Prachtig stucwerk en beschilderde lambriseringen in Napoleon III-stijl sieren de elegante ruimtes met hun hoge plafonds.



'architecture haussmannienne'
Poorten met houtsnijwerk


Museum Nissim de Camondo

Vlak aan het gekende Park Monceau in het achtste arrondissement bevindt zich het museum Nissim de Camondo. Het is gelegen in de Rue Monceau nummer 63, een op het eerste zicht gewone straat, maar schijn bedriegt schrijft Pierre Assouline in zijn boek 'Le dernier des Camondo,'. Hier woonde aan het begin van de twintigste eeuw een ongekende melange van adel, joodse aristocratie, protestantse high society, industriële- en bancaire bourgeoisie en religieuze congregaties.

Via een grote poort lopen we op nummer 63 de binnenplaats op en dan kom je oog in oog te staan met een bijzonder elegant stadspaleis. Ontworpen door de architect René Sergent en geïnspireerd op het kasteeltje Petit Trianon van Koningin Marie Antoinette in de tuinen van Versailles.
In 1910 liet de rijke bankierszoon Moïse de Camondo de woning op nummer 63, die zijn vader hem had nagelaten, slopen om een passende omgeving te realiseren voor zijn toen al indrukwekkende kunstcollectie. Alle kunstwerken moesten er een vaste plaats krijgen.

Alle tapijten, schouwen, deuren enz. die Moïse de Camondo in de loop der jaren verzamelde worden door architect René Sergent betrokken in de ontwerpen. 







Het resultaat is een huis uit begin 20e eeuw, maar met de uitstraling van een klein kasteeltje en groot genoeg om er de 18-eeuwse decoratieve schatten te presenteren en te wonen. Een moderne receptie-fabriek, gericht op grote ontvangsten voorzien van alle luxe en comfort uit die tijd, waaronder verwarming, badkamers en een lift.
In dit meesterstukje van klassieke architectuur is de complete collectie nog altijd te zien. Onveranderd, zoals Moïse de Camondo haar in 1935 aan de Franse Staat vermaakte. Het museum is vernoemd naar Moïse’s zoon Nissim de Camondo die in 1917 als Frans militair piloot sneuvelde.

Zicht vanuit Museum Nissim de Camondo richting tuin en Park Monceau.
Interieur

De periode rond de vorige eeuwwisseling was voor kunstverzamelaars een gouden tijd. Parijs was toen de belangrijkste kunstmarkt ter wereld doordat veel kastelen van de oude adel van vóór de revolutie van 1789 tegen de vlakte gingen en de markt werd overstroomd met complete inboedels. Moïse liet zich adviseren door curatoren van het Louvre en het Musée des Arts Décoratifs en kwam zo in contact met grote antiquairs. Zo kon hij zijn collectie tot het einde van zijn leven blijven verrijken Steeds verkocht hij stukken om weer betere stukken te kunnen aankopen.



In de keuken staat een enorm zwart kookeiland van gietijzer met een ingegoten fabricagedatum: 1912. Erachter wacht een 'rotissoir' met een ingenieus draaimechaniek dat in werking wordt gesteld door de rook van het kolenfornuis. Heel ongebruikelijk in die tijd, maar de helft van het huis bestaat uit dienstvertrekken. 
Voor wie hier rondloopt roept het een gevoel op van Downton Abbey.' Alles in dienst van het 'reçevoir', de belangrijkste bezigheid van de adel en haute bourgeoisie aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Bij de Camondo's kwam iedereen. Maar voor Moïse betekende dat vanwege zijn verzameling te worden geaccepteerd door de geboren aristocratie.





Verzameling

In het museum Nissim-de-Camondo is er een opmerkelijke collectie Franse decoratieve kunst uit de 18de eeuw ondergebracht; verzameld door de graaf Moïse de Camondo. Bijzonder zeldzaam meubilair, wandtapijten van Beauvais en Aubusson, Sèvres porselein, schilderijen, beelden en zilverwerk zijn enkele parels die getuigen van de passie die deze rijke bankier had voor decoratieve kunst. De salons waar deze unieke kunstwerken zich bevinden zijn van rijk gesculpteerde lambriseringen in eikenhout voorzien, sommige in natuurlijke houtkleur of beschilderd. Andere dan weer gepatineerd of verguld. Een lust voor het oog, je weet niet waar je moet kijken.

Behalve de schitterende meubels en verzameling kunstvoorwerpen, kunt u tevens een idee krijgen van het leven in een zeer comfortabele aristocratische woning in het begin van de 20ste eeuw. Als u door de verschillende vertrekken gaat, van de salons tot de bibliotheek, de eetkamer, keuken, de slaapkamers en de badkamers, voelt u de vredige, luxe sfeer van vroeger die deze prachtige locatie uitstraalt..


Met dank aan Ferry van der Vliet, Paris FvdV.

Een aantal sfeer beelden van ons bezoek

Medaillon en hoorn des overvloeds




Nissim de Camondo, inkomhal


Nissim de Camondo, inkomhal






Musée Jacquemart-André

Dit stadspaleis gelegen aan de Boulevard Haussmann 158 is verrassend dankzij de unieke combinatie tussen architectuur, inrichting en kunstcollecties, en is ook helemaal niet te vergelijken met Museum Nissim de Camondo dat we zojuist bezochten. Het verschil tussen Musée Jacquemart-André en Nissim de Camondo is dat Nissim de Camondo rond de verzameling ( lambriseringen, wandtapijten, meubels etc..) is gebouwd en Jacquemart-André niet, terwijl Jacquemart-André hoofdzakelijk een schilderijen-collectie bezit.


Het musée Jacquemart-André is gebouwd door de architect Henri Parent vanaf 1869 tot 1875 in opdracht van Edouard André en zijn vrouw Nélie Jacquemart. Even leuk om te vermelden dat Henri Parent de zoon is van Aubert Parent, de Franse sculpteur aan wie we reeds een aantal maal een blogitem hebben gewijd. Diens prachtige houtsnijwerk spreekt nog steeds tot de verbeelding en blijft volgens mij nog steeds ongeëvenaard. Iets minder bekend is dat Aubert Parent, net als zijn zoon, ook architect was. Goede smaak heeft hij dus van kleins af aan met de paplepel....



Museum Jacquemart-André

Het rijke echtpaar wenste een huis waarin ze grote groepen gasten konden ontvangen. Opmerkelijk is dat enkele wanden op de begane grond, dankzij een hydraulisch systeem, opzijgeschoven konden worden. Dit is reeds mijn tweede bezoek en door de jaren heen heb ik al vele van dit soort musea bezocht, maar dit stadspaleis blijft me verbazen. De imposante monumentale trap en een wintertuin zijn beiden bijzonder verrassend zelfs een beetje confronterend, en tot nu heb ik nergens anders dit soort architectuur aangetroffen.

Edouard André verzamelde vooral werken van oude Italiaanse meesters, die hij samen met zijn vrouw Nélie Jacquemart kocht. Zijn echtgenote was zelf kunstenares. Zij had eens de opdracht gekregen om het portret van Édouard te vervaardigen. Het klikte kennelijk zo goed tussen het model en de kunstenares dat het koppel zich aan elkaar verbond. Na zijn dood breidde Nélie de collectie verder uit.


Het Musée Jacquemart-André geeft een unieke inkijk in de woonsituatie van het gefortuneerde stel uit de 19de eeuw. Er zijn weinig andere huizen uit deze periode die nog voorzien zijn van hun originele inboedel. Het stadspaleis is rijkelijk ingericht met onder andere Franse meubelen, wandtapijten, luchters, aardewerk en schilderijen. Het geheel is zo goed bewaard gebleven doordat de eigenaresse huis en inboedel aan de stad schonk op voorwaarde dat het voor het publiek toegankelijk zou zijn.

Museum Jacquemart-André | Opmerkelijk is dat enkele wanden op de begane grond, dankzij een hydraulisch systeem, opzijgeschoven konden worden

Het echtpaar Jacquemar-André heeft drie belangrijke kunstcollecties opgebouwd. Zo zijn er de Italiaanse kunstwerken van Donatello, Luca Della Robia, Botticelli, Mantegna en Bellini. Zeer bekend is het schilderij Sint-Joris met de draak (1432) van Paolo Ucello.  Liefhebbers van de Italiaanse Renaissance kunnen dus volop genieten.

Er is ook een afdeling Franse schilderkunst uit de 18de eeuw, waaronder Fragonard, Boucher, Chardin… En dan is er een collectie schilderijen uit de Nederlanden (Rembrandt, van Dyck, van Ruysdael)  tentoongesteld.
Het is geweldig deze kunstwerken te kunnen aanschouwen.Het zijn bijna allemaal visueel gekende werken.


Het museumrestaurant  van Musée Jacquemart-André is echt wel de moeite waard om iets kleins te nuttigen, het is zeker één van de meest elegante museumrestaurants van Parijs. 

 Museumrestaurant  van Musée Jacquemart-André

Een aantal sfeerbeelden van ons bezoek.




Museum Jacquemart-André | Trappenhuis en wintertuin



Bezoek aan Nissim de Camondo en Musée Jacquemart-André

Museum Jacquemart-André | 

https://www.patrickdamiaens.nl

FB PAGINA

zaterdag 1 maart 2014

Museum Nissim De Camondo | Kunstcollectie 18de-eeuwse meubelen | Museum in Parijs | Binnenhuisinrichting, 18e-eeuwse kunst


Musée Nissim-de-Camondo

Het Musée Nissim-de-Camondo is een museum in Parijs dat is gelegen aan de rand van het Parc Monceau in het 8e arrondissement. Het museum is gehuisvest in het 20e-eeuwse woonhuis van de familie Camondo. Hier wordt de voormalige privé-collectie van deze familie tentoongesteld, die voornamelijk bestaat uit 18e-eeuws Frans meubilair.
_________________________________
____________

Dit elegant pand in Parijs is gebouwd in 1911 door bankier Graaf Moïse de Camondo . Het grenst aan het Parc Monceau in het 8e arrondissement. Het Hôtel de Camondo was ontworpen om zijn kunstverzameling beter tot haar recht te laten komen, begin 1900 beslist hij zijn woning aan het Parc Monceau helemaal neer te halen en opnieuw op te bouwen op een dusdanige manier dat de kunstwerken er een vaste plaats krijgen, onroerend door bestemming als het ware.  
Alle tapijten, schouwen, deuren, enz... die hij in de loop der jaren verzameld heeft, worden in de tekeningen van de architect verwerkt. Het wordt een huis uit begin 20e eeuw, maar met de uitstraling van een klein kasteeltje, een “petit Trianon”, uit de 18e eeuw.


 




















Schitterende decoratieve kunstobjecten uit de 18de-eeuw zoals meubilair, tapijten, schilderijen en porselein.
Moïse de Camondo had, zoals de verzameling wel laat zien, een zeer goede smaak. Moïse besloot om zijn verzameling na te laten aan zijn zoon, Nissim. Zoon Nissim groeit ondertussen op tot een elegante jongeman, met toekomstperspectieven waar de andere jongens van die leeftijd alleen maar van kunnen dromen. Maar het noodlot slaat toe. Wereldoorlog I breekt uit. Nissim trekt naar het front, eerst als soldaat, daarna kiest hij voor de meer heroïsche luchtmacht en wordt vliegenier. In 1917 wordt zijn vliegtuig geraakt bij een luchtgevecht. Nissim kan nog net landen, maar overlijdt enkele dagen later aan de opgelopen verwondingen. 
Vader Moïse is ontroostbaar. Wanneer enkele jaren later dochter Béatrice het ouderlijk huis verlaat om te trouwen met Léon Reinach, zoon van eveneens een Joodse familie, blijft Moïse alleen achter. 


Hij maakt zijn testament op en bepaalt dat zijn woning met alle kunstwerken inbegrepen bij zijn dood als museum naar de Franse Staat moet gaan, ter nagedachtenis van zijn zoon. In 1935 overlijdt Moïse en gaat de woning overeenkomstig de beschikkingen over naar de Staat en wordt museum, het museum Nissim de Camondo. In principe zou het verhaal over het ontstaan van dit museum hier eindigen. Maar de tegenslagen die het geslacht Camondo zal kennen, zijn niet ten einde. Dochter Béatrice en Léon Reinach krijgen twee kinderen, Fanny en Bertrand. Wanneer de 2e Wereldoorlog uitbreekt, wordt het hele gezin Reinach-Camondo opgepakt en gedeporteerd. Geen van hen zal de oorlog overleven.

Het huis, ontworpen in overeenstemming met de Parijse visie, wordt met steun van de Camando stichting momenteel gerestaureerd. Zodoende kan de collectie weer schitteren in de omgeving waar zij het beste tot haar recht komt. Drie verdiepingen zijn open voor de bezoeker, gelijkvloers (keukens) de formele salons op de eerste etage, de privé vertrekken op de 2de etage.
Voor liefhebbers van binnenhuisarchitectuur en -inrichting, 18e-eeuwse kunst, servies in porcelein van Sevres, bijzonder mooie kamerschermen, weelderige bedden, luxe-artikelen. Alles is zeer goed onderhouden. Het blinkt en glimt. Duur van het bezoek: ca. 2 uur. Op de website van het museum kan je alvast een uitgebreide virtuele toer  maken. Fotograferen is toegestaan.  


Praktische informatie
Waar ? Musée Nissim de Camondo, 63, rue de Monceau, 75008 Paris. Metro : Monceau.  
Wanneer ? Woensdag tot zondag van 10u tot 17u30; gesloten op maandag en dinsdag.  
Hoeveel? 7,5 euro, inclusief audioguide. Diverse kortingen zijn voorzien.
Website http://www.lesartsdecoratifs.fr/francais/nissim-de-camondo

 _________________
_________
Hier volgen enkele sfeerbeelden van het interieur


















 












   _________________
_____________
Het verhaal van een schilderij 



Toen Renoir in 1880 het achtjarige meisje Irene Cahen d’Anvers schilderde, kon hij onmogelijk vermoeden welk een wervelend leven het meisje én het schilderij zouden hebben. Hij zag toen wellicht niet meer dan
een dromerig meisje, de dochter van zijn opdrachtgever, de heer Cahen d’Anvers, een rijke joodse bankier van Antwerpse origine.

Maar kleine meisjes worden groot. Irene trouwt met Moïse de Camondo en krijgt een zoon en dochter. Dit Museum, Museum Nissim de Camondo, is een ode aan de zoon van Irene, Nissim de Camondo. Maar het is niet Irene zelf die het museum aan haar zoon zal opdragen, wel haar man. Maar laten we het verhaal bij het begin beginnen, bij Irene thuis.



Een luxeleven in het Parijs van de Belle Epoque
Irene groeit op in weelde in het Parijs van de Belle Epoque. De bals die haar ouders organiseren behoren tot de grootste, meest cosmopolitische die Parijs op dat moment kent. Amper 19 jaar trouwt de levenslustige Irene met de enigszins stugge Moïse de Camondo, die net zoals zij uit een rijke Joodse bankiersfamilie komt. Al snel krijgt het echtpaar twee kinderen, eerst een zoon die naar zijn grootvader Nissim genoemd wordt en dan een dochter, die ze de naam Béatrice geven.
Een vruchtbaar huwelijk, maar ongelukkig
Ondanks de twee kinderen is Irene wispelturig, ongedurig en zoekt ze haar geluk meermaals buitenhuis. In 1896 wordt ze verliefd op haar stalmeester, de Italiaanse graaf Charles Sampieri.  Voor hem verlaat ze man en kinderen. Ze vraagt de scheiding aan, laat aan haar man het hoederecht over de kinderen, bekeert zich tot het catholicisme, trouwt met de graaf en wordt gravin Irene Sampieri. 
De bedrogen echtgenoot 
De verstoten Moïse van zijn kant wordt nog zwijgzamer dan hij al was. Twee zaken spelen nog mee in zijn leven: zijn kinderen en dan vooral zijn oudste zoon Nissim, die hij adoreert en zijn kunstverzameling, bestaande uit hoofdzakelijk  18e eeuwse kunst.
Om zijn kunstverzameling beter tot haar recht te laten komen, beslist hij begin 1900 zijn woning aan het Parc Monceau helemaal neer te halen en opnieuw op te bouwen op een dusdanige manier dat de kunstwerken er een vaste plaats krijgen, onroerend door bestemming als het ware.  Alle tapijten, schouwen, deuren enz. die hij in de loop der jaren verzameld heeft, worden in de tekeningen van de architect verwerkt. Het wordt een huis uit begin 20e eeuw, maar met de uitstraling van een klein kasteeltje, een “petit Trianon”, uit de 18e eeuw.
Zoon Nissim 
Zoon Nissim groeit ondertussen op tot een elegante jongeman, met toekomstperspectieven waar de andere jongens van die leeftijd alleen maar van kunnen dromen. Maar het noodlot slaat toe. Wereldoorlog I breekt uit. Nissim trekt naar het front, eerst als soldaat, daarna kiest hij voor de meer heroïsche luchtmacht en wordt vliegenier. In 1917 wordt zijn vliegtuig geraakt bij een luchtgevecht. Nissim kan nog net landen, maar overlijdt enkele dagen later aan de opgelopen verwondingen.
Ter nagedachtenis aan Nissim
Vader Moïse is ontroostbaar. Wanneer enkele jaren later dochter Béatrice het ouderlijk huis verlaat om te trouwen met Léon Reinach, zoon van eveneens een Joodse familie, blijft Moïse alleen achter. Hij maakt zijn testament op en bepaalt dat zijn woning met alle kunstwerken inbegrepen bij zijn dood als museum naar de Franse Staat moet gaan, ter nagedachtenis van zijn zoon. In 1935 overlijdt Moïse en gaat de woning overeenkomstig de beschikkingen over naar de Staat en wordt museum, het museum Nissim de Camondo.
Dochter Béatrice
In principe zou het verhaal over het ontstaan van dit museum hier eindigen. Maar de tegenslagen die het geslacht Camondo zal kennen, zijn niet ten einde. Dochter Béatrice en Léon Reinach krijgen twee kinderen, Fanny en Bertrand. Wanneer de 2e Wereldoorlog uitbreekt, wordt het hele gezin Reinach-Camondo opgepakt en gedeporteerd. Geen van hen zal de oorlog overleven.
Irene, die ondertussen ook gescheiden leeft van haar tweede man, draagt nog altijd de naam van gravin Sampieri. Ze leeft ondergedoken in een klein appartement in Parijs en weet zich zo aan de aandacht van de Duitsers te onttrekken. 
De ironie van het lot
Wanneer na de oorlog de erfenis van Béatrice ter sprake komt, komt ook Irene opnieuw in beeld. Als enige erfgenaam van haar dochter ontvangt zij het enorme fortuin dat haar ex-man had nagelaten aan zijn dochter. Met dit geld vestigt Irene zich in Zuid-Frankrijk. Ze koopt er de “Villa des Araucarias” in Cannes. Irene is in wezen niet veranderd. Ze blijft grillig en onbesuisd. Ze brengt haar dagen door in de casino’s van de Côte d’Azur. Wanneer ze in 1963 op 91-jarige leeftijd overlijdt, blijkt dat samen met haar ook een einde is gekomen aan het fortuin van de Camondo.
Wat gebeurde er met het schilderij?
Wat gebeurde er met het portret van Irene? Toen Renoir het schilderij af had, beantwoordde het niet aan de verwachtingen, noch van de opdrachtgever noch van het meisje zelf. Het schilderij werd ergens opgehangen in de vertrekken van het personeel. Renoir die op voorhand geen vaste prijs bedongen had, kreeg er veel minder voor dan wat hij verwacht had van zo’n rijke opdrachtgevers. Het bracht hem ertoe een aantal antisemitische uitspraken te doen.
Wanneer Irene trouwt met Moïse, verhuist het schilderij met haar mee naar haar nieuwe woning. Maar na de scheiding keert het schilderij opnieuw naar het ouderlijk huis. In 1910 schenkt de moeder van Irene, gravin Cahen d’Anvers het schilderij aan haar kleindochter Béatrice, dochter van Irene. Niet omdat het om een Renoir ging, maar als aandenken aan de moeder die ze zo gemist had.
Verschillende decennia later, tijdens WOII, is de waarde van het schilderij ondertussen wel doorgedrongen tot de familie Camondo en Cahen, en ook ver daarbuiten. Het schilderij raakt in handen van Goering, die het  afstaat aan een zekere Georg Bührle, rijk Zwitsers industrieel van Duitse origine, leverancier van zwaar legermateriaal aan de Wermacht en belangrijk koper van kunst.
Na de bevrijding ontdekt Irène Cahen d’Anvers op een tentoonstelling van “Meesterwerken van Franse collecties teruggevonden in Duitsland en Zwitserland” haar portret. Ze onderneemt stappen om het terug te bemachtigen en laat het identificeren, wat haar weinig problemen oplevert, iedereen weet immers dat het portret Irene Cahen d’Anvers voorstelt. Via de erfenis van haar dochter, laatste officiële eigenaar van het portret, komt Irene opnieuw in bezit van haar eigen schilderij. Maar de haat-liefde relatie met het schilderij blijft en even later – in 1949 – besluit ze het schilderij te koop te stellen bij een Parijse gallerie. Het duurt niet lang of een koper meldt zich aan. Het is… Georg Bührle. Het schilderij vertrekt opnieuw naar Zwitserland, ditmaal in alle legaliteit en met de goedkeuring van de Franse staat. Het hangt vandaag in de Foundation E.G. Bührle in Zurich.
Het schilderij is dus jammergenoeg niet te zien in het museum Nissim de Camondo. In het museum vinden we wel een mooie collectie van 18e eeuwse kunst. Niet zozeer schilderijen, dan wel meubels, tapijten en prachtige porceleinen serviezen. Alles staat er nog precies zoals Moïse de Camondo het heeft achtergelaten. En als je geluk hebt, kan je ook nog een glimp opvangen van de kamerdienaar, die er nog altijd rondloopt in het costuum van die tijd.
BRON http://parijslive.wordpress.com/

http://www.patrickdamiaens.be