WELKOM OP MIJN BLOG

Deze blog heeft als doel houtsnijwerk en ornamentiek in de kijker te plaatsen. Een bezoek aan een museum of een kasteel zijn onderwerpen die aan bod komen. Maar deze blog laat jullie ook kennis maken met mijn eigen vakmanschap. Veel leesplezier.

donderdag 10 oktober 2013

CURSUS HOUTSNIJDEN | Ornamentsnijden | Het cursusjaar houtsnijden 2013-2014

Cursus houtsnijden

 Cursus houtsnijden - Ornamentsnijden

Heb je zin een creatief en technisch hoogstaande opleiding te volgen?
Misschien is houtsnijden - Ornamentsnijden wel iets voor jou. Deze tweejarige opleiding met uitbreiding tot eventuele specialisatiejaren, geeft je een goed beeld van de verschillende stappen in het snijden en uitwerken van ornamenten en decoratieve panelen volgens bepaalde meubelstijlen.

Reeds vele jaren geef ik deze cursus aan gepassioneerde en geïnteresseerden, die zich willen verdiepen in deze complexe materie. De cursisten beginnen met eenvoudige oefeningen, architecturale motieven, een kerfsnede en simpele bloemmotieven. 
De moeilijkheid en complexiteit van de oefeningen wordt geleidelijk opgevoerd en aangepast aan de individuele mogelijkheid en wensen van de cursist. De cursist maakt kennis met verschillende soorten grondstoffen, handgereedschappen en werktuigen. Je leert verschillende houtsnijtechnieken en de toepassing ervan. 

Wil je verwittigd worden op het moment dat er een nieuwe reeks geprogrammeerd wordt? Schrijf je dan in op de wachtlijst.

Dit zijn enkele foto's van het atelier en cursisten 
houtsnijden - ornamentsnijden van het cursusjaar 2013-2014.


Cursus houtsnijden ,2013-2014.


1ste jaars Cursisten Houtsnijden

























Het snijden van een strik in lindehout, de voorbereiding.
VOOR MEER INFORMATIE:
Patrick Damiaens
http://www.patrickdamiaens.be

woensdag 9 oktober 2013

DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels

DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels
La pierre de Vielsalm 
of de
 Belgische Coticule


In mijn blog probeer ik jullie wat bij te leren over houtsnijwerk, de toepassingen van ornamentiek en houtsnijtechnieken. Het leek me een  gepast moment u eens kennis te laten maken met de Belgische Coticule, deze steen zorgt ervoor dat onze houtsnijbeitels vlijmscherp blijven. Met scherpe beitels werken is namelijk een belangrijk onderdeel bij de creatie van ornamenten in hout.

Mijn eerste kennismaking met de Coticule

1984, Ik had net een opleiding van zes jaar meubelmakerij voltooid en begon aan een eerste jaar basistechnieken houtsnijden in Maaseik. Ik vergeet het nooit meer die eerste schooldag ; 'Tegen morgen brengen jullie allemaal een wetsteen mee', zei de leraar 'en niet zo maar eentje,een Coticule'. 
In het houtsnijatelier haalde hij uit een ijzeren kast een doosje met een gele steen erin, een tiental leerlingen ingroep bogen zich over dit iets wat eigenaardig exemplaar heen, het was een wetsteen die ik nog nooit gezien had. 

Reeds zes jaren was je gewoon met een 'ander soort' van wetsteen te werken; 'Deze steen uit Vielsalm zijn de beste wetstenen' beweerde hij. En met een lachje en een air van, zei hij ; 'en ze zijn niet gemakkelijk te vinden'. Hij wist goed genoeg dat de kans bijna nihil zou zijn dat leerlingen zoiets thuis hadden en in de gereedschapswinkels was dit soort wetsteen ongekend.
s'Avonds thuis gekomen vertelde ik dit aan mijn vader over deze 'gele wetsteen'. 'Wacht eens even', zei mijn vader terwijl hij naar de garage liep, hij haalde een houten kistje uit de rek en vond al snel wat hij zocht; 'Is er dit zo eentje' zei hij, Yes dacht ik bij mezelf. 

Mijn vader toonde me een joekel van een steen, zeker 15 cm diameter en 4cm dik 'Hij is nog van je grootvader geweest, hij maakte er zijn scheermessen op scherp'. 
De dag nadien natuurlijk, ik zo fier als een gieter, met mijn wetsteen naar school, in het houtsnijatelier was 'mijn steen' al snel het gespreksonderwerp van de dag, ik was namelijk de enige leerling die zo een wetsteen meehad en dat is ook voor de rest van het schooljaar zo gebleven. 
Toen de leraar houtsnijden zag hoe groot dat dit erfstuk wel was is het nooit meer goed gekomen tussen ons twee. We zijn nu bijna 30 jaar later en nog steeds heb ik mijn 'eerste' Belgische Coticule, de Pierre de Vielsalm van mijn grootvader.


Maurice Celis
DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels
Ardennes Coticule

































De Belgische Coticule, het bedrijf

Om sculpteerbeitels of houtsnijbeitels te ontdoen van hun braam wordt gebruik gemaakt van de Belgische Coticule. Deze wetsteen is wereldberoemd, hij komt uit Lierneux vlak bij Vielsalm, een dorpje in de Belgische Ardennen. In dit bedrijfje wordt sinds 1865 uitzonderlijke slijpstenen geproduceerd.Waarschijnlijk kenden de Romeinen al de slijpende werking van de stenen want de Romeinse schrijver Plinius vermeldt reeds de aanwezigheid van slijpstenen uit deze regio.

Reeds vele jaren ken ik Maurice Celis persoonlijk zeer goed, hij is burgerlijk mijnbouwingenieur en eigenaar van Ardennes Coticule. Maar ook iemand die gepassioneerd is door alles wat met stenen te maken heeft. Hij was dus de ideale persoon om het bedrijf in 1999 van een faillissement te redden . Met vernieuwde inzichten heeft hij dit stukje Belgische erfgoed nieuw leven ingeblazen en terug winstgevend gemaakt. Deze ambitieuze man gooide het over een heel ander boeg. Hij besefte dat, om rendabel te zijn, de mijn niet alleen door de opbrengst van de Coticule moest renderen, maar ook van nevenproducten inkomsten moest gaan genereren.
Voor elke 15000 ton gesteente dat ontgonnen wordt, is er slechts 10 ton ruwe Coticule bruikbaar voor het vervaardigen van slijpstenen. Het bedrijf produceert twee soorten slijpstenen: de Belgische blauwe wetsteen en de slijpsteen van Vielsalm of Coticule. De 14990 ton die geen Coticule oplevert, wordt toch nuttig gebruikt. De stukken leisteen gaan naar de bouw, waarvoor mangaan en vette klei de grondstof zijn voor de veel gevraagde zwarte bakstenen. En de rest dient als grondstof voor keramische rioleringsbuizen.

DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels

DE BELGISCHE COTICULE | Een afwetsteen voor houtsnijbeitels | Pierre de Vielsalm | Het afwetten van sculpteerbeitels
Een voorraad onbewerkte Belgische blauwe wetsteen en Coticule

La pierre de Vielsalm, de Belgische Coticule is een natuurlijke wetsteen met een rijk verleden. De ontginning en productie van de Coticule in de Belgische Ardennen gaat terug tot de 17de  eeuw. 

De Coticule is een afzettingsgesteente dat zich gedurende 480 miljoen jaar gevormd heeft tot de steen zoals die nu opgegraven wordt. Het gesteente bestaat uit grijsgele vulkanische as en klei en bevat 30 tot 42 procent kleine granaten - van 5 tot 20 micron groot.
Door de grilligheid van de natuur komt de Coticule slechts in dunne rechtopstaande lagen voor, ingesloten tussen brede lagen blauwpaarse leisteen. Hierdoor moet het ontginnen ervan zeer minutieus en hoofdzakelijk zonder inmenging van machines gebeuren.
Deze ontginning is een zeer tijdrovend, arbeidsintensief en kostelijk werk dat onder invloed van allerhande weersomstandigheden slechts enkele maanden per jaar kan plaatsvinden. 
De productie is 100% artisanaal en dat maakt van elke steen een uniek exemplaar. Om één kilogram verwerkbare Coticule te hebben, moet men minstens één ton rots eromheen verwijderen.
  
De ruwe Coticule verlijmd op leisteen

 Op de foto onderaan,Coticule die nog verzaagd moet worden
De Coticule wordt nogal snel vergeleken met een 8000 grit wetsteen, t.o.v. het Japanse grit systeem, maar men dient in acht te nemen dat de Coticule een natuurproduct is; geen enkele steen is dus 100% identiek. Men  moet goed in het oog houden dat de gritaanduiding louter dient als indicatie en verder zegt het weinig over de specifieke eigenschappen van de steen. Het grote voordeel t.o.v. andere wetstenen is dat de Coticule  zeer fijn en zeer snel slijpt. Deze combinatie bezit geen enkele andere wetsteen.

De snede van allerhande gereedschappen zoals beitels, gutsen en bijlen wordt zo fijn gepolijst dat o.a. houtvezels snel en zuiver worden doorgesneden met een gladde afwerking tot resultaat. Inkepingen in het oppervlak zijn onbestaand. Hierdoor is de steen zo gegeerd door o.a. houtbewerkers , beeldhouwers en ornamentsnijders.

In het atelier van Maurice Celis


Het afwetten met de Coticule

Het afwetten gebeurt steeds met water. Het volstaat om het Coticule-oppervlak nat te maken, de steen moet niet ondergedompeld worden. 
Tijdens het afwetten komen er granaten vrij uit het Coticule-oppervlak. Des te meer granaten vrijkomen des te abrasiever de slijppasta wordt. Een veelgebruikte methode om de abrasiviteit te verhogen is door met een coticule wrijfsteentje een slijppasta rijk aan granaten aan te maken op het Coticule-oppervlak. Dit gebeurt door het Coticule-oppervlak van het wrijfsteentje over het Coticule-oppervlak van de wetsteen te wrijven. De melkwitte slijppasta wordt snel zichtbaar.  
Voor het fijne afwetwerk wordt de slijppasta in enkele stappen verdund met een weinig water tot er uiteindelijk enkel water op het oppervlak aanwezig is.  
Dankzij deze methode en de veelzijdigheid van de Coticule is er slechts 1 wetsteen nodig voor het volledige slijpproces. 

LET OP ! Vraag aan Maurice Celis naar de kwaliteit wetstenen die het best geëigend zijn voor sculpteerbeitels en beitels voor de houtbewerker.

Tips: 
De Coticule is een niet poreuze steen, hij kan niet dichtslibben. Gebruik enkel water tijdens het afwetten, geen olie. Olie wordt enkel gebruikt bij poreuze stenen om te vermijden dat ijzerdeeltjes zich in de poriën vastzetten.  
Vlak maken: Leg een stukje schuurpapier op een vlakke ondergrond. Doe er wat water op en slijp de steen vlak. Gebruik een schuurpapier met korrel +/- 80 tot 100 micron. 
Levensduur steen: De levensduur hangt samen met het gebruik. Des te intensiever het gebruik des te sneller de steen opgebruikt is. Globaal genomen gaan onze slijpstenen bij normaal gebruik 20 jaar mee.

dinsdag 1 oktober 2013

HOUTEN KROONLUCHTER | Gentse Beeldhouwer J. F. Allaert | 18de eeuws houtsnijwerk | Hotel de Coninck Gent

Eetkamer van het herenhuis de Coninck, Gent

Een weinig bekend meesterwerk 
van de XVIIIe-Eeuwse vlaamse kunstnijverheid
De kroonluchter van J.F. Allaert

Een tijdje geleden bezocht ik Gent, deze Vlaamse stad heeft een enorm aanbod aan historische gebouwen en bezienswaardigheden en een bezoek aan het ' Hotel de Coninck' mocht zeker niet ontbreken. Dit Museum herbergt een meesterwerk van 18de eeuwse Vlaamse kunstnijverheid.

In 1961 werd door het stadsbestuur van Gent een grote houten kroonluchter aangekocht bij een antiquair uit Brussel. Terzelfdertijd waren over dit uniek kunstwerk onderhandelingen gaande met het oog op het aanwerven ervan voor een buitenlandse verzameling. Deze kroonluchter werd aanvankelijk vervaardigd voor de versiering van de woning van Ridder F.J. de Coninck, waar thans het Museum voor sierkunsten ( op dit moment het Designmuseum Gent) is ondergebracht.

Een beknopte beschrijving van de houten kroonluchter, is noodzakelijk en werpt een beter beeld op dit meesterwerk van Vlaamse kunstnijverheid.

De totale hoogte van deze houten kroonluchter bedraagt 1.80m en de diameter is 1.17m. De luchter werd gesneden in lindehout.
De voornaamste versiering bestaat uit vier allegorische figuren, opgesteld aan de voet van de levensboom, ze symboliseren de werelddelen die tijdens de 18de eeuw gekend waren. Deze vier symbolische figuren zijn elk ca. 0.30m hoog, ze stellen de vier werelddelen Europa, Amerika, Azië en Afrika voor.



De houten kroonluchter van J.F.Allaert, 'Europa'


De vier werelddelen

Europa wordt afgebeeld door een rechtstaand kind, het hoofd getooid door een helm met pluimen. Over de borst hangt het halssnoer van de orde van het Gulden Vlies, een lichtgedrapeerd rokje bedekt het onderlijf. Tussen de benen staat een kanon. De rechterhand omvat een zwaard onder het hecht. De linkerhand reikt naar de hals van een adelaar die een keizerlijke kroon draagt.
Een vaartuig verbindt 'Europa' met 'Amerika'. Dit schip is tot in de fijne details uitgewerkt, zoals kleine kanonnen in de flank, een mast met uitkijkpost, een anker, etc....  

Detail kroonluchter, 18de eeuws houtsnijwerk


Amerika wordt gesymboliseerd door en kind als indiaan verkleed, met gestrekte boog en pijl. Een pijlkoker leunt aan tegen het rechterbeen, dat spreidelings over een krokodil is geslagen.
Naast 'Amerika' wordt 'Afrika' gesuggereerd. Op het hoofd van de figuur komt een hoofddeksel voor in de vorm van een olifantskop met snuit. Met de rechterhand omknelt het kind een hoorn des overvloeds, waaruit maïskolven komen. Het is gezeten op een een leeuw met lange manen en een half opengespreide muil.

Symboliek, Afrika


Tussen 'Afrika en 'Europa' is een kind, symbolisch voor 'Azie' neergezeten op een liggende kameel. Met een tulband als hoofddeksel, een wierookvat in de linker- en een stralenbundel in de rechterhand, roept dit beeld het oosten op.
De palmboom die tussen deze vier allegorieën oprijst heeft een nest in waaiervormige kruin. Uit dit nest wordt aan een gevleugelde draak, met vurige tong, een jong ontroofd door een arend. 
Deze vogel met wijd open gespreide poten, houdt in de rechter klauw een ijzeren ring waarin de kroonluchter hangt. Uit de bodem, onder de allegorische figuren van de vier werelddelen, ontspringen acht gelijkaardige gebogen kroonarmen. Deze eindigen op een draak waarvan de kop de kaarsenhouder steunt.

Kroonluchter, Amerika
Algemeen wordt aangenomen dat deze houten kroonluchter voor deze plaats vervaardigd werd. De  traditie verhaalt, dat de kunstenaar J.F. Allaert gedurende de lange jaren het mecenaat van Ridder de Coninck genoot, waar hij werkte aan de versiering van de herenwoning. Opvallend is nu het feit, dat de kroonluchter gesigneerd en gedateerd is onderaan op de bodem, waarboven de vier werelddelen uitgebeeld zijn. Ter hoogt van de kroonarmen, verdoken door de onderste rocaille, staat J.F.Allaert 1770.

J.F. Allaert
Allaert werd geboren in Gent op 14 Oktober 1703  en sterft op 2 Januari 1779 op 76 jarige leeftijd.

Houten kroonluchter van J.F. Allaert

Tekst, Met dank aan het Designmuseum Gent.

Het Designmuseum GENT










http://www.patrickdamiaens.be

maandag 16 september 2013

Aubert Parent | Landesmuseum Oldenburg | Reliëf snijwerk uit 1798 | Houtsnijwerk van een 18de eeuwse houtsnijder



Aubert Parent, Oldenburg
 Aubert-Henri-Joseph Parent
 ( Aubert Parent )

Het houtsnijwerk van Aubert Parent 
in het Landesmuseum Oldenburg.(Duitsland)






Van het Aubert Parent paneel dat zich in de vaste collectie bevind van het Landesmuseum Oldenburg is bijzonder weinig bekend, zelfs de conservator aan de afdeling decoratieve kunst kon ons eigenlijk weinig tot geen informatie bezorgen over dit subliem snijwerk in lindehout.

Hij kon ons vertellen dat dit prachtig werk door Aubert Parent in lindehout gesneden en meet 39cm hoog x 33cm breed, de maten inclusief kader zijn 53cm x 48cm. Het museum in Oldenburg gaf het als naam 'Vaas met bloemen, vogel en nest'.
Het is gesigneerd Aubert Parent, Berlijn 1798, inventarisnummer LMO 3.215.
Er is jammerlijk genoeg bijzonder weinig geweten over dit snijwerk. Het paneeltje is tussen 1888 en 1900 aan de collectie van het ‘Kunstgewerbemuseum Oldenburg’ toegevoegd. 

Aubert Parent
Aubert Parent is geboren in 1753 in de Franse stad Cambrai en overleden in 1835 te Valenciennes. 
  
Vele jaren geleden kwam ik toevallig  in contact met het werk van deze extreem begaafde Franse houtsnijder, en zijn fantastisch gedetailleerd werk is me steeds blijven fascineren. Hij  is, samen met de Engelse houtsnijder Grinling Gibbons (1648-1721), mijn andere grote bron van inspiratie. Het werk van deze twee houtsnijders is het perfecte voorbeeld hoe kwalitatief houtsnijwerk eruit moet zien.

Parent ontwierp technisch zeer hoogstaande en exclusieve wandpanelen (reliëfs) in lindehout. 'Stillevens in hout' zouden we ze kunnen noemen: vazen met een overdaad aan bloemen, vogels, insecten, medaillons ... en voor zijn tijd in een ongeëvenaard, verbluffend gedetailleerd realisme. Aubert Parent verkreeg voor het eerst publieke bekendheid in 1770, critici schreven in hun commentaren:
"Men verwacht het nauwelijks, dat op zo'n kleine beperkte oppervlakte, dergelijke fijnheid verenigd te zien met zulk een elegantie".

Zijn carrière kreeg een boost toen hij in 1777 een reliëf aan Lodewijk XVI presenteerde, een paneel dat een grote bloemenmand voorstelde en dit vergezeld met de symbolen van oorlog en vrede. De koning was zo onder de indruk van zijn werk dat hij het liet ophangen in zijn privé-eetzaal in het kasteel van Versailles.
Parent exposeerde van 1779 tot 1783 in het Parijse 'Salon de la Correspondance'. Op deze manier kwam hij steeds vaker en vaker in contact met adel en het entourage uit de hofkringen en de gegoede burgerij, en kon hij zo op deze manier 'patronage' verwerven. 
In 1784 won hij een koninklijke toelage, een beurs voor de studie van de klassieken in Italië. Dit verblijf in Italië zal gedurende zijn gehele carrière een sterke invloed op zijn werk blijven hebben, die vier jaar later uitmondde in een publicatie van gravures, een belangrijke serie van prentenboeken, van de neoklassieke ornamenten. Deze gravures tonen verschillende ontwerpen voor decoratieve vazen​​, tafels, zitmeubelen, smeedijzeren balkons en trapleuningen 


Aubert Parent, Landesmuseum Oldenburg



BASEL
Tijdens de Franse revolutie vluchtte hij naar Zwitserland, waar hij klassieke kunst onderrichtte aan de universiteit van Basel.
Eén van zijn trouwste opdrachtgevers is Kaufman Johan Rudolf Forcast-Weiss (1749-1834). Deze kunstzinnige Zwitser was een welgestelde zijdelintfabrikant uit Basel.
De hoop die hij op de Pruisische koning Friedrich Wilhelm II gevestigd had, werd in 1797 vervuld  toen Aubert Parent tot lid van de ‘Berliner Akademie der Künste’ werd benoemd en ontving –na het schenken van 2 reliefs- een koninklijke toelage.  Parent leefde en werkte in Berlijn van 1797 tot 1804. Na het publiceren van zijn gravures 'Antiquites de la Suisse' verhuisde hij terug naar Basel.
Na meer dan 20 jaar ballingschap keerde Aubert Parent in 1813 terug naar Frankrijk onder impuls van de inmiddels principieel veranderde politieke en maatschappelijke omstandigheden. 
De laatste 10 jaren van zijn leven streek hij neer in de Franse stad Valenciennes, waar hij als professor les gaf aan de Academie van Valenciennes en ook leiding gaf aan opgravingen, maar nooit zijn passie, het houtsnijden  en het exposeren van zijn werk opgaf.



Aubert-Henri-Joseph-Parent


Paneel Aubert Parent in de collectie 
van het Landesmuseum in Oldenburg, Duitsland



Dit prachtig werk is door Aubert Parent in lindehout gesneden en meet 39cm hoog x 33cm breed, de maten inclusief kader zijn 53cm x 48cm. Het museum in Oldenburg gaf het als naam 'Vaas met bloemen, vogel en nest'.
Er is jammerlijk genoeg bijzonder weinig geweten over dit snijwerk.
Er zijn geen documenten beschikbaar over eventuele schenking, verkoop, aankoop en welk de prijs er van moet geweest zijn. 
Het archief  en de collectie van het Kunstgewerbemuseum Oldenburg werden in 1921  overgenomen door het Landesmuseums für Kunst und Kulturgeschichte Oldenburg. 

Landesmuseum Oldenburg
Het Landesmuseum Oldenburg bevindt zich in de voormalige residentie van Graaf Anton Günther  (1583-1667) en de Hertogen van Oldenburg tot 1919, het Kasteel herbergt heden ten dage het Museum voor Kunst en Cultuurgeschiedenis. De voormalige private Groothertogelijke collecties vormen de essentiële basis van het huidige museum. De ongeveer 800 museumstukken gepresenteerd in de historische interieurs van het kasteel, tonen u een diversiteit en een specifieke verbondenheid met Oldenburg en dit vanaf de middeleeuwen tot de 20ste eeuw.


Vaas met bloemen, vogel en nest
De naam van het paneel 'Vaas met bloemen, vogel en nest' is naar mijn mening een 'erg magere' naam en doet het paneel geen eer aan. Het paneel kan enkel gemaakt geworden zijn voor een gefortuneerde of Adellijke familie, want het moet een klein kapitaal gekost hebben in 1798. 
We hebben op onze blog eerder de 5 paneeltjes besproken die zich in het Historisches Museum in Basel bevinden en zijn te weten gekomen dat Aubert Parent veel symboliek verwerkte in zijn composities. Een duidelijke verwijzing naar heuglijke en minder heuglijke gebeurtenissen, een huwelijk, geboorte, de dood... Zo ook in dit paneeltje is er door de houtsnijder een duidelijk aanknopingspunt aangebracht, namelijk het voorjaar en een eventuele geboorte. 


Rozen, Seringen en Calendula of Goudsbloem
Een vaas met bloemen met prominent aanwezig de seringen, een bloem die enkel in de maand Mei in volle glorie te bewonderen is, Seringen symboliseren namelijk huiselijk geluk, de eerste liefde, lenteliefde en jeugdigheid. 

Er zijn ook enkele rozen in de vaas te herkennen. De roos is een dubbelzinnig symbool; zij duidt enerzijds op eeuwigheid en anderzijds op menselijke hartstochten die van voorbijgaande aard zijn. Zij is tegelijk leven en dood, vruchtbaarheid en maagdelijkheid. 

Seringen, Roos en Calendula


Rechts bovenaan in de vaas is een Calendula of goudsbloem te bewonderen. De Calendula heeft ook een interessante symboliek.Een mythe vertelt het verhaal over de mooie Aphrodite. Toen haar Adonis stierf kwamen er uit de tranen die zij huilde goudsbloemen tevoorschijn.
In het christendom is de goudsbloem gewijd aan Maria. In de Middeleeuwen verbond men vaak de naam van Maria aan iets dat mooi was. Vandaar de naam 'Mariagold' voor de goudsbloem.

Meidoorntak, Meikever
Een vogel, waarschijnlijk een zanglijster, zit op een meidoorn tak , de meidoorn als symbool voor lente, bloei, vruchtbaarheid, maagdelijkheid en seksualiteit. 
En dan is de meidoorntak ook nog het  symbool van de voorzienigheid, wat tot uitdrukking komt in het ook nu nog geldende gebruik in Frankrijk om een meidoorntak boven de wieg van een pasgeboren kind te hangen
Parent moet dit gebruik zeker gekend hebben, hij was namelijk  geboren en getogen in Frankrijk.

De vogel heeft net een kever gevangen heeft, en als je goed kijkt zie je duidelijk dat het een meikever is. Ook hier weer symboliek: de meikever staat symbool voor onbezorgde kinderjaren en ook voor een goed jaar. Maar uiteindelijk sterft de Meikever, want de kever moet gaan dienen als  voedsel voor het net uitgekomen nestje.

Meidoorntak, Meikever en Vogel

Denkpiste
Veel symboliek en ornamentiek, specifieke details die verwijzen naar het voorjaar, namelijk de maand Mei en de geboorte van een kind. Hoe moeten wij dat interpreteren? Was dit paneel misschien bedoeld als een cadeau, een aandenken of een opdracht van een klant die op deze manier de dood van een doodgeboren of een pasgeboren zoon wou laten vastleggen en op deze manier deze treurige gebeurtenis te herdenken.   
Dit paneel heeft Aubert Parent ook niet zichtbaar gesigneerd , mogelijk om op deze manier  respect voor de gebeurtenis te tonen.

Fascinerend detail is het schildje midden onderaan dat een weinig over de kader heen komt. Een iets wat eigenaardig detail. Waarom is dit aanwezig en wat is de betekenis ervan? 
Zou het misschien kunnen zijn dat Parent hier bedoelde het heraldisch wapen van de ongelukkige familie af te beelden, maar nu de baby, het kind gestorven is, bleef het schild heraldisch neutraal of kaal om zo de leegte te tonen die achter bleef.


We zullen het waarschijnlijk nooit te weten komen.  
Tekst, Patrick Damiaens

Houtsnijwerk van Aubert Parent

Landesmuseum Oldenburg

Website
















Pictures in this blogitem are and remain the property of the Landesmuseum Oldenburg and may not be reused without written permission.